Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

Buurtbeelden

Telkens als ik langs de ingang van het Vondelpark kom, kijk ik met voldoening naar het beeld van de Amsterdamse Stedemaagd. Een jaar geleden ongeveer was het plotseling verdwenen. Door de kwade dampen van deze hypertijd was het dusdanig aangetast, dat het niet verantwoord was het daar langer te laten staan. Een lege plek. Maar intussen is de Maagd terug, niet de oorspronkelijke uit 1883 maar een kopie, gemaakt door Ton Mooy. Dit beeld ziet er nieuw uit. Lichtgekleurde zandsteen die onschuld uitstraalt. Dat gaat wel over. Ik ben blij dat de Stedemaagd weer op haar plaats staat; daar bij het Vondelpark voel ik me weer thuis.

Standbeelden zijn de vaste, eeuwige bewoners van de stad. In de buurt van het World Trade Center, niet ver van Wall Street was een rustig pleintje waar op een bank het beeld zat van een keurig geklede man met een laptop op zijn knieën. Doublecheck heette dit beeld. Het was een eerbetoon aan alle mensen die in Wall Street hun geld verdienden. Op of kort na 9/11 is het verdwenen. Dat is een van die kleine dingen die ik Osama bin Laden ook kwalijk neem.

Wij in Amsterdam hebben ook een paar van die functioneel-figuratieve beelden. De Dokwerker van Mari Andriessen op het Jonas Daniel Meierplein. Staat er sinds juli 1952 en is een eerbetoon aan de actievoerders van de Februaristaking in 1941. Het Lieverdje van Carel Kneulmans op het Spui, op 10 september 1960 onthuld door mevrouw Van Hall, de echtgenote van de burgemeester. Daarna het centrum geworden van de happenings in de jaren zestig, waarbij de antirookmagiër Robert Jasper Grootveld zijn uche uche uche acties voerde. Overigens rookte hij zelf als een schoorsteen. Dit beeldje is de stad aangeboden door de Hunter sigarettenfabriek, producent van Ha! Hunter! Heerlijk. Het Lieverdje is een bronzen tijdsdocument.

We gaan naar het Rembrandtplein, dat totaal gerenoveerd is, waarbij het schoongemaakte beeld van de schilder met zijn gezicht naar de andere kant staat. Telkens als ik erlangs kom, moet ik weer even wennen, maar geen geklaag. Het ziet er daar verzorgd uit. Het enige wat ik mis is de Nachtwacht in drie dimensies, gemaakt door een paar Russische kunstenaars. Als er één toeristische attractie was, dan wel deze. Japanners, Chinezen, Duitsers, Fransen, allemaal wilden ze tussen de soldaten van het vendel van Frans Banning Cock staan om een kiekje van zichzelf te laten maken. Maar de Amsterdamse jeugd, of de souvenirjagers waren ook present. Ze braken vingers van de soldaten af. Leuk. De makers hebben toen nog een bordje neergezet met het verzoek om een bijdrage voor het herstel. Kennelijk vergeefs.

Op het Frederiksplein staat een abstracte sculptuur van André Volten, daar neergezet ter ere van Anthony Winkler Prins, de grondlegger van onze beroemde encyclopedie die nu door Google is ingehaald. Het is een hoge zuil van nikkelen ringen, bijgenaamd de knakenpaal. Ik vind het een mooie voorstelling, maar de omgeving is verwaarloosd. Maak het daar eens schoon, laat het licht aan de voet weer branden!

Van tijd tot tijd stelt iemand weer voor een standbeeld voor een eigentijdse held op te richten. André Hazes hebben we al. Er is nu een pressiegroepje dat Johan Cruyff op het Leidseplein wil hebben. Waarom niet Harry Mulisch? Die is daar meer thuis. En als we Cruyff in brons willen hebben, dan liever bij de Arena. Beelden zijn onze eeuwige stadgenoten, maar bedenk dat ze allemaal ook hun eigen buurt hebben.