Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

Britse bezuinigingen

Wie bij de presentatie van het regeerakkoord van het kabinet-Rutte schrok van de 18 miljard euro aan voorgenomen ombuigingen, zal zich kunnen voorstellen hoe groot de klap is die het Verenigd Koninkrijk te wachten staat. De regering-Cameron wil de eerstvolgende vier jaar voor omgerekend 91 miljard euro ombuigen. Dat is in verhouding bijna tweemaal zo veel als in Nederland is gepland.

De situatie is er dan ook naar. Het Britse begrotingstekort bereikt in het gebroken boekjaar 2010-2011 10,1 procent van het bruto binnenlands product. In verhouding tot de overheidsuitgaven oogt de situatie nog alarmerender: van elk pond dat Londen op dit moment uitgeeft is eenvijfde geleend. De harde ingreep die deze week openbaar werd gemaakt, moet het tekort over vier jaar terugbrengen tot 2 procent van het bbp. Dat is een heroïsche opgave die de Britse samenleving ingrijpend kan veranderen.

Het Verenigd Koninkrijk staat niet alleen. Portugal en vooral Ierland kampen met enorm begrotingstekorten en plannen spijkerharde bezuinigingen. De ingrepen zijn niet alleen het gevolg van de Europese regels, die een aanpak van ‘buitensporige tekorten’ vergen. De bezuinigingen vinden vooral plaats om de financiële markten gerust te stellen. Binnen de eurozone is de schoonheidswedstrijd in volle gang. Hoe fraaier de overheidsfinanciën en saneringsplannen, hoe lager de rente die overheden betalen op de staatsobligaties die ze uitschrijven om hun tekort aan te zuiveren en hun schuld te herfinancieren.

Het Verenigd Koninkrijk maakt geen deel uit van de eurozone, maar heeft met het pond zijn eigen munt. Dat geeft extra flexibiliteit, maar maakt ook kwetsbaar. Het Britse pond heeft allang de status niet meer van de Amerikaanse dollar. De Verenigde Staten kennen proportioneel een even hoog begrotingstekort, maar maken niet zo veel haast om dat terug te dringen. Het op gang houden van de economie met onder meer tekortfinanciering heeft daar prioriteit. De recordlage rente in de VS geeft aan dat de markt vooralsnog genoegen neemt met dit beleid en bereid is de tekorten te blijven financieren.

Die houding kunnen de Britten zich niet permitteren. Ze zijn in dit opzicht continentaler dan gedacht: hun plannen hebben al geleid tot de observatie dat Keynes op dit moment uitgerekend in zijn geboorteland weinig navolgers heeft.

Slechts een kwart van de Britse 81 miljard pond wordt binnengehaald met lastenverhogingen en driekwart zal bestaan uit bezuinigingen. Hiermee lijkt de ingreep uit te zijn op zo min mogelijk schade voor de economie, al zal de groei er ongetwijfeld onder lijden. Onderwijs wordt gespaard en dat is vergelijkbaar met wat veel andere landen van plan zijn.

Eén punt valt extra op: waar veel landen openlijk of heimelijk beknibbelen op hun begroting voor ontwikkelingssamenwerking laat de Britse regering dit budget stijgen naar 0,7 procent van het bbp. Over dit opmerkelijke voornemen, dat gerust maatschappelijk anticyclisch mag worden genoemd, mag men zich in Den Haag achter de oren krabben.