Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cabaret

Borgers' eerste zoen smaakte naar algebra

Carolien Borgers. Foto Tom Benavente
Carolien Borgers. Foto Tom Benavente

De één lijkt zo dicht mogelijk bij zichzelf te blijven, de ander zoekt het juist zo ver mogelijk weg. Twee vrouwen die alle twee in première gingen met hun tweede programma. En beiden bevinden ze zich nog in de onderste regionen van de cabaretbekendheid. Maar het grote verschil is dat de één mij meteen meenam in haar verhaal, terwijl de ander me koud liet.

Carolien Borgers speelt Makkelijk praten. Een aardige titel, die weliswaar al eens door Youp van ’t Hek voor een boek is gebruikt, maar die goed bij haar past, want het optreden lijkt haar als vanzelfsprekend af te gaan. Borgers begint met een intrigerend liedje dat aanvankelijk een liefdesliedje lijkt, maar uiteindelijk gericht blijkt te zijn aan degene die in haar huis heeft ingebroken en de woonkamer achterliet als één grote ongeorganiseerde bende („als het brein van Gordon”).

Die inbraak vormt het weerkerende thema in deze voorstelling, die ze haar derde noemt omdat de tekst van het tweede, nooit gespeelde programma in haar gestolen laptop zat. Ze blinkt uit in het vertellen van verhalen die ze boven de huiselijke herkenbaarheid weet te verheffen door een verrassende woordkeus („de eerste zoen smaakte naar algebra”) en een prettig ironische ondertoon. En voor haar liedjes geldt hetzelfde. Als anderen van haar generatie – ze is achter in de twintig – een liedje zingen, hangt dat er soms nogal flodderig bij.

Maar bij Carolien Borgers niet. Ze schrijft vormvast en geestig. Bijvoorbeeld in een nummer dat één lange opsomming is van genante situaties, met regels die allemaal rijmen op het telkens terugkerende woord „genant”. Zoals: „Bij een concert van Nick & Simon door emoties overmand”. En: „Alle teksten kennen van Guus Meeuwis en Vagant”.

Haar originaliteit blijkt bovendien uit de rol die haar gitarist Chris Grem te spelen krijgt. Niet alleen als begeleider, maar ook als tegenstem in liedjes en verhalen. Hij is zelfs degene die het slotnummer zingt, maar het hoe en waarom vertel ik niet.

De nieuwe voorstelling van Ellen Dikker, die met haar eerste programma werd genomineerd voor de Neerlands Hoop voor veelbelovend cabarettalent, heet Fjord. Dikker speelt vooral typetjes en is daarvoor vaak geprezen. Niet ten onrechte, want ze doet dat heel bekwaam, in houding, motoriek en tongval. Maar om die typetjes een plaats te geven, heeft ze een overkoepelend verhaal verzonnen dat ik niet eens zou kunnen navertellen – zo warrig en ongeloofwaardig is het.

Wat ik me slechts luttele dagen na haar première vooral herinner, zijn de vele attributen waarmee ze een puinzooi op het podium maakt die zonder enige betekenis blijft.

Het zal wel koddig bedoeld zijn, maar het is gekunsteld en ideeënloos. Een cabaretier die paniekerig roept dat alles misgaat, is bijna per definitie ongeloofwaardig. Wij in de zaal weten immers wel beter, wij snappen meteen dat het er allemaal bij hoort.

Twee vrouwen: de één heeft een gave vorm voor haar talenten gevonden en de ander weet nog niet wat ze ermee moet doen.