Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Bizarre zoektocht naar Wilders' waarheid

Wraken, zwijgen, wraken. Ellenlange pleidooien. OM én verdediging die vrijspraak eisen. Het curieuze proces tegen Geert Wilders nadert zijn einde.

Het proces tegen Geert Wilders lijkt te eindigen zoals het begon, met een wraking van de rechtbank. Vanmorgen betoogde Wilders’ advocaat Moszkowicz dat de arabist Hans Jansen nog gehoord zou moeten worden. Een raadsheer van het hof zou getracht hebben zijn getuigenis te beïnvloeden tijdens een dinertje. Toen de rechtbank zo’n verhoor vooralsnog niet toestond, besloot Wilders te wraken.

Het kenmerkt het verloop van het proces waarbij niets lijkt te gaan zoals gebruikelijk en waarbij de verdediging zich bepaald niet richtte op het zo beknopt mogelijk houden van de behandeling. Vanaf dag één diende Moszkowicz verzoeken in die de scope van het proces verbreedden. Hij vroeg bijvoorbeeld aan de rechtbank om achttien deskundigen te horen, onder wie de moordenaar van Theo van Gogh. Ook eiste hij namens Wilders dat tal van stukken zo volledig mogelijk werden voorgelezen, zoals de beslissing van het Openbaar Ministerie uit 2008 om de PVV-voorman niet te vervolgen. Datzelfde OM werd daarna door het gerechtshof alsnog gedwongen uitspraken van Wilders over moslims, Marokkanen en de islam aan de rechter voor te leggen. Maar het kwam tot hetzelfde standpunt en eiste vorige week vrijspraak.

Deze week pleitte Moszkowicz zelf voor zijn cliënt. Die schonk af en toe een glaasje water in voor zijn advocaat, die 132 pagina’s pleidooi voorlas. Het verweer was soms principieel van aard, maar meestal niet. Zo moest de anti-islamfilm Fitna zijn cliënt niet aangerekend worden. De film was niet in Nederland, maar in Amerika uitgebracht, via de website liveleak.com. Voor het geval de rechter daaraan voorbij zou gaan, moesten de meningen in de film Wilders ook niet aangerekend worden. Hij heeft alleen laten zien tot welk geweld de islam anderen brengt, verklaarde Moszkowicz. „Don’t shoot the messenger.” Had Galileo Galilei niet ook pas gelijk gekregen toen hij ook na een veroordeling bleef volhouden dat de aarde om de zon draait, en niet andersom?

Volgens Moszkowicz heeft zijn cliënt de waarheid gesproken. „Niemand heeft in dit proces de inhoud bestreden van wat mijn cliënt heeft gezegd.”

Het klopt dat het Openbaar Ministerie die strijd niet is aangegaan. Niet omdat de officieren van justitie de uitspraken van Wilders onderschrijven, zei officier Birgit van Roessel, maar omdat het een fictie is te denken dat de waarheid in dit dossier vast te stellen is. Het is ook „niet relevant” of Wilders de waarheid heeft gesproken, zei zij. Uit Europese jurisprudentie blijkt dat de verdachte alleen in de gelegenheid moet worden gesteld te onderbouwen of zijn beweringen stoelen op ‘enige feitelijke basis’.

Omdat Wilders zich in deze zaak op zijn zwijgrecht beroept, beloofde de advocaat namens hem enkele vragen van de rechtbank te beantwoorden. Dat gebeurde selectief. Zo wil Wilders van een aantal uitspraken niet aangeven of die correct aan hem zijn toegeschreven. Van enkele citaten zijn verschillende versies opgenomen in de dagvaarding, omdat bijvoorbeeld de gedrukte en de internetversie van een interview verschilden. Dat gold voor de uitspraak van Wilders over de profeet Mohammed. In de ene variant zegt Wilders dat als Mohammed nu had geleefd, hij hem als extremist met pek en veren het land uit zou jagen. In de tweede variant zegt hij dat de Tweede Kamer er onmiddellijk mee zou instemmen als Mohammed met pek en veren het land uit zou worden gejaagd. Er is, concludeerde Moszkowicz, onduidelijkheid over wát zijn cliënt nu precies gezegd heeft. Daarom kan hij er niet voor veroordeeld worden.

Wilders wil niet meewerken aan een strafproces waar hij tegen zijn zin in zit. Hij wil het debat best voeren, zei Moszkowicz – die om dat te bewijzen verwees naar de notulen van een Kamerdebat uit 2006 – maar niet in de rechtszaal. Het debat, vindt Wilders, hoort thuis in het parlement.

Henri Sarolea, advocaat van één van de partijen die zich benadeeld vinden, noemde het verweer na afloop „een beetje laf” van Wilders. „Het deed mij denken aan de krakers die ik ooit verdedigde omdat ze een steen zouden hebben gegooid. Die wilden een verheven, idealistisch verweer. Maar ze wilden ook dat ik zei dat dat ze die steen helemaal niet gegooid hadden.”

Voor de juridische afweging maakt het niet uit of iets van moed getuigt of niet, zegt Sarolea. „Maar dit wordt allemaal uitgezonden. En de kiezers van Wilders verwachten iets anders: dat hij staat voor wat hij heeft gezegd.”

Wilders’ uitingen richten zich op de islam, niet op moslims, concludeerde Moszkowicz, net als het Openbaar Ministerie. Maar Wilders „ontkomt er niet altijd aan” het over Marokkanen en Turken te hebben. Moszkowicz: „Feit is dat Marokkanen en Turken in Nederland de gezichtsbepalende factor zijn van het islamgeloof.”