Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

Biopiraterij tegengaan

Tienduizend mensen onderhandelen dezer dagen in Japan over natuurbehoud.

De vraag is wie moet opdraaien voor de kosten van het verlies van biodiversiteit.

We hebben gefaald. Met die conclusie is maandag de grote biodiversiteitconferentie in het Japanse Nagoya begonnen. Van de belofte om ‘het verlies van biodiversiteit flink terug te dringen en zo de armoede te bestrijden en het leven op aarde te dienen’ is niets terecht gekomen, zei Ahmed Djoghlaf, de uit Algerije afkomstige conferentievoorzitter. Hij vertelde de ongeveer tienduizend deelnemers uit meer dan 190 landen niets nieuws, want aan verontrustende rapporten is geen gebrek. De belofte werd ooit gedaan „zonder vast te leggen met welke de middelen die vervolgens moest worden bereikt”, hield Djoghlaf zijn gehoor voor. Het was „meer een politiek statement” dan een concreet actieplan.

Niemand in Nagoya twijfelt aan de noodzaak om te streven naar een zo groot mogelijke variëteit in plantensoorten, diersoorten en ecosystemen. „Gezonde ecosystemen zijn het fundament van de menselijke ontwikkeling”, zei de bioloog Russ Mittermeier, voorzitter van de organisatie Conservation International, deze week. Door één schakel in de keten van de natuurlijke variëteit weg te halen, kan het hele bouwwerk instorten. En iedereen in Nagoya erkent dat het de mens is die de schakels weghaalt en zo de leefbaarheid van de aarde in gevaar brengt.

De bedreigingen zijn heel divers. De oceanen worden op grote schaal – en vaak zelfs gesubsidieerd – leeggevist. Tropische regenwouden worden massaal gekapt. Precaire natuurlijke evenwichten worden uit balans gebracht door de invoer, soms per ongeluk, van uitheemse soorten zonder natuurlijke vijanden. Economische bedrijvigheid in kustgebieden tast op veel plaatsen de natuurlijke verdediging tegen de zee aan. Verwaarlozing van de genetische variëteit maakt granen gevoeliger voor ziektes en vormt een bedreiging van de voedselvoorziening.

Maar ook al zijn de risico’s duidelijk, toch is het helemaal niet zeker dat de conferentie eind volgende week wordt afgesloten met een verdrag. ‘Nagoya’ dreigt net als de klimaattop in Kopenhagen vorig jaar te verzanden in de tegenstelling tussen arme en rijke landen.

De meeste ongerepte natuur ligt in ontwikkelingslanden. Die ongereptheid, zeggen de arme landen, heeft een prijs. Of, zoals Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) deze week zei tegen persbureau ANP: „Nu kun je niets verdienen aan een stuk oerwoud. Als je het kapt, krijg je geld voor het hout en verdien je aan de landbouwgrond. Dat verandert pas als landen een bonus krijgen als ze geen bossen kappen.” Volgens de arme landen moeten de geïndustrialiseerde landen die bonus betalen. Zij hebben tenslotte hun rijkdom kunnen vergaren door een ongebreidelde industrialisatie in een tijd dat niemand zich bekommerde om natuurbehoud.

Maar wat kost die ongereptheid? Al drie jaar proberen onderzoekers in het zogeheten Teeb-project, The Economics of Ecosystems and Biodiversity, de economische waarde van biodiversiteit te berekenen. Woensdag presenteerden ze een samenvatting van de (voorlopige) resultaten. Volgens de leider van het project, de Indiase bankier Pavan Sukhdev, zorgt de benadering van Teeb dat „de diensten die de natuur gratis levert zichtbaar worden en expliciet deel uitmaken van de besluiten van politici en bedrijven”. Nietsdoen betekent volgens Sukhdev een verlies van duizenden miljarden euro’s aan maatschappelijke voordelen.

Maar het zijn lastige schattingen. Hoeveel levert de gratis kustbescherming door koraalriffen op? Wat kost de bestuiving van bloesems in de fruitproductie zonder bijen? En, ingewikkelder, wat verdient de samenleving als de houtkap in het Amazonegebied wordt gestaakt en daarmee de klimaatverandering wordt voorkomen? Volgens een globale schatting bedroegen de economische kosten door schade aan natuur en milieu in 2008 ongeveer 4,7 biljoen euro, ofwel 11 procent van het wereldwijde bruto nationaal product. Dat geld is nu in geen enkele begroting terug te vinden.

Ontwikkelingslanden azen ook op ander geld. Ze willen dat er een eind komt aan de biopiraterij door rijke landen die veel geld verdienen aan hun natuurlijke grondstoffen. De roze maagdenpalm uit Madagascar bevat werkzame stoffen tegen kanker, maar Madagascar verdient niets aan het medicijn dat een westers farmaciebedrijf op basis daarvan heeft ontwikkeld. Met technologieën op basis van biologische grondstoffen worden jaarlijks miljarden verdiend. Maar Vietnam, waar een bruikbare algensoort groeit voor de bereiding van biobrandstof, of Paraguay, waar de inheemse bevolking al eeuwenlang de blaadjes van de steviaplant gebruikt als een krachtige en gezonde zoetstof, hebben daar geen profijt van.

Als de partijen het in Nagoya niet eens worden over access and benefit-sharing (ABS), toegang tot natuurlijke rijkdom in ruil voor financiële compensatie, kan de conferentie zomaar mislukken.