Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

Bescherm onze kinderen tegen de Sint

Het is onbegrijpelijk voor een kind dat de Sint plotseling angstaanjagend op grote posters staat.

Onaanvaardbaar dus dat die filmposters overal hangen.

Sinds ik vorige week een klacht indiende bij de Reclame Code Commissie, is er al veel gesproken over ‘de Sint-posters’. Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand?

Op 11 november verschijnt de komische horrorfilm Sint van regisseur Dick Maas. Ter promotie worden er door het land filmposters aangeplakt. Posters van een horror-Sint dus. In de bushokjes is het gezicht van Sint, dat het midden houdt tussen hellehond en skelet, goed te zien. Voor een kind is dat doodeng. Zelfs een volwassene schrikt van deze Sint op abri-formaat. Als Dick Maas en distributeur A-film beweren dat het een ‘softe’ poster is die niet eng is, liegen ze: ze maken reclame voor een horrorfilm voor 16+.

Met angst leren omgaan hoort uiteraard bij het leven. Maar dat is alleen zinvol als het voor kinderen te hanteren en te verteren is. Enge sprookjes beginnen niet voor niets met ‘Heel lang geleden, in een land hier ver ver vandaan…’ Zo kunnen kinderen er innerlijk afstand van nemen. Dat kan niet met deze poster. Sint komt immers rond deze tijd naar Nederland. Bovendien is hij geen abstracte sprookjesfiguur waarbij een kind zijn eigen beelden mag vormen. Hij is een realiteit: Sinterklaas komt op school, op het kinderdagverblijf en soms zelfs thuis.

Gehoorde tegenargumenten zijn ‘Je kunt het een kind toch uitleggen?’ en ‘Dat is toch niet eng, het is eerder grappig’. Je kunt een kind inderdaad van alles uitleggen. Maar de kracht van het beeld is groter. De Sint is een beeld waar de betekenis ‘kindervriend’ aan is gekoppeld. Dat deze goedheiligman plotseling angstaanjagend verschijnt op grote posters is voor een kind onbegrijpelijk. Verbaal uitleg geven voorkomt niet dat het beeld van Sinterklaas dan al is beschadigd. En zo’n Sint from hell voor grappig verkopen lukt geen ouder. Misschien zien pubers en zwartgallige volwassenen deze Sint als dolkomisch, maar dat gaat zeker niet op voor kinderen. Eng en grappig zijn voor hen nog onverenigbaar. Zwarte humor is niet aan kinderen besteed.

Volgens Maas moeten we maar zeggen dat het om een ‘rare neef van de Sint’ gaat. Een peuter of kleuter kan dat niet plaatsen. Sinterklaas heeft helemaal geen familie, en zeker geen slechte neef. En een kind dat kan lezen snapt het ook niet: er staat toch groot ‘Sint’ op? A-Film, Dick Maas en acteur Huub Stapel hebben zich geen moment verdiept in hoe jonge kinderen de wereld waarnemen en welke indruk deze poster in hun psyche zal achterlaten. Gelukkig hebben anderen dat wel gedaan. Patti Valkenburg is cum laude afgestudeerd op een proefschrift over de invloed van televisie op de fantasie van kinderen. Zij stelt dat tot de leeftijd van een jaar of vijf alle informatie in reclame voor waar gehouden wordt. Kinderen tussen 5 en 8 jaar bevinden zich in een overgangsfase. Hun vermogen om fantasie en realiteit te onderscheiden wordt groter, maar alles wat er realistisch uitziet, bestaat voor hen echt. Sinterklaas is een gezagsfiguur. Een gezagsfiguur veranderen in een horrorfiguur maakt kinderen extreem bang. Die beelden blijven hangen.

Jacques Meulman is psycholoog. Hij zegt dat aan het beeld van Sinterklaas het oordeel ‘kindervriend’, in de zin van ‘waarachtig en betrouwbaar’ is gekoppeld. Het jonge kind is heel gevoelig voor beelden omdat het nog zo open en vol vertrouwen tegenover de wereld staat. Het gaat er immers vanuit dat wat de grote mensen doen goed is. Sommige beelden gaan aan kinderen voorbij omdat ze niet aansluiten bij de innerlijke beeldenwereld van het kind, maar niet in het geval van deze poster. Het beeld van Sinterklaas leeft immers in de kinderen. Op deze poster wordt het oorspronkelijke beeld van zijn integriteit ontdaan en krijgt het de lading van ‘kwaadaardig en onbetrouwbaar’. Elk kind zal, vroeg of laat, heus wel beseffen dat Sinterklaas niet bestaat maar kunnen blijven geloven in de kwaliteit waar het beeld naar verwijst. Meulman: „Het beeld op deze poster corrumpeert die kwaliteit op onaanvaardbare wijze en stelt de ouders voor de onmogelijke taak hun kind iets uit te leggen waar eigenlijk (nog) geen woorden voor zijn.”

Het sinterklaasfeest is een lange Nederlandse traditie waarin Sint Nicolaas de belichaming is van het goede. Omdat kinderen de wereld voornamelijk in beelden waarnemen, en een abstractie als ‘het goede’ niet snappen, is het beeld van Sinterklaas als goedheiligman ongelooflijk waardevol. Als de verfilming van Sinterklaas met respect voor de oorspronkelijke betekenis en de belevingswereld van het kind gebeurt, is er niets aan de hand. Maar wanneer kinderen geconfronteerd worden met een gruwel-Sint, is er wel degelijk wat mis. Deze Sint is de absolute tegenstelling van alles wat kinderen aan het sinterklaasfeest kunnen beleven.

Als ouders probeer je je kind veiligheid te geven. Maar daar heb je de samenleving bij nodig. Het is dus nogal makkelijk als Dick Maas beweert dat ouders wel een draai aan de poster kunnen geven. Dit soort pedagogisch gejongleer moet niet van ouders gevraagd worden wanneer het ook kan worden voorkomen. Niet voor niets worden ouders gewaarschuwd wanneer ze hun kinderen op internet laten. Daar zijn filters voor. Laat de Reclame Code Commissie alsjeblieft het filter zijn dat deze poster weghoudt uit de publieke ruimte.

Johan Nijenhuis is regisseur en filmproducent, o.a. van Costa! en De Storm.