Antiek oliestel nu met een snoer er aan

Sloom koken – slow cooking – was een gebruikelijke wijze van koken. Pruttelen op een kachel of op een oliestel. Kachel verdween, oliestel in het museum, maar het slome koken is terug, elektrisch.

Het begon jaren geleden in de Verenigde Staten en nu hebben ook hier gespecialiseerde kookwinkels zoals de vestigingen van Oldenhof in Hilversum, Amersfoort en Zwolle, er verschillende apparaten voor. Aanrechtkastelen zijn het. Voor wie maar twee keer per jaar erwtensoep maakt, wat fantastisch gaat, staat een slow cooker de rest van de tijd vooral vreselijk in de weg. Maar bekijk het anders. Je bent arme student of anderszins arm en woont op een kamer met alleen een stopcontact. Dan is een slome koker de best denkbare aanschaf, een goede investering want wat je er in stooft – afgedankte paarden en kippen maar ook gedroogde bonen – kost bijna niks en je maakt er de meest smakelijke gerechten in. Alles lukt en je hoeft er niet voor thuis te blijven. Het apparaat bereidt de maaltijd en houdt het eten warm, ook als je het laat maakt vandaag.

In bruikleen, een slow cooker van Cuisinart die in de winkel 120 euro kost. Een grote. Er zou zes liter stoverij in gemaakt kunnen worden. In een roestvrijstalen bunker moet een ovalen keramische schaal zakken. In de schaal wordt het maal gaar gestoofd. Er past een glazen deksel op. Vier temperatuurstanden zijn mogelijk, 74, 78, 84, en 94 graden Celsius. Waarom precies die temperaturen kan de importeur niet verklaren; 'het is uitgekiend'.

In elke stand kan het apparaat tot 24 uur aaneen warmte produceren. Dat lijkt overdreven lang, maar wat te doen als buurman de jager een oude gans bracht. Twee grote taaie borstfilets zitten er aan waar in de snelle keuken niets mee te beginnen is. De slow cooker maakt ze verteerbaar. Urenlang op de laagste stand in wat bouillon, dan is het taaie er af en eet je vorstelijk een vogel.

Zorgvuldig koken hoeft hierbij niet. Ik maakte niet eerder zo een smakelijke hachee bij zoveel nonchalance. Alles in de stenen schaal gedaan, ding aangezet op 84 graden en vier uur niet meer naar omgekeken. Hetzelfde met twee soepkippen, die samen net in de schaal passen. Al bij 78 graden vallen ze na drie uur stoken van de botten.

Koken moet bij 100 graden en hoger, hebben we geleerd, maar dat hoeft helemaal niet. Minder warmte bij meer tijd geeft goed en soms beter resultaat. Pasta bijvoorbeeld, wordt ook bij 94 graden gaar. Moest ik helemaal opnieuw beginnen, dan was het met een slow cooker.

De stenen kom wordt verwarmd door het apparaat waar hij in staat, maar hoe? De summiere gebruiksaanwijzing in verschillende talen en in beroerd Nederlands (‘De kookrecipiënt op de sokkel plaatsen’, als bedoeld wordt dat de bak met voedsel in de machine moet zakken) vertelt er niets over.

Maar er zijn twee uitdagende boutjes zichtbaar die kennelijk de onderdelen van het apparaat bijeen houden. Het is onbeleefd om een iets in bruikleen open te maken, maar ik wilde het weten. En kwam er niet achter. Geen gloeispiraal gevonden, er zitten twee draden vast aan de metalen binnenwand, het lijkt wel of de wand zelf warm wordt van de stroom die er doorheen wordt gestuurd.

Dat is het niet, zegt Cuisinart. Rond de binnenwand zit als een broekriem om een buik, een verwarmingselement dat warmte overbrengt op de keramische schaal die die warmte goed kan opslaan en langzaam af geeft aan het voedsel. Het werkt in elk geval voorbeeldig.

Wouter Klootwijk