Agitators gijzelen de Amerikaanse politiek

Bij de Congresverkiezingen in de VS maken opvallend veel radicale kandidaten kans te winnen. De opruier is in opmars in het politieke debat.

Tom-Jan Meeus

Het krijgt weinig aandacht te midden van de campagnes van de honderden kandidaten voor de Amerikaanse Congresverkiezingen op 2 november, maar in Colorado voltrekt zich een mirakel. In die staat komt de radicale Tom Tancredo, bijgenaamd ‘Tom de Bommengooier’, in peilingen nog maar 5 procent aan stemmen tekort voor het gouverneurschap. Zes weken geleden stond Tancredo 25 procent achter, overeenkomstig de marginale positie die hij vanouds op de uiterste rechterflank van het politieke spectrum inneemt. Nu kan hij zo maar de baas worden van Colorado: een staat met vijf miljoen inwoners, het land van de Rocky Mountains, vijf keer zo groot als Nederland.

Tom Tancredo is van het type dat in de Amerikaanse politiek en media snel terrein wint: de agitator. Een radicaal die buitenissige opmerkingen maakt om aandacht te trekken of discussies open te breken. Tancredo werd bekend met zijn verzet tegen illegale immigratie. En hij stelde ooit voor een atoombom op Mekka en Medina te gooien als vergelding voor een eventuele terreuraanslag van moslims in de VS.

Zulke opmerkingen zijn onderdeel van een strategie, legde Tancredo dit voorjaar in deze krant uit. „Als je iets wilt bereiken, moet je bereid zijn dingen te zeggen waardoor mensen pissed op je worden.” Wie woede losmaakt, is op de goede weg. „Pas als ze je gaan bestrijden kom je ergens.”

Tot voor kort was de agitator vooral een politieke aangever. Geen bestuurder. Een agitator werd bekend dankzij zijn radicaliteit, maar het establishment wees hem af. Tancredo overkwam het twee jaar geleden, toen hij een gooi deed naar het presidentschap. Hij moest het opgeven nog voordat de eerste Republikeinse voorronde werd gehouden.

Zijn comeback dit jaar, mede dankzij de conservatieve Tea Party-beweging, staat niet op zichzelf. Bij de aanstaande Congresverkiezingen voor de Senaat, het Huis van Afgevaardigden en gouverneursposten maakt een hele reeks kandidaten kans op een zege, die een paar jaar terug nog in de marge van hun partij opereerden. De Tea Party is een belangrijke leverancier, maar niet de enige.

Vervolg Glenn Beck, de ultieme agitator: pagina 5

In Amerika groeit de mildheid over populisme

De VS hebben een traditie van extreme kandidaten. Van senator Joe McCarthy die in de Koude Oorlog de klopjacht op het rode openden, tot ex-worstelaar Jesse Ventura, gouverneur van Minnesota van 1999 tot 2003. „Maar het aantal extremisten is dit jaar uitzonderlijk hoog”, zegt John Avlon, een ongebonden strateeg die in 2008 werkte voor de presidentscampagne van Republikein Rudy Giuliani. Avlon is bezorgd over het verschijnsel en publiceerde dit jaar het boek Wingnuts. How the Lunatic Fringe is Hijacking America.

Afgezien van de bekende verklaringen – populisten gedijen bij een recessie, nieuwe media stimuleren polarisatie – speelt er iets anders, zegt hij. Er is, vooral het laatste jaar, een „merkwaardige mildheid” opgetreden tegenover agitators.

De voortekenen waren er al. Twee invloedrijke politieke journalisten, John Harris (hoofdredacteur van website Politico) en Mark Halperin (vaste medewerker van weekblad Time), beschreven in 2006 in het boek The Way To Win dat de Amerikaanse politiek een freak show is geworden. Het format van het 24-uursnieuws op kabelzenders is tegenwoordig de norm: politiek als permanente discussie tussen extremen.

Maar het establishment, schreven Harris en Halperin, onderschatte nog altijd het effect van de polarisatie. Volgens de twee verloor John Kerry in 2004 van Bush omdat Democraten de groeiende invloed van agitators niet zagen. Een van de invloedrijkste voorbeelden was volgens hen in 2004 Ann Coulter, een conservatieve blondine die haar agressieve afkeer van links op televisie afwisselde met grappen over de „elitaire” kleding van Kerry.

Nadat Harris en Halperin in 2006 hun punt maakten, gingen media agitators anders behandelen. Niet alleen kabelnieuws en frivole talkshows deden een beroep op ze in de campagne van 2008. Ook serieuze media begonnen talkradio-ster Rush Limbaugh even serieus te nemen als klassieke commentatoren. Veelzeggend was het Time-artikel uit september 2009 waarin Glenn Beck, toen de nieuwe ster van FoxNews, werd gepresenteerd als de man die „de angst en woede van miskende Amerikanen een stem geeft”. Kop: ‘De Agitator’.

De milde houding van media tegenover extreme politici en commentatoren beperkt de ruimte van Republikeinse leiders om zich tegen hen af te zetten, zegt Avlon. Toen eind jaren vijftig de patriottische John Birch Society opkwam, die suggereerde dat president Eisenhower in werkelijkheid een Sovjet-agent was, noemde William F. Buckley, de grondlegger van het moderne conservatisme, het „paranoia en idiotie”. Avlon: „Maar nu durft geen Republikein meer tegen Rush Limbaugh of Glenn Beck op te staan.”

FoxNews voelde de trend haarfijn aan. Tot Obama’s verkiezing moest de conservatief Sean Hannity, afkomstig van talkradio, het op de zender stellen met een progressieve tegenhanger. Die verdween. En vanaf Obama’s inauguratie kreeg Beck, ook groot geworden in talkradio, dagelijks zijn eigen uur op de zender. (Tegelijk heeft Fox nu drie potentiële Republikeinse presidentskandidaten als commentator: Sarah Palin, Newt Gingrich en Mike Huckabee.)

„Het format van talkradio is doorzichtig”, zegt Avlon. „Ze bereiken een klein, maar zéér gemotiveerd publiek dat groeit naarmate ze meer conflict, angst en rancune verspreiden.” FoxNews nam die aanpak over. „Zo wordt dit land gegijzeld door extremisten”, aldus Avlon.

Vooral Beck, een ultralibertaire mormoon, gaf de afgelopen twee jaar de maat aan. Zijn samenzweringstheorieën worden spontaan geconstrueerd – hij trekt ze even gemakkelijk weer in. Hij is gedreven, emotioneel, en on-Amerikaans somber. Bijna dagelijks betrekt hij een stelling die zo buitenissig is – ‘Obama is een racist’, ‘Obama haat blanken’, ‘Obama is een heimelijke socialist’ – dat zijn tegenstanders zelden over hem uitgepraat raken. Precies wat een agitator groot maakt.

Zo werd het 2010. De president was zwart, de Democraten waren aan de macht, de recessie liet diepe sporen na, uitzicht op snelle oplossingen ontbrak. Glenn Beck toonde hoe je mensen onder deze omstandigheden kunt enthousiasmeren. Hij liet ze in augustus voor een demonstratie met duizenden naar de Mall in Washington komen onder het banier Restore Honor, herstel ons eergevoel.

De agitator wees de politici de weg. „En zo komen we dit jaar aan al die kandidaten die hem nadoen”, zegt Avlon.