Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Ach, je gaat er niet dood van

De bekende terrorisme-expert Jessica Stern komt met een persoonlijk relaas over de jeugdervaring die haar leven bepaalde. Een meedogenloos en daarom indrukwekkend boek, vindt Beatrijs Ritsema.

Jessica Stern: Denial. A Memoir of Terror. HarperCollins, 300 blz. €25,75. De vertaling door Mieke Hulsbosch verschijnt op 12 november bij Nieuw Amsterdam als Ontkenning.

Jessica Stern is als terrorismedeskundige verbonden aan Harvard en het Hoover Institute, de denktank van Stanford University. Voor haar werk bij de Amerikaanse veiligheidsdienst reisde zij af naar vele internationale brandhaarden om onderzoek te doen en met terroristen zelf te spreken. Voor dit soort werk is onverschrokkenheid nodig en Stern beschikt hierover in hoge mate. Hoe gevaarlijker de omstandigheden, hoe beter ze functioneert, schrijft zij over zichzelf in haar boek Denial: ‘Als het vliegtuig naar beneden valt, ben ik degene die je achter de knoppen wilt hebben zitten.’

In het autobiografische geschrift Denial zoekt Stern naar de bronnen van haar fascinatie voor terreur. Die speurtocht werd in 2006 in gang gezet door een telefoontje van de politie uit Concord, Massachusetts, waar ze opgroeide. Een rechercheur wil de nooit opgeloste verkrachtingszaak uit haar jeugd heropenen, omdat hij meent te weten wie de dader is. In 1973 was Jessica Stern 15 jaar. Op een avond dat zij en haar zusje van 14 alleen in het huis van hun stiefmoeder waren, was er een man binnengedrongen die hen allebei onder dreiging van een pistool verkracht had. Na afloop vertelde hij dat het een speelgoedpistool was.

Deze gruwelijke ervaring was Stern natuurlijk niet echt vergeten, anderzijds stond haar in de jaren daarna weinig anders te doen dan de gewelddaad zo goed en zo kwaad als het ging te verdringen. Een andere oplossing was er niet – zij en haar zus moesten toch door met hun leven. Ze zat er dan ook niet op te wachten om deze geschiedenis op te rakelen, maar ze kreeg de beschikking over de politiedossiers van 33 jaar geleden met de getuigenverklaringen van haar en van haar zus en begon ten slotte met tegenzin erin te lezen.

Denial is een bloedstollend verslag van wat er gebeurde op die oktoberavond in 1973, de weerslag daarvan op Sterns persoonlijke ontwikkeling, een levensbeschrijving van de dader/ terrorist via interviews met diens vrienden, en een hartverscheurende familiegeschiedenis.

Stern krijgt de identiteit van de dader te horen. Deze Brian Beat, die inmiddels zelfmoord heeft gepleegd, werd twee weken na haar verkrachting gearresteerd als verdachte in drie andere verkrachtingszaken, waarvoor hij ook veroordeeld werd tot een paar jaar gevangenisstraf. Vele jaren na zijn vrijlating werd Beat geïdentificeerd als de persoon die 44 jonge meisjes verkrachtte tussen 1971 en 1973 in een en dezelfde regio, allemaal onder dezelfde omstandigheden: in hun eigen huis en met een neppistool.

Het is onvoorstelbaar tot hoe weinig verontrusting dat in die tijd leidde bij de politie, laat staan dat er sprake was van enige coördinatie tussen politiebureaus. In Sterns zaak meende de politie dat er sprake moest zijn van een bekende van de meisjes, ondanks hun ontkenning, en deed weinig moeite voor de opsporing.

Fantasieën

In het evaluatierapport van een psychiater, opgemaakt tijdens Beats verblijf in de gevangenis, leest Stern dat de veroordeelde ‘geen seksueel gevaarlijk persoon is’ – dit omdat de drie verkrachte meisjes tijdens hun verhoor hadden gezegd dat er verder geen fysiek geweld aan te pas was gekomen. Na het lezen van deze passage wordt ze besprongen door gewelddadige fantasieën, waarin ze het geleerde hoofd van de psychiater met een baseballknuppel tot moes slaat.

Je kunt niet anders dan concluderen dat verkrachting destijds, voordat het feministische gedachtengoed mainstream was geworden, niet gold als een verschrikkelijke misdaad, in ieder geval niet als iets waar de politie intensief achterheen ging. Verkrachting is afschuwelijk, maar het gebeurt nu eenmaal en dood ga je er verder niet aan – dat was zo’n beetje de gangbare houding die, onbedoeld en onbewust, ook in het gezin van Jessica Stern aan de dag werd gelegd. Vader Stern, die op zakenreis in Scandinavië was en per telefoon op de hoogte werd gebracht, kwam niet meteen terug, maar hield vast aan de geplande terugreis een paar dagen later. Dit was een van de vele in het dossier opgetekende feiten, die Stern volkomen was vergeten en die zich nu weer met verbijsterende kracht aan haar opdrongen.

In lange gesprekken met haar vader, met wie ze altijd een liefdevolle verhouding had, probeert ze te ontrafelen waar de algehele zwijgzaamheid en het wederzijds onvermogen vandaan kwamen. Ook vóór de verkrachting was er al sprake van een gewond gezin. Op haar derde verloor Jessica haar moeder aan een klierziekte. Waarschijnlijk was haar dood te wijten aan de grootvader, een arts met een heilig geloof in röntgenstraling als panacee voor alle kwalen, die zijn dochter probeerde te redden en onvergeeflijk faalde in de doses die hij toediende.

Sterns vader hertrouwde ijlings na de dood van zijn vrouw en scheidde tien jaar later voor een nieuwe vrouw. De eerste stiefmoeder voelde zich geen moeder meer, de tweede stiefmoeder werd door de kinderen niet geaccepteerd. Over niets van dit alles werd gesproken. De vader was toch al niet geneigd tot spreken over gevoelens, want hij was als jood in Duitsland opgegroeid in de aanloop tot de nazigruwelen, had allerhande terreur meegemaakt, tot zijn gezin net op tijd in 1938 wist te ontsnappen naar Amerika. Alle achterblijvers van zijn familie kwamen om in de concentratiekampen.

Onrecht

De enige manier voor de vader om zich te verstaan met het onrecht en de vernedering die hij had meegemaakt was om zijn blik op de toekomst gericht te houden. Terugkijken en proberen het te begrijpen heeft geen zin. Je moet jezelf redden en dat kan alleen door harder te worden dan je tegenstander.

Dat was precies de boodschap die Stern zich door haar opvoeding heeft eigengemaakt. Ze werd haar eigen achternaam. Ten koste van een prijs. De verkrachting beroofde haar van de mogelijkheid om nog pijn en angst te ervaren. In plaats daarvan kwam onaangedaanheid, die haar in haar werk in het domein van terroristen goed van pas kwam, maar die haar vaak opbrak in gewone intermenselijke relaties.

Stern wil geen slachtoffer zijn. Net als iedereen heeft ze stiekem een hekel aan slachtoffers, omdat ze zwak zijn en geslagen met onuitsprekelijke walgelijkheid. Hun angst, woede en pijn vervormen zichzelf tot schaamte en op deze giftige cocktail kan maar beter het deksel blijven zitten. Zwijgen en ontkennen wordt dan het devies. Schaamte en vernedering vormen een voedingsbodem voor barbaarsheid, analyseert Stern, wanneer ze haar gedachten laat gaan over de psyche van de terrorist. Oftewel waar je mee omgaat, daar word je door besmet.

Denial kun je in zekere zin een barbaars boek noemen. Sterns toon is rauw en meedogenloos, ook ten opzichte van zichzelf. Tegelijk is het de ultieme wraakoefening van iemand wie onrecht is aangedaan en die korte metten maakt met haar schaamte. Vader en dochter verzoenen zich dan ook op het punt dat het beter is te spreken dan te zwijgen. Het gaat erom dat de pijn erkend wordt.

Op 15 november treedt Jessica Stern op bij de Openbare Bibliotheek Amsterdam. www.obalive.nl