Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Boeken

Waar gelachen wordt, vallen slachtoffers

Waarom is de ene grap leuk en de andere flauw? Omdat bij humor strenge wetten gelden.

Het boek Humor? Doe het zelf! omvat een theorie van de grap.

Humor is persoonlijk. Niet alleen houden sommigen van grof en anderen van fijntjes, het kan zelfs zo zijn dat dezelfde grap uiteenlopende interpretaties krijgt. Wie of wat in deze cartoon het slachtoffer is, hangt af van de politieke voorkeur van de beschouwer. Van links naar rechts worden hier op de hak genomen: wij decadente westerlingen met onze luxeproblemen, het romantisch exotisme, de teleurstellend hoge brandstofconsumptie van de Porsche 911 en de altijd leugenachtige buitenlanders die ons rijke westerlingen meer ontwikkelingshulp proberen te ontfutselen met hun jankverhalen.
Humor is persoonlijk. Niet alleen houden sommigen van grof en anderen van fijntjes, het kan zelfs zo zijn dat dezelfde grap uiteenlopende interpretaties krijgt. Wie of wat in deze cartoon het slachtoffer is, hangt af van de politieke voorkeur van de beschouwer.

Van links naar rechts worden hier op de hak genomen: wij decadente westerlingen met onze luxeproblemen, het romantisch exotisme, de teleurstellend hoge brandstofconsumptie van de Porsche 911 en de altijd leugenachtige buitenlanders die ons rijke westerlingen meer ontwikkelingshulp proberen te ontfutselen met hun jankverhalen.

De Amerikaanse schrijver E.B. White vond dat je humor nooit moet ontleden. Hij vergeleek het met het ontleden van kikkers: het is nogal saai, en na afloop zit je met dode kikkers.

Daar zit natuurlijk wat in.

Toch kunnen wij ons voorstellen dat je op een dag zin krijgt om je in de theorie van humor te verdiepen. Bijvoorbeeld omdat je even bent uitgekeken op je bak met hagedissen, of omdat je gestoord wordt van je modelspoortrein die altijd hetzelfde rondje rijdt. (Waarmee we overigens niet willen suggereren dat alleen wereldvreemde nerds interesse zouden hebben in de theorie van humor.)

Laten we dus toch maar eens een poging wagen om wat dieper op de graptheorie in te gaan, al is het maar voor die paar malloten die ook van kikkers kunnen houden als ze in kleine stukjes verspreid over een laboratoriumtafel liggen.

Als je goed kijkt naar een grap, zie je dat die – net als een kikker – is opgebouwd uit een paar vaste onderdelen. Zo valt in elke grap een slachtoffer te betreuren, is er altijd sprake van emoties en eindigt een grap zonder uitzondering in een verrassing, ook wel de clou genoemd.

In deze voorpublicatie behandelen we het slachtoffer.

Het is niet iets om trots op te zijn, maar mensen schieten alleen in de lach als er een slachtoffer valt. Every joke has a butt, zeggen de Amerikanen. Het slachtoffer kan een levend wezen zijn, een historische figuur, een denkbeeld, een verschijnsel, een instituut, een bepaalde groep uit de samenleving en in het geval van zelfspot ook de maker van de grap zelf, maar altijd sneuvelt iets of iemand op het moment dat er wordt gelachen.

Ter illustratie een paar voorbeelden uit de archieven van Dit Was Het Nieuws:

Veel mensen denken dat het Europese parlement alleen maar geld verspilt aan het vertalen van lange vergaderingen. Dat is natuurlijk onzin. Er is ook geld nodig voor buffetten, recepties en snoepreisjes.

MICHA WERTHEIM

Het vervelende aan fossiele energiebronnen is dat ze uiteindelijk ooit opdrogen. Je zou eigenlijk een auto moeten maken die rijdt op het gedram van Prem Radhakishun.

ROB URGERT

Ruud Lubbers was dolblij toen de aanklacht wegens seksuele intimidatie werd ingetrokken. ‘Ik was extatisch!’, aldus Ruud. ‘Ik rende mijn kantoor binnen en heb spontaan de koffiedame verkracht. Zal je zien dat ik daar ook weer last mee krijg.’

SANDER VAN OPZEELAND

Nederlandse spionnen van de AIVD wisten niet dat Pim Fortuyn vóór de moord al vaak bedreigd was. Een medewerker verklaarde: ‘Die berichten stonden waarschijnlijk precies op die plek in de krant, waar wij onze gaten knippen als we iemand onopvallend in de gaten willen houden.’

OWEN SCHUMACHER

Het slachtoffer is in deze voorbeelden steeds makkelijk aan te wijzen: achtereenvolgens feestvierende Europarlementariërs, druktemaker Prem, testosteronkanon Ruud Lubbers en onze onvolprezen Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Maar het is niet altijd even helder wie de pineut is. Wie (of wat) is bijvoorbeeld het slachtoffer in de cartoon die hiernaast staat afgedrukt?

Deze grap heeft een nogal abstract slachtoffer. Hier wordt de neiging van de mens tot overmatig en zinloos consumeren op de hak genomen. Dat zal leiden tot een veel minder uitbundige lach bij het grote publiek (dat immers niets liever doet dan overmatig en zinloos consumeren). Wat natuurlijk niet wil zeggen dat de grap ook minder leuk is.

Het mooie van humor is dat het zelf niet discrimineert; het doelwit kan alles zijn. Het kan een klein slachtoffer zijn, zoals een mug in je slaapkamer, of een groot slachtoffer, zoals een mafkees met een kernbom. Het kan een gemeenschappelijk gehate vijand zijn, zoals Osama bin Laden, of iemand waar alleen jij gestoord van wordt, zoals Gijs Staverman. Het kan een halve gek zijn, zoals Geert Wilders, of iemand die door het halve land op handen wordt gedragen, zoals Geert Wilders.

De dankbaarste slachtoffers zijn personen die het verder hebben geschopt dan wijzelf.

Dat noemen we easy targets.

Grappen over Ruud Lubbers die zich vergrijpt aan zijn secretaresse zullen meer bijval krijgen dan leuke opmerkingen over een bijstandsmoeder wier kind is afgepakt door Bureau Jeugdzorg.

Het imiteren van Willem-Alexander zal leiden tot luidere lachsalvo’s dan het publiekelijk te kakken zetten van een dakloze invalide.

Dat is logisch als je kijkt naar een van de belangrijkste functies van humor, namelijk dat het mensen terugbrengt tot hetzelfde niveau. Of je het nou leuk vindt of niet: humor maakt ons tot gelijken.

Humor egaliseert, en daarom hebben mensen die zichzelf als intelligent en kritisch zien het er soms nogal moeilijk mee. Als een volle schouwburgzaal smakelijk om een grappenmaker lacht en je zit er zelf tussen, dan kun je nog zo hoogopgeleid zijn of zo’n verfijnd gevoel hebben voor kunst en literatuur, maar dan ben je op dat moment gewoon een onderdeel van de massa.

En als er iets is waar hoogopgeleide mensen de schurft aan hebben, dan is het wel aan onderdeel zijn van de massa. Dan kun je net zo goed niet hoogopgeleid zijn. Daarom roepen mensen zo graag dat ze al om Jiskefet moesten lachen, toen nog niemand ervan had gehoord. En daarom maken zure recensenten graag korte metten met succesvolle cabaretiers en performers. Dat verheft ze boven het gepeupel dat er dom en massaal om zit te gillen van plezier.

Zo werd John Lanting, de koning van het Theater van de Lach, tijdens zijn loopbaan verketterd en bespot in alle ‘serieuze’ media. Pas toen hij was gestopt, durfde het journaille hem in ere te herstellen en toe te geven dat het ontzettend veel kwaliteiten vergt om een volle schouwburgzaal in trance te brengen.

De reputatie van André van Duin maakte ongeveer dezelfde lus.

Overigens is het bij het maken van een grap niet genoeg om te weten wie je slachtoffer gaat worden, je moet hem ook keihard willen raken.

Mark Twain beweerde dat de lach het enige werkzame wapen van de mensheid is. Dus zoek een lekker slachtoffer uit, doop je pijlpunt in het meest dodelijke gif dat je kunt vinden, en schiet hem dwars door het borstbeen in het hart.

Dolf Jansen is een soort kruising tussen Freek de Jonge en Piet Bambergen; iemand met een bril die eruitziet alsof die al een tijdje dood is.

SANDER VAN OPZEELAND

Sharon Dijksma is zwanger. De politie kan voorlopig slechts gissen naar de motieven van de dader.

MICHA WERTHEIM

Een goed slachtoffer is de helft van de grap. Er zijn wel uitingen van humor die het proberen te stellen zonder slachtoffer, zoals bepaalde woordspelingen en anti-humor. Maar dat is juist de reden waarom deze door een flink deel van de bevolking worden afgedaan als flauw of onbegrijpelijk.

Het is geel en het hangt achter je auto? Een banaanhangwagen.

Het is wit en het ontploft? Boemkool.

Wie dit de leukste grappen vindt, heeft nog een lange weg te gaan. Al neemt het niet weg dat mensen met talent ook in het meer absurde humorgenre kleine pareltjes kunnen laten ontstaan:

De driepuntsautogordel was een enorme verbetering op de tweepuntsautogordel, wat weer een enorme verbetering was op de éénpuntsautogordel, wat eigenlijk een volstrekt nutteloze sliert in de auto was.

RONALD GOEDEMONDT

Concluderend, zoek allereerst een goed slachtoffer uit, en onthoud: het kan alles zijn. Vind je het aanvankelijk nog wat moeilijk om gehakt te maken van de naoorlogse containment-politiek of om Vygotsky’s sociaal constructivisme onderuit te schoffelen, richt je kanonnen dan gewoon op het overgewicht van onze kroonprins, op bekende Nederlanders met hun slappe gelul, op de graaimentaliteit van politici, profvoetballers en andere patsers, en de mensen om je heen zullen spoedig in een daverend gelach uitbarsten.

Zo niet, zullen ze toch op zijn minst instemmend knikken.

Deze situatie is, omwille van de grap, natuurlijk enorm overdreven. Maar het is toch herkenbaar. Je hebt van die mensen die geen enkel idee lijken te hebben van wat er in de ander omgaat. Soms zijn ze niet eens expres bot, maar dan nog: woedend maken ze ons, hun slachtoffers.

Maar er zijn er ook die niet kwaad worden in dit soort situaties. Mensen die in de humorbranche werkzaam zijn, bijvoorbeeld, kunnen hiervan genieten. Ze prijzen zich gelukkig dat ze in het echte leven iets meemaken dat eigenlijk in The Office thuishoort, en geven hun ogen en oren goed de kost: dit is mooi materiaal om nog eens te gebruiken!

Humor is persoonlijk.

Niet alleen houden sommigen van grof en anderen van fijntjes, het kan zelfs zo zijn dat dezelfde grap uiteenlopende interpretaties krijgt.

Wie of wat in deze cartoon het slachtoffer is, hangt af van de politieke voorkeur van de beschouwer.

Van links naar rechts worden hier op de hak genomen: wij decadente westerlingen met onze luxeproblemen, het romantisch exotisme, de teleurstellend hoge brandstofconsumptie van de Porsche 911 en de altijd leugenachtige buitenlanders die ons rijke westerlingen meer ontwikkelingshulp proberen te ontfutselen met hun jankverhalen.

Rob Urgert is cabaretier en wetenschapper. Bastiaan Geleijnse is een van de drie makers van de strip ‘Fokke & Sukke’. Beiden schreven teksten voor ‘Dit Was Het Nieuws’. Samen speelden zij de voorstelling ‘Spoedcursus Humor’. Voorpublicatie uit: ‘Humor? Doe het zelf!’ Uitg. Prometheus, € 15,-