Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

Mode en film: de band is altijd innig geweest

De film- en modewereld zijn bijna een twee-eenheid.

Nu heeft ook ontwerper Yves Saint Laurent zijn eigen documentaire: L’amour fou, over zijn liefdesleven.

Hubert de Givenchy en Audrey Hepburn; Giorgio Armani en Richard Gere in American Gigolo; Jean Paul Gaultier en Peter Greenaway in The Cook, the Thief, his Wife and her Lover; en Yves Saint Laurent en Catherine Deneuve in onder meer Belle de jour. De lijst couturiers die kostuums ontwierpen voor films en hun muzen, de filmsterren, is eindeloos.

De band tussen film en mode is zo oud als het medium zelf. De kostuums van de sterren verkopen een droom: dat de toeschouwer thuis zelf een filmster wordt in het leren motorjack van Marlon Brando, de gangsterpakken uit Reservoir Dogs, de jurken van Carrie Bradshaw uit Sex and the City of de knuffelzachte mohair truien die modemaker Tom Ford ontwierp voor Colin Firth, in zijn speelfilmdebuut A Single Man.

Al signaleerde The New York Times eerder dit jaar dat die rol langzamerhand is overgenomen door televisieshows. Een opmerkelijke uitzondering was Jean Paul Gaultier die zich voor zijn laatste zomercollectie naar eigen zeggen liet inspireren door 3D-spektakel Avatar. Maar zijn blauwe ruimtejurken en groene ecogewaden hebben zich nog niet in draagbare straatmode vertaald.

De modewereld leent zich ook als dankbaar onderwerp voor satire, of het nu de hysterie van Sacha Baron Cohens Brüno is of de schoenenparade uit The Devil Wears Prada. Want stiekem weten we natuurlijk allemaal dat zelfs die goed verpakte droom in werkelijkheid alleen overeind blijft omdat hij zo flinterdun en graatmager is.

Veel minder vaak bieden modeontwerpers zelf stof voor een film. De twee films over Coco Chanel (Coco avant Chanel met Audrey Tautou die het daarop meteen tot gezicht van het modehuis schopte en Coco Chanel & Igor Stravinsky) die vorig jaar in de bioscopen kwamen, vormen daarop een uitzondering. Documentaires zijn er genoeg. Van onze eigen Victor & Rolf (Because We’re Worth It), tot de biografie van ’s wereld beroemdste modeblad Vogue en zijn illustere hoofdredacteur Anna Wintour (The September Issue). Of het impressionistische portret van Wim Wenders van de Japanse modeontwerper Yohji Yamamoto (Aufzeichnungen zu Kleidern und Städten).

Bij Chanel was dat anders. Het leven van de eigengereide Coco, wier Bretonse visserstruien, herenpantalons en kleine zwarte jurkjes tot op de dag van vandaag tot de onmisbare kledingstukken van de moderne, zelfbewuste vrouw behoren, heeft dan ook genoeg zwarte gaten om met fantasie in te vullen en voldoende drama om als filmverhaal overeind te blijven. Armoede, minnaars, spil in het culturele leven van haar tijd (ze had niet alleen een verhouding met componist Igor Stravinsky, maar ontwierp ook de kostuums voor klassieke avant-gardefilms als Jean Cocteau’s Le sang d’un poète uit 1930 en negen jaar later voor Jean Renoirs La règle du jeu. Je kunt het nauwelijks bij elkaar verzinnen. Maar hoe het precies zat inspireerde twee heel verschillende regisseurs tot twee andere visies op haar leven.

Misschien dat daarom in de documentaire L’amour fou, die nu in de Nederlandse bioscopen komt, de mode van de twee jaar geleden overleden Yves Saint Laurent minder belangrijk is dan het verhaal van zijn leven, en met name zijn vijftig jaar durende verhouding met zijn levensgezel Pierre Bergé.

Een leven vol glamourgirls en bohémiens, catwalks en coke, en een kunstcollectie die de zoektocht naar ultieme schoonheid verraadt. Het Filmfestival Rotterdam wijdt er volgende februari zelfs een heel programmaonderdeel aan. ‘Out of Fashion’ moet laten zien hoe steeds meer modehuizen en beginnende ontwerpers film, video en online media gebruiken om hun waren aan de man te brengen.

Dat zoiets weer heel nieuwe kunstfilms oplevert bewijst bijvoorbeeld de animatiefilm Wonderwood (online te zien op onder meer YouTube) van de Britse gebroeders Quay, waarin sensuele dennenappels door een frivole specht tot parfum worden verwerkt.