Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Beeldende kunst

Mellors' eigen wereld kan tot grote hoogten reiken

expo

Nathaniel Mellors:

Ourhouse. T/m 5 december in De Hallen, Haarlem.****

Plotseling staat er een man in het huis van de familie Maddox-Wilson. Hij lijkt vrij gewoontjes, wat ouder, met wit haar en een kwabbig gezicht, en hij is gehuld in een wit trainingspak. Alleen: de man zegt niks. En hij beweegt nauwelijks. Nu is dat ook niet nodig, want zijn zwijgzaamheid wordt door de Maddox-Wilsons (Britse upper class, artistiekerig) ruimschoots gecompenseerd: gretig, bijna euforisch inspecteren ze de onverwachte gast die ze, opmerkelijk genoeg, nauwelijks als mens herkennen. „Mijn Eames-stoel!” roept Daddy, de vader-met-grijs-haar-en-staartje uit. „Een skittle?” zegt zijn vriendin. „Sickle?” vraagt zoon. „Cipher!” antwoordt vriendin. Al snel is de verwarring compleet, zowel bij de Maddox-Wilsons als bij de toeschouwer. Wat is hier in vredesnaam aan de hand?

Welkom in de wereld van Nathaniel Mellors (1974), waar tv-comedy, kunst en absurdisme een grotesk huwelijk aangaan. Mellors, nog maar twee jaar geleden afgestudeerd aan de Amsterdamse Rijksakademie, geldt als een van de grote talenten van de internationale kunst, en zijn presentatie in De Hallen laat inderdaad zien dat zijn werk uit elkaar spat van de ambitie. Ourhouse bestaat uit een video-installatie die drie afleveringen omvat uit Mellors’ gelijknamige absurde kunst-soap-comedy en twee werken uit een serie die een beetje zijn handelsmerk zijn geworden: bewegende koppen, die zijn opgebouwd uit Latex-maskers en ingenieuze elektronica die de maskers in staat stellen als semi-robots te bewegen, te praten en zelfs te kotsen, zoals een van de werken in Haarlem.

Onmiskenbaar is dat Mellors’ probleem: zijn ambitie, de potentiële reikwijdte van Ourhouse is zo breed dat het je als toeschouwer al snel duizelt. Grappen over de kunstgeschiedenis (een Maddox-Wilson-zoon krijgt een handgesneden kopie van het prehistorische vrouwenbeeldje Venus van Willendorf opgestuurd) worden afgewisseld met taalspelletjes en typisch Britse kroegjolijt. Toch, ondanks al die verwarring, krijg je in De Hallen het gevoel dat Mellors op bijzondere wijze aan iets aan het bouwen is – noem het een oeuvre, een eigen wereld, die nog ver kan uitdijen en die tot grote hoogten kan reiken. Dat is ook het mooie aan deze presentatie: Mellors’ wereld is weliswaar nog lang niet ‘af’, wie nu gaat kijken en even de tijd neemt heeft het gevoel dat hij een intrigerende zoektocht vanaf het begin kan volgen. Zelfs als Mellors faalt en in de vergetelheid verdwijnt, levert dat genoeg beelden en ideeën op die je niet meer vergeet.