Mahlers Zesde woelig

Kon. Concertgebouworkest/Lorin Maazel. Mahler, Symfonie nr. 6. 20/10 Concertgeb. A’dam. Herh.: 21,22,24/10. Radio 4 24/10,14.15u. ***

Een Mahler-jaar vraag om Mahlers in alle maten. Daarin schuilt ook de kracht van de Mahlercyclus bij het Concertgebouworkest. Acht dirigenten presenteren visies op tien symfonieën; zo blijft de Mahler-moeheid verre.

Na de tot nu toe inderdaad zeer verschillende Mahlers van Harding, Gatti, Jansons en Fischer gaat dirigent Lorin Maazel (80) deze week voor in Mahlers Zesde (‘Tragische’) symfonie, in vorm en inhoud de duisterste.

Maazel, zelf ook componist, is niet vies van onorthodoxe interpretaties, veel decibellen en langzame tempi. Het maakt de keuze hem de Zesde te laten dirigeren tot een navolgbare: die kan die breedte goed gebruiken.

Dat Maazel geen typische Mahler-dirigent zou zijn, is waar én onwaar. Maazel is wel degelijk gefascineerd door Mahlers werk – dat verraadt ook de cyclus die hij tussen 2003 en 2009 leidde als chef van het New York Philharmonic (en aldaar nog downloadbaar).

Maar Maazels blik op Mahler is wel zeer eigenzinnig. De dirigent – ook in zijn vuistzwiepende en heupwiegende gebaren overigens geen typische 80-jarige – legt Mahler onder zijn eigen componistenloep, wat leidt tot verrassende doorkijkjes en wendingen.

Extreem aan deze Zesde zijn de tempi. Maazel spint de van majeur naar mineur pendelende omzwervingen van de ‘held’ royaal uit, tot aan de hamerslagen die de laatste hoop tenslotte vermorzelen.

Soms wens je je een Zesde met meer warmte; de idyllische passages met celesta, harp en koebelletjes klinken hier als ballonnetjes waar flodderend de lucht uit ontsnapt (Allegro energico). In het Scherzo verrassen frisse helderheid en kamermuzikale kwaliteit, waarna het martiaal gebeuk in fortississisimo des te wreder aankomt.

Grote plus: Maazels contrasten en experimenten demonstreren effectief de grootse Mahler-kwaliteit van het Concertgebouworkest.