Taarten bakken redt zijn mode

Afgelopen augustus presenteerde modevormgever Simon de Boer in de Amsterdamse Oude Kerk The Bride: A therapeutic Catwalk. De installatie bestond uit een trouwjurk met meterslange sleep gemaakt van stukjes stof van honderden gedragen trouwjurken. Liefdesongeluk bestaat nu eenmaal, bedoelde De Boer met zijn troostende ontwerp.

Na een korte carrière als ontwerper van erotische bovenkleding voor mannen – „ik had de Marlies Dekkers van de mannemode kunnen zijn” – begon Simon de Boer (50) begin jaren negentig het label Wees Meester En Vormgever Van Jezelf (masterandcreator.com). Hij deed veel projecten op het snijvlak van kunst en mode.

Maar nu, zo mailt de ontwerper pers en vrienden, zit hij „totaal zonder opdrachten”. Ideeën heeft hij genoeg, maar het wachten is op de resultaten van de subsidieaanvragen. Omdat De Boer niet de bijstand in wil, creëert hij zijn eigen tijdelijke werkgelegenheid. Als Bakker Baard bakt én bezorgt hij clafoutis (taart vol seizoensfruit) in Amsterdam.

Modeontwerpers kunnen steun krijgen bij bijvoorbeeld werkbeurzen en startstipendia van het Fonds voor Beeldende Kunsten. Maar voor hoe lang nog? Dat de culturele sector gaat inleveren staat vast.

Dankzij het subsidiesysteem is de afgelopen twintig jaar in Nederland een gevarieerde modecultuur ontstaan: couturier Jan Taminiau kleedt Máxima en showt in Parijs, Monique van Heist maakt duurzame ‘slow fashion’, Viktor & Rolf werken in de internationale top en er zijn conceptuele ontwerpers als And Beyond die naar kunst neigen.

Stel de modegeldkraan gaat dicht. Blijven dan alleen de commerciële modelabels over omdat tijd en geld voor experiment en innovatie ontbreken? Komen er andere presentatievormen dan dure modeshows? Klimmen modeontwerpers, zoals Simon de Boer zich afvraagt op Facebook, op de barricaden?

Goed nieuws voor Bakker Baard (web.me.com/bakkerbaard): de taarten vliegen weg. Deze week bakt hij clafoutis met sappige pruimen of peren.

Georgette Koning