De moraal van goud, vlees en naakte vruchten

Tentoonstelling A la c’Arte; de kunst van het eten – eten in de kunst. Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch. T/m 2 januari. Inl: noordbrabantsmuseum.nl, 073-6877877 ***

De film Big Night (1996) draait om een feestmaaltijd zonder hoofdgast. Twee naar Amerika geëmigreerde Italiaanse broers organiseren een avond ter ere van zanger Louis Prima, als reclame voor hun slecht lopende restaurant. De video Celebration (2008) van Hans Op de Beeck snijdt dezelfde thematiek aan. Achter een lange tafel staat keurig in het gelid de restaurantequipe van koks en obers en dienstertjes met volgeschonken glazen op de dienbladen. De dis is voorzien van groot gebraad, flessen, fruit en taarten. De volle 4,5 minuten van de film blijft iedereen vrijwel roerloos staan. De scène speelt zich af in een woestijnachtig decor.

Bij het feestmaal in Big Night blijft zanger Louis Prima weg. Maar, als de keuken desondanks toch open gaat, hebben de andere gasten een gedenkwaardige culinaire avond. Bij Op de Beecks film, die nu is te zien op de expositie A la c’Arte in het Noordbrabants Museum, bekruipt je het vermoeden dat niemand meer zal genieten van de maaltijd, die immers in de brandende zon staat te verpieteren. Eerder dan hedonistisch genot, met of zonder eregast, lijkt hier de aloude moraal van de vergankelijkheid van het materiële centraal te staan. Dat de voorstelling, met achter de frontaal geplaatste tafel precies twaalf figuren, associaties oproept met Christus’ Laatste Avondmaal, is vast geen toeval.

Deze charmante, maar ook wat vrijblijvende tentoonstelling over ‘kunst’ en ‘eten’ door de eeuwen beweegt zich tussen deze twee uitersten. Zeventiende-eeuwse stillevens illustreren de fascinatie die sinds omstreeks 1600 in de westerse kunst bestaat voor deze thematiek. Moralisme is daarbij nooit ver weg, ook niet in een zeventiende-eeuws doek met een zeer chic tafelende familie. Man, vrouw en drie kinderen zitten in sober gekleurde maar dure kleding rond een dis die schitterend is in de kostbaarheid van het edelmetalen vaatwerk, maar ook in de luxe van de maaltijd, met suikerwerk en exotische vruchten. Maar de krakeling die de moeder haar jongste kind geeft zal toch wel slaan op de broosheid van het jonge leven.

Opvallend in werk van de hedendaagse kunstenaars op deze expositie is de manier waarop ze in beeldtaal en symboliek de traditie een woordje laat meespreken. Prachtig is een foto van Holger Niehaus waarvan de compositie direct doet denken aan oude fruitstillevens, maar omdat alles geschild is, worden sinaasappel, banaan en lychee nog fragieler dan ze zo al zijn. Margriet Smulders’ Mijn droom/ My Dream (2001) toont het bovenlichaam van een vrouw te midden van een spiegelende en hallucinerende kleurenpracht aan bloemen en vruchten. Haar kronkelende halssieraad lijkt een slang. In de wellustige manier waarop de vrouw een vrucht eet, is zij een moderne Eva, zoals die met voedsel in het Paradijs werd verleid.

Naast ‘eten in de kunst’, is ‘de kunst van het eten’ het tweede thema in deze expositie. Vier gerenommeerde Brabantse restaurantkoks bedachten speciaal voor de gelegenheid elk een gerecht dat is geïnspireerd door een schilderij. De trotse chefs die hun delicate en mondwaterende, eetbare kunstwerkjes op portretfoto’s presenteren lijken van de moraal van de vanitas nooit te hebben gehoord.