Aangifte van Scheringa

Een jaar na het faillissement van zijn DSB Bank heeft Dirk Scheringa aangifte gedaan tegen De Nederlandsche Bank en vier directieleden voor het schenden van de geheimhoudingsplicht. Volgens Scheringa heeft DNB informatie verstrekt „aan derden” over de noodregeling die was aangevraagd voor de DSB Bank.

Scheringa meent dat door dit lek zijn bank ten onder is gegaan. De DSB Bank ging in oktober vorig jaar failliet. In de nacht van 11 op 12 oktober vroeg DNB bij de rechter de noodregeling aan. De DSB Bank was in de problemen geraakt door publiciteit over klanten die door financiële producten van de bank in de problemen waren geraakt. Daarna riep bedrijfsactivist Pieter Lakeman op televisie klanten op om hun spaargeld weg te halen bij de bank, waaraan veel klanten gehoor gaven.

De rechter wees de aanvraag voor de noodregeling echter af. Maar het nieuws dat de noodregeling was aangevraagd lekte uit, waarna een nieuwe uitstroom van spaargeld op gang kwam. DNB vroeg daarop met succes opnieuw de noodregeling aan. Volgens Scheringa is de tweede zogeheten bankrun veroorzaakt doordat DNB „opzettelijk en actief” derden heeft geïnformeerd over de aangevraagde noodregeling.

Scheringa beschuldigt oud-minister Wouter Bos er van dat hij op 11 oktober hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant heeft geïnformeerd over de aangevraagde noodregeling. Scheringa wilde vanochtend zijn aangifte niet toelichten, maar verwees naar zijn advocaat. Die wees op zijn beurt weer naar Scheringa voor commentaar.