Hulp nieuwe stijl doet een beroep op de burgers zelf

Elke dinsdagochtend vergadert het managementteam. Drie vrouwen, drie mannen. De leiders van de Sociale Dienst Drechtsteden, een samenwerkingsverband van zes gemeenten, waarvan Dordrecht de grootste is.

Zo ging het ook op die druilerige dinsdag in augustus. De directeur, Yvonne Bieshaar, hield een presentatie over te verwachten tekorten. Alsof er een bom insloeg.

Demissionair minister Donner (Sociale Zaken, CDA) had net bepaald dat gemeenten in het lopend jaar 10 procent minder geld voor bijstandsuitkeringen zouden krijgen. Daar kwamen de bezuinigingen op de sociale zekerheid in de rijksbegroting voor 2011 nog overheen. En dan konden de gemeenten op hun vingers natellen dat een nieuw kabinet opnieuw in de sociale zekerheid zou snijden.

Inmiddels is in grote lijnen bekend wat dat voor de Sociale Dienst Drechtsteden betekent. Een tekort dit jaar van 7,1 miljoen euro, dat volgend jaar oploopt tot 18,3 miljoen en dat de komende jaren verder zal stijgen. Directeur Bieshaar nam daarop die dinsdag in augustus al een voorschot. Haar boodschap: we moeten 25 miljoen euro bezuinigen. Op een budget van 190 miljoen euro.

De leden van het managementteam herinneren zich hun eerste reacties. „Schokkend”, zegt er een. „Een monsterlijk bedrag”, zegt een ander. „Bezuinigen, beleidswijzigingen volgen, dat zijn we gewend. Daar zijn we goed in. Maar een bezuiniging van deze omvang heeft niemand ooit meegemaakt.”

Op die dinsdag in augustus ontstond het besef dat de tijd van pappen en nathouden voorgoed voorbij was. Met de beproefde kaasschaafmethode – een bezuinigingetje hier, een bezuinigingetje daar – bespaar je geen 25 miljoen euro. De Sociale Dienst moest zichzelf opnieuw uitvinden. „Heftig”, zegt een lid van het managementteam. „Ook een kans.”

Directeur Bieshaar had al in mei provocerend in een column geschreven dat ze erg blij zou zijn met forse bezuinigingen. Haar stelling was: ingrijpende veranderingen voltrekken zich alleen als er een gevoel van noodzaak is. Als „typisch Nederlandse valkuilen” noemde ze „goedbedoelde compromissen, onduidelijke sturing, perverse financiële prikkels”.

Ze wees erop dat de wet Werk en bijstand bij invoering zes jaar geleden tien pagina’s telde. Inmiddels is de wet uitgedijd tot een „bureaucratisch monster” van zo’n 500 pagina’s. Het socialezekerheidsstelsel omschreef ze als „een inefficiënt systeem met matige effectiviteit”.

Een dinsdagmorgen in oktober. Het managementteam van de Sociale Dienst Drechtsteden is eensgezind: de Sociale Dienst gaat op de schop. Midden vorige maand zijn twee werkgroepen gevormd die vóór 1 november met voorstellen moeten komen om 25 miljoen euro te bezuinigingen. Hun eigenlijke missie is: een Sociale Dienst nieuwe stijl ontwerpen. Zonder rekening te houden met sentimenten of oud beleid.

Alle 350 werknemers konden zich aanmelden voor de werkgroepen. Directeur Bieshaar noemt de belangstelling overweldigend.

„Wie zijn wij? Wat is de taak van de Sociale Dienst?” Dat zijn de vragen die volgens het managementteam op tafel liggen. Altijd was het uitgangspunt: de Sociale Dienst helpt iedereen zonder baan. „Dat is niet meer te betalen”, zegt een lid van het managementteam.

„We willen nog steeds dat problemen opgelost worden”, zegt een ander. „Maar we hoeven ze niet noodzakelijk zelf meer op te lossen. We leunen even achterover. Mensen zijn zelf verantwoordelijk. Ze kunnen ook een beroep op medeburgers doen.”

„Mensen mogen er in de toekomst niet meer als vanzelfsprekend vanuit gaan dat ze recht hebben op bepaalde voorzieningen”, zegt een derde. Dat zal gelden voor schuldhulp en voor hulp in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en van het minimabeleid. Daarbij gaat het om zaken als geld voor een invalidenlift, een wasmachine, internet of een scootmobiel. „We zullen meer voorwaarden stellen. Hulp mag niet meer dan een vangnet zijn.”

Zijn de bezuinigingen het beste wat de Sociale Dienst Drechtsteden in jaren is overkomen? Op die vraag is het managementteam even stil. „Nou”, zegt een van de leden, bedenkelijk kijkend. „Nou”, zegt directeur Bieshaar een octaaf hoger. Alsof dat best eens waar zou kunnen zijn.