'Hier groeien geen sterke bloemetjes'

Boris Orlov (65) trainde Yuri van Gelder in de periode dat hij geschorst was. Om een gevallen turner hulp te bieden. Want zo is Orlov: een sociaal bewogen mens.

13-10-2010, Rotterdam. Turncosch Boris Orlov. Foto Bas Czerwinski
13-10-2010, Rotterdam. Turncosch Boris Orlov. Foto Bas Czerwinski

Boris Orlov was oprecht verbaasd toen Yuri van Gelder vorige week door de turnbond werd geslachtofferd, omdat hij opnieuw cocaïne zou hebben gebruikt. Daarvan had de van oorsprong Russische trainer in het half jaar dat hij de ringenspecialist trainde niets gemerkt. „En eerlijk gezegd geloof ik het ook niet, want in de periode dat wij samenwerkten bleef hij helemaal buiten dat narcoticawereldje.”

Orlov is begaan met het lot van Van Gelder, die hij heeft opgevangen tijdens zijn schorsing van één jaar. Orlov is de privétrainer van Suzanne Harmes, maar niet meer verbonden aan de bond. Dat maakte hem de ideale coach voor een gestrafte turner die geen gebruik mag maken van bondsfaciliteiten. Van februari tot juli trainden zij in een door de gemeente Den Bosch beschikbaar gestelde sporthal in Rosmalen. Orlov, Harmes en Van Gelder vormden gedurende die periode een tijdelijk maar ook uitzonderlijk team. Man en vrouw in één ploeg, dat is ongebruikelijk.

Nee, geld kreeg Orlov niet van Van Gelder. Zou hij ook niet hebben gewild, al moet hij zelf rondkomen van een armzalig pensioentje. „Het was een vriendendienst, die mensen hadden me nodig. „Nee, van Suzanne krijg ik ook geen geld. Dit was geen werk, maar hulp verlenen. Suzanne en Yuri moeten zich redden met het beetje geld dat ze van een sponsor krijgen. En dan heeft Suzanne ook nog een zoontje. Dan ga ik toch geen geld vragen?”

Zijn verontwaardiging is allerminst gespeeld. Orlov is grootgebracht met de communistische waarden van de Sovjet-Unie en die hebben hem tot een sociaal voelend mens gemaakt. „Ik heb me nooit met politiek bemoeid, maar van wat er de laatste jaren in Rusland gebeurt, snap ik niks. Het harde kapitalisme heeft sommige Russen van niets tot miljardair gemaakt. Maar sociaal maatschappelijk is het er slechter op geworden. Met name ouderen krijgen zo’n laag pensioen dat ze amper brood en melk kunnen kopen. De inkomensverschillen zijn te groot; Rusland is een ander land geworden.”

Toen hij in Nederland kwam, 24 jaar geleden, wist Orlov het zeker: ooit zou hij terugkeren naar zijn geboorteland. Naar Moskou, waar hij opgroeide. Intussen is hij van mening veranderd. „Oh nee, ik ga zeker niet terug. In Nederland is het voor mijn familie veel beter.”

Met familie bedoelt Orlov met name zijn vrouw, die vanwege schizofrenie hulpbehoevend is. De trainer stelt zijn leven in dienst van zijn echtgenote. Want zo is Orlov: een dienstbaar mens. Zichzelf noemt hij ‘iemand-niemand’, waarmee hij bedoelt dat hij zichzelf wegcijfert. „Of het nu voor turners of voor mijn familie is, als ze me nodig hebben ben ik er. Ik vraag me nooit af wat dat voor mij persoonlijk betekent. En of ik nu hulp moet bieden op de Noord- of de Zuidpool interesseert me evenmin. Ik ben geen egoïst. Ik ben een dienstmannetje.”

Hoezeer hij het in Nederland ook naar zijn zin heeft, Orlov blijft een man met een Russische ziel. En met een Russische mentaliteit, zegt hij. Ja, daarmee bekritiseert hij de Nederlandse instelling, die volgens hem in essentie op gemakzucht neerkomt. „Wat die Russische mentaliteit kenmerkt? Altijd maar doorgaan, hoe groot de tegenslagen ook zijn. Wie voor honderd procent in zichzelf investeert zal vroeg of laat beloond worden. Kom daar eens om bij Nederlanders. De mensen willen een mooi en rustig maatschappelijk leven, een klein beetje werken en vooral heel veel vakantie. Kijk naar mijn dochter, die na haar opleiding aan de hogeschool nu bedrijfskunde aan de universiteit studeert. Dat lukt haar vooral op basis van haar Russische mentaliteit.”

Het gerieflijke Nederlandse leventje werkt volgens Orlov ook door in de turnsport. Hij wijst op de mooie sporthallen en de sterk verbeterde faciliteiten, terwijl de prestaties niet zijn verbeterd. „Die zijn nog gelijk aan die van vijftien jaar geleden”, stelt Orlov simpel vast. „Maar ik begrijp het wel. Een zachte maatschappij kweekt een zachte mentaliteit. Hier groeien geen sterke bloemetjes. Het wordt hoog tijd dat de turnbond eens onderzoek naar de oorzaak van die matige prestaties doet. Om veranderingen door te voeren zul je eerst moeten analyseren wat er goed en fout gaat. Zo gaat het toch ook in het bedrijfsleven? Ja, een aantal jaren terug presteerden Nederlandse turnsters nog heel goed. Maar dat was voor een deel toeval. Met Verona van de Leur, Renske Endel en Suzanne Harmes was een aantal supertalenten op het juiste moment op de juiste plaats.”

Orlov zou wel weten hoe die situatie kan veranderen: door radicale beslissingen te nemen. Bijvoorbeeld door de topturners bij elkaar te brengen en het turninternaat op Papendal in ere te herstellen. Om daar met een ernstige blik fijntjes aan toe te voegen: „Maar Nederlanders houden niet van radicale veranderingen, dat heb ik in de loop der jaren wel geleerd.”

Orlov ondervond dat bij De Hazenkamp, de Nijmeegse turnclub waar hij lange tijd in dienst was. Totdat ouders klaagden over de manier waarop collega-trainster Esther Heijnen hun kinderen behandelde. Zij zou over de schreef zijn gegaan. Onzin, vindt Orlov, die ook solidair met Heijnen bleef toen zij gedwongen werd op te stappen. „De betrokken turnsters zijn nooit slecht behandeld. Het was typisch een voorbeeld van verliezers die zeuren. De kinderen presteerden niet goed en de ouders legden vervolgens de schuld bij de trainster. Mijn solidariteit met Esther vond ik logisch. Wij vormden een mooi en goed team en als er mensen Esther slecht behandelen, sta ik achter haar.”

Het is ook moeilijk voor te stellen dat in een turnzaal onder leiding van Orlov kinderen onverantwoord worden behandeld. De trainer mag dan een sterke mentaliteit propageren, in de omgang met turnsters is hij allerminst dictatoriaal. Orlov is de man die veel overlegt met ‘zijn meiden’ en ze juist veel verantwoordelijkheid geeft. Vraag het Verona van de Leur en Suzanne Harmes, turnsters die de tucht van hun eerste trainer, Frank Louter, op een goed moment niet meer konden verdragen en opbloeiden onder Orlov.

Ik ben altijd flexibel, zegt Orlov. En met een knipoog: „Ik ben een democratische trainer.” Waarna hij zijn werkwijze toelicht. „Bij mij gaat het stapje voor stapje. Ik trek een turnster niet aan haar hand naar voren. Nee, ik duw haar een beetje. Trainers die trekken gaan veel te snel. En dan merken ze op een goed moment dat een turnster de trainingen niet meer aan kan. Ik zeg altijd: gaat het niet? Oké, dan doen we eerst een stapje terug. Om als het goed gaat twee stapjes voorwaarts te maken. Zo raken turnsters minder snel geblesseerd. Dat vind ik van groot belang in deze kindersport. Een turnster moet klaar zijn voor een zware oefening, zowel mentaal als fysiek. Als een van beide niet in orde is ontstaan er blessures.”

En daar weet Orlov over mee te praten, want als turner van 23 jaar brak hij ooit zijn nek tijdens een training. Volledig verlamd belandde hij in een ziekenhuis. „Ik kon alleen mijn hoofd bewegen”, zegt hij. „Maar vanaf het moment dat ik in het ziekenhuis lag heb ik geloofd in volledig herstel.”

Een half jaar was hij verlamd en pas na intensieve revalidatie kon Orlov zijn armen en benen weer gebruiken. Hij realiseert zich dat hij veel geluk heeft gehad. Bijvoorbeeld dat hij vanwege zijn vaders baan in het leger in een goed ziekenhuis terechtkwam. Maar Orlov gaf in die periode ook blijk van zijn ijzeren wilkracht. „Ik heb nooit getwijfeld en al helemaal nooit aan een rolstoel gedacht.”