Heb jij voor mij VVD met CDA en GL?

Tja, die kloof tussen politiek en burger. Je kunt meeklagen, met het volk, zoals Wilders.

Maar je kunt de burger ook verleiden naar jouw kant te komen. Met begrijpelijke taal.

„Alle buitenlanders het land uit!” „Ambtenaren zijn zakkenvullers!” „Blijf met je poten van mijn pensioen af!” „Ga toch boeven vangen!” De boze blanke babyboomer die het journaal kijkt? Nee. Het is de overkoepelende visie van het regeerakkoord.

Tja, die ‘kloof tussen burger en politiek’. Geert Wilders heeft hem overwonnen: hij sprong eroverheen en schold samen met het volk op de macht aan de andere kant. Zijn groei bewijst dat hij in een behoefte voorziet, al heeft hij die misschien zelf gecreëerd. Mensen willen Wilders omdat hij hun taal spreekt. Premier Rutte hupst hem achterna, die kloof over. Zijn ministers staan in een spreidstand, met de linkervoet door een vervelend stuk kauwgom vastgekoekt aan de vertrouwde zijde en de rechter teentje voor teentje houvast zoekend aan de andere. Maar goed dat ze geen rokjes aanhebben.

Een kloof kun je op twee manieren overbruggen: je springt eroverheen en voegt je in de spreekkoren. Of je legt een boomstam neer waarover de kiezer jouw kant op kan schuifelen. Politici moeten niet de kiezer worden, maar zorgen dat de kiezer hen wordt. Want als de vertegenwoordigers het volk zijn, waar heeft het volk dan nog vertegenwoordigers voor nodig?

Om elkaar te verstaan moet je dezelfde taal spreken. Je hoeft niet hetzelfde te zeggen. Als een kleuter naar school gaat gebruikt de juf een taal die hij wel begrijpt om dingen uit te leggen die hij niet begrijpt. Stapje voor stapje leert hij rekenen. Als de juf op dag één zou beginnen over staartdelingen zou hij niks opsteken, maar als ze acht jaar lang op één hand blijft tellen, ook niet. Politici moeten als een juf een hand uitsteken en ons over die boomstam naar hun kant loodsen. Als we eenmaal aan dezelfde kant staan kunnen we elkaar beter verstaan en hoeven we ook niet meer zo te schreeuwen. Nu de politicus ons van dichtbij ziet, vertrouwt hij ons misschien weer onze macht toe: de macht onze vertegenwoordigers te kiezen. Dat doen nu bij elkaar gelobbyde kandidaatstellingscommissies. De 5 procent kiesgerechtigden die lid zijn van een politieke partij (bron: CBS, cijfers 2008) en daar dan weer de maximaal 7 procent van (dit was een recordopkomst bij het cruciale CDA-congres; bron: Het Financieele Dagblad) die de moeite nemen het partijcongres bij te wonen mogen nog wat kleine cosmetische ingrepen doen en dat is het dan. De kiezer kiest zijn eigen vertegenwoordigers niet en voelt zich dus terecht niet vertegenwoordigd.

Tot deze conclusie kwam ook het burgerforum kiesstelsel, begin 2008 ingesteld door toenmalig minister voor Bestuurlijke Vernieuwing Alexander Pechtold. Zij adviseerden de invloed van de burger te vergroten door deze te laten stemmen op een partij óf een persoon. Zetels gewonnen door partijstemmen zouden verdeeld worden volgens het huidige systeem. Zetels gewonnen door persoonstemmen zouden verdeeld worden op volgorde van het aantal stemmen dat de resterende kandidaten gehaald hebben, zonder drempel. Met dit kiesstelsel zou een van de opvallendste verliezers van de laatste verkiezingen, Mei Li Vos (PvdA, nr. 38 op de lijst), wél zijn verkozen. Helaas was D66 al uit Balkenende II gestapt toen het advies kwam en zag Balkenende III geen reden meer het kiesstelsel te veranderen. Ten onrechte.

De burger is nu de kloof overgestapt, kiest zijn eigen vertegenwoordiger... en kan hem alleen maar blind vertrouwen. Waar dat in ons pluriforme stelsel toe leidt hebben we de afgelopen maanden kunnen zien: u stemt VVD en die winkelt met uw mandaat eerst bij progressief links en dan bij conservatief rechts. U kiest CDA om zijn visie op religie en met uw stem helpt die partij het spiegelbeeld ervan aan de macht. Maar met welke coalitiepartner een partij haar verkiezingsprogramma gaat mengen is minstens zo belangrijk voor het resultaat als de inhoud van dat verkiezingsprogramma. Toch willen onze volksvertegenwoordigers een blanco cheque. We zouden meer te zeggen moeten hebben. Laat kiezers stemmen op een voorkeursvolgorde. VVD’ers van het vroeger-was-alles-beter-type stemmen VVD-PVV-CDA. VVD’ers van het ondergedoken GroenRechts-type stemmen VVD-GroenLinks-PvdA. Combinaties die veel voorkomen worden het eerst als coalitie onderzocht. Zo kiest de kiezer daadwerkelijk de regering, in plaats van een club onderhandelaars met ondoorzichtig mandaat. Met deze ingrepen in het kiesstelsel betekent ‘democratie’ straks weer net een beetje meer ‘macht van het volk’. En dankzij de hand en de boomstam staat ‘volk’ niet meer synoniem voor ‘onderbuik’. De burger is aan de zijde van de politicus beland en krijgt meer gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op het bestuur. De politicus legt hem in begrijpelijke taal uit waarom een land besturen soms moeilijker is dan het lijkt, maar waarom het belangrijk is dat hij hem begrijpt. Dat kan best: ‘We doen heus onze best boeven te vangen. Maar mensen die ‘per ongeluk’ iemand het ziekenhuis in scheuren zijn ook schuldig. We willen dat onze kinderen veilig over straat kunnen, net als u.’

‘We hebben minder geld en moeten er langer van leven. Als wij geen cent van uw pensioen aanraken, moet uw dochter nog langer doorwerken. Zij wil aan het einde van haar carrière ook rust, net als u.’

‘Die ambtenaren zijn de politieagenten, de mensen die zorgen dat u uw hypotheekrenteaftrek krijgt, en ja, ook de mensen die uw belasting innen die nodig is om te zorgen dat u niet hoeft te bedelen als u niet meer kunt werken. Ze zijn hardwerkende Nederlanders, net als u.’

‘Die ‘buitenlanders’ zijn hier geboren, naar school gegaan, aan het werk gegaan. Ze spreken Nederlands, hebben Nederlandse vrienden, en zijn niet van plan Nederland te vernietigen. Ze zijn Nederlanders, net als u.

Helpt u nu een handje mee?’

Laura Menenti promoveert aan de universiteit van Glasgow in de cognitieve neurowetenschap. Ze is 28 jaar en was in haar studententijd actief PvdA-lid.