Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Cultuur

Bergen brood naar de stort

In de documentaire die laatst op de televisie was, zag je bijvoorbeeld hoeveel brood bakkerijen wegsmijten. Ze weten dat ze te veel brood bakken, maar de klant wil nu eenmaal een ruime keuze, die wil per se een waldkornbroodje met zonnebloempitten en beslist geen wit maanzaadbolletje – als het gevraagde er niet is gaat hij of zij wel naar een andere bakker. Zei een bakker.

Bakkerijen in supermarkten krijgen de opdracht om te zorgen dat de planken vol brood liggen tot half zeven, zei een Duitse supermarktbakker, want lege schappen moedigen de kooplust niet aan. Maar die schappen raken  nooit meer leeg om die tijd.

En zo gaat, om te beginnen, elke dag een hooggebergte aan (vers!) brood de vuilcontainer in.

En dat is maar het begin. Overal wordt te veel geproduceerd op grond van onze verwende eisen. Je zag een bananenplantage in Kameroen die zich rot produceerde maar toch veel weggooide: omdat de bananen een bepaalde lengte en model moeten hebben willen de Europese supermarkten ze gedogen. Te kleine of te kromme bananen gaan ‘terug’.

De kleine boeren in de buurt van de bananenplantage zagen hun land langzaam maar zeker opgeslokt worden door de bananen – het land is officieel van de regering die het kan verpachten aan wie zij wil. Bananen betalen meer dan kleine papayakwekers.

Bovendien wordt er oerwoud gekapt voor al die productie en oerwouden, we weten het, zijn de longen van de aarde.

En dan produceert al dat weggegooide voedsel ook nog eens een hoeveelheid methaangas waar je u tegen zegt. En het heeft ook allemaal energie gekost die nu verspild is.

Onze verwendheid die vroeger alleen moreel verkeerd was, heeft zo langzamerhand verwoestende proporties aangenomen. We kunnen het milieu nu al bijna redden door niets weg te gooien. En ook door kromme bananen en komkommers te kopen, door geen 25 soorten brood uitgestald te willen zien, door elke week tenminste één dag geen vlees te eten.

Laten we maar eens eenvoudig penne amatriciana maken. Dat is zo lekker, daar gooit niemand iets van weg. Mocht er wat overblijven dan is iedereen juist blij: een lekker hapje voor de volgende dag. Verder smaakt het herfstig en diep, dus even los van het milieugeweten: je eet het voor je plezier. Dat moet ook mogelijk blijven.

Penne amatriciana (voor 4 personen)

  • teentje knoflook
  • olijfolie
  • 4 flinke rode uien
  • 1 tl chilivlokken (gedroogde rode peper)
  • 100 g echt lekker ontbijtspek of pancetta
  • 2 blikken tomaten in blokjes
  • 350 g penne
  • 75 g pecorino of oude geitenkaas

Snij de uien in kwartringen.

Hak een teentje knoflook grof en bak het zachtjes in een geëmailleerde pan in de  olie. Schep het eruit als het lichtbruin geworden is, anders gaat het straks verbranden.

Bak de in stukken gesneden plakjes spek in de olie. Doe er na een paar minuten de uien bij en schep ze geregeld om tot ze zachter beginnen te worden. Voeg de chilivlokken toe. Doe het knoflook weer in de pan als je echt helemaal niets weg wilt gooien en de blikken tomaten. Bestrooi met wat zout en laat een halfuurtje sudderen met het deksel op de pan.

Kook de penne gaar. Hussel de uitgelekte pasta door de saus en laat eheel even staan. Schaaf wat oude geitenkaas of peccorino over het gerecht en eet snel op. Helemaal.