Splijtzwam uit Kabul

De oorlog in Afghanistan komt in een nieuwe en vooral verwarrende fase. De contraguerrilla, die de troepen van de International Security Assistance Force (ISAF) tegen de Talibaanrebellen voeren naar het voorbeeld van de surge in Irak, is afgelopen maanden verder opgevoerd. De intensiteit van de luchtaanvallen op kennelijke Talibaanposities is met de helft toegenomen. Tegelijkertijd geven de Amerikaanse troepen talloze krijgsheren vrije doorgang naar Kabul, zodat ze daar oog in oog kunnen onderhandelen met de regering van de Afghaanse president Hamid Karzai.

Het lijkt ongerijmd. Terwijl westerse militairen vanuit de lucht hun aanvallen intensiveren, gedragen hun collega’s op de grond zich juist als agenten van de verkeerspolitie. Maar er zit wel degelijk logica achter.

De strijd in Afghanistan, die na 9/11 in 2001 begon als een bevrijdingsoorlog, is niet meer met militaire middelen te winnen. President Karzai ziet alleen een uitweg door te gaan onderhandelen met krijgsheren die zich keren tegen zijn corrupte bewind. Dat regime wordt bovendien contre coeur in het zadel gehouden door de westerse patronage. Daarom ligt het voor de hand dat de ISAF deze besprekingen faciliteert maar de druk intussen wel in militaire zin op de ketel houdt.

Met vrienden hoef je immers nooit vrede te sluiten. Of de ogenschijnlijk dubbelzinnige strategie ergens toe leidt, is ongewis. Maar elke kans moet benut worden, zei de Amerikaanse minister van Defensie, Robert Gates, donderdag na afloop van een NAVO-beraad.

De alliantie heeft overigens minder keuzevrijheid dan ze doet voorkomen. De branden bij bevoorradingseenheden van de ISAF in Pakistan hebben deze maand weer geïllustreerd hoe de oorlog is geregionaliseerd.

Dat verklaart waarom buurland Pakistan, waar de onbemande Amerikaanse luchtaanvallen veel kwaad bloed zetten, zich vrijdag achter de dubbelstrategie heeft geschaard. Behalve uit eigen belang komt deze steun voort uit kennis van zaken. De neiging alle Afghaanse opstandige krijgsheren te voorzien van het etiket ‘Talibaan’ heeft in het Westen ideologisch kort gewerkt, maar in Afghanistan elk verzet op één hoop gegooid.

Ook Nederland, dat sinds donderdag een nieuw kabinet heeft omdat het vorige op Afghanistan was gesneuveld, zal zich hierop snel bezinnen. Premier Mark Rutte heeft al laten doorschemeren dat hij het NAVO-verzoek om na Uruzgan actief te blijven met een trainingsmissie voor de Afghaanse politie, welwillend tegemoet zal treden.

Afghanistan wordt zo weer een proeve van bekwaamheid voor de premier. Rutte weet dat gedoogpartner Wilders dit land liever in zijn sop laat gaar koken. Voor zo’n missie heeft de regering dus de steun nodig van de progressieve of confessionele oppositie (D66, GroenLinks en ChristenUnie).

Die zou er moeten komen. Na negen jaar zijn de meeste doelen uitgedraaid op desillusies, maar Nederland moet zich internationaal niet verder isoleren door Afghanistan ook inderdaad verder links te laten liggen.