Rolmodel voor terreur schrijft 'unieke brief'

Voor het eerst neemt een moslimterrorist in Nederland afstand van zijn ideologie. Maar of hij oprecht is, valt niet met zekerheid te zeggen.

„Een uniek document.” Zo noemt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding de brief van Jason W. waarin het vermeende lid van de Hofstadgroep afstand van het moslimextremisme neemt. Het is in Nederland niet eerder voorgekomen dat een veroordeelde terrorist zijn gewelddadige ideologie publiekelijk verwierp.

Dat gebeurde wel in landen als Saoedi-Arabië, Egypte en Syrië. In die gevallen, zeggen deskundigen, kwam de inkeer waarschijnlijk tot stand onder psychische of lichamelijke druk van de overheid. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding verzekert dat Nederlandse autoriteiten „geen enkele bemoeienis” hebben gehad met Jason W.’s ommekeer.

Of W. oprecht is als hij het moslimextremisme nu verwerpt, valt onmogelijk vast te stellen, zegt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Andere terrorismedeskundigen zeggen hetzelfde. Ze verwachten dat zijn brief in elk geval twijfel zal zaaien bij jonge moslims die bevattelijk zijn voor het radicale gedachtegoed. Rolmodellen spelen vaak een belangrijke rol bij radicalisering, zegt de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. „Voor een bepaalde groep was Jason W. zo’n rolmodel.” Op internet circuleren filmpjes waarin Jason W. een heldenrol speelt.

Of andere leden van de Hofstadgroep eenzelfde ontwikkeling hebben doorgemaakt als Jason W. valt niet te achterhalen. Wat ze vinden van zijn brief is niet bekend. Enkele leden die in 2006 door de rechtbank werden vrijgesproken, omdat hun rol marginaal was, willen niet praten. Advocaten van leden die nog gevangen zitten, spreken zich niet uit over de opvattingen van hun cliënten.

Daarbij werd tijdens eerdere rechtszittingen al duidelijk dat de Hofstadgroep nooit een homogene club met eenvormige ideologie is geweest. Wat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) het Hofstadnetwerk doopte, was een bonte groep min of meer radicale islamitische jongeren. Wat de meesten gemeen hadden, was dat ze de huiskamerbijeenkomsten bezochten in de Amsterdamse woning van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. En zelfs dat gold niet voor allemaal.

Sommigen beschouwden Mohammed B. als hun geestelijk leidsman. Maar anderen hadden weinig belangstelling voor diens radicale ideeën, constateerde twee jaar geleden het Haagse Hof. Volgens het Hof maakte iedereen „zijn eigen ontwikkelings- of radicaliseringsproces door”.

Van Mohammed B. is bekend dat hij zijn fundamentalistische opvattingen nooit heeft afgezworen. Hetzelfde geldt voor Samir A., die nooit voor zijn lidmaatschap van de Hofstadgroep is vervolgd, maar die in 2006 voor het voorbereiden van een terroristische aanslag tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld werd.

Volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst vormen groepen als het Hofstadnetwerk nauwelijks een bedreiging meer. Maar 8 procent van de 900.000 Nederlandse moslims is orthodox, bleek in september uit het rapport Salafisme in Nederland. Aard, omvang en dreiging. Bij Turkse moslims is dat 5 procent, bij Marokkaanse moslims 12 procent. Een verwaarloosbaar aantal van hen gelooft in geweld.