Een gedreven ontkenning van het glazen plafond

Marjan Oudeman vocht met Britse en Indiase eigenaren van Corus – en verloor haar topfunctie bij het staalconcern. Bij chemieconcern AkzoNobel kan ze verder groeien.

Nederland, Bloemendaal aan Zee, 01-10-2010 Marjan Oudeman een van de nieuwe leden van het nieuwe executive committee (raad van bestuur) van Akzo Nobel in haar favoriete natuurgebied de Kennermerduinen, in de directie van het bedrijf is zij verantwoordelijk voor het P&O beleid. foto: Bram Budel
Nederland, Bloemendaal aan Zee, 01-10-2010 Marjan Oudeman een van de nieuwe leden van het nieuwe executive committee (raad van bestuur) van Akzo Nobel in haar favoriete natuurgebied de Kennermerduinen, in de directie van het bedrijf is zij verantwoordelijk voor het P&O beleid. foto: Bram Budel Bram Budel

Marjan Oudeman gaat leiding geven aan 55.000 verfmengers en laboranten van AkzoNobel. Binnen vijf jaar kan ze de baas worden van 70.000 mensen in meer dan tachtig landen die bij het verf- en chemieconcern werken – want dat is de ambitie.

In april verliet Oudeman na bijna dertig dienstjaren onverwacht het staalconcern Corus, waar ze zich had opgewerkt tot hoogste Nederlander.

Keith Nichols, de financiële topman van AkzoNobel, kent haar uit de tijd dat hij zelf bij Corus werkte. „Een indrukwekkende dame”, zegt hij. „Een heel effectieve manager. Snel en commercieel.”

Bestuursvoorzitter Hans Wijers belde haar. Hij kent Oudeman uit het ondernemerscircuit en ze zitten samen in het bestuur van het alumnifonds van de Rijksuniversiteit Groningen. Wijers: „Marjan is een topbestuurder met visie. Die moesten we hebben.”

Hij is niet de eerste die haar zo kwalificeert. Mensen die met Oudeman (52) hebben samengewerkt typeren haar als direct, analytisch, innemend, vasthoudend, plichtsgetrouw, veelzijdig en als teambuilder. Ze staat steevast hoog op Nederlandse lijstjes van machtige zakenvrouwen. Drie jaar geleden tipte de Wall Street Journal haar als Woman to Watch. Ze was één van de tien Europese vrouwen die, volgens de Amerikaanse krant, de komende jaren op cruciale posities in politiek en bedrijfsleven zouden terechtkomen.

Binnen AkzoNobel wordt er rekening mee gehouden dat ze Wijers opvolgt. Een bestuurslid dat anoniem wil blijven: „Hans is sinds 2003 bestuursvoorzitter. Ik denk dat hij de komende jaren plaats zal maken.” Oudeman maakt dan een uitstekende kans, zegt hij, „als ze de komende jaren geen steken laat vallen”.

Een vrouw die de top haalt in een klassieke mannenwereld, vervult al snel een voorbeeldfunctie. Maar Oudeman neemt die rol niet graag op zich. Ze houdt er niet van onderscheiden te worden omdat ze een vrouw is en vindt het glazen plafond een mythe. Vrouwen hebben het, volgens haar, aan zichzelf te wijten dat ze sterk zijn ondervertegenwoordigd in de Nederlandse zakenwereld.

In haar spaarzame interviews praat ze liever niet over zichzelf. „Ze heeft niet zo’n behoefte aan publieke belangstelling”, zegt Aad Veenman, oud-president-directeur van NS, waar Oudeman commissaris is. „Ze wordt liever beoordeeld op wat ze doet, dan dat ze adverteert wat ze bereikt heeft.”

Vorige maand werd bekend dat Marjan Oudeman lid wordt van het uitvoerend comité van AkzoNobel, waarin vijf bestuursleden en vier directeuren komen te zitten. Ze wordt als directeur verantwoordelijk voor personeel en organisatieontwikkeling. Formeel is dat per 1 januari, maar ze is zojuist al begonnen met inwerken. Het concern wil in vijf jaar ruim 40 procent groeien, tot 20 miljard euro omzet. Daarvoor wordt de bedrijfscultuur aangepakt.

Saillant is dat Oudeman in haar vorige functie slachtoffer werd van een ingrijpende reorganisatie. Ze was verantwoordelijk voor een groot deel van de Europese staalproductie van Corus en gaf internationaal leiding aan zo’n 20.000 werknemers. Het Indiase Tata Steel, dat Corus in 2007 had overgenomen, wilde dit voorjaar de bedrijfsstructuur veranderen. Oudeman kon zich niet met de nieuwe strategie vereenzelvigen en stapte op. „Als ze ergens niet achter staat, doet ze het niet”, zegt een direct betrokkene. Oud-Corusbestuurder Aad van der Velden zegt dat ze helemaal geen keuze had. „Ze is er gewoon uitgewipt.”

Daarmee kwam een abrupt einde aan carrière bij het staalconcern waarmee ze vergroeid was geraakt. Haar vader werkte al bij de Koninklijke Hoogovens toen in 1958 werd geboren, in Beverwijk. In 1982, direct na haar rechtenstudie, begon zij er als bedrijfsjurist.

Marijke van der Werf ontmoette haar als jaargenoot bij Nederlands recht en het studentencorps Vindicat. Zij herkende in Oudeman een toewijding die bij veel medestudenten ontbrak. „Het eerste jaar hebben we volop genoten van het verenigingsleven, maar daarna hebben we hard gewerkt om de schade in te halen”, vertelt zij.

Om een maandenlange reis door de VS te bekostigen, had Oudeman allerhande bijbaantjes, van huis-aan-huis uitdelen van antiroosshampoo tot artikelen stickeren in het magazijn van V&D. „Marjan kan veel lol maken, maar ook snel de knop omzetten als het moet. Haar motto was toen al: als je iets echt wil, kom je er wel”, zegt Van der Werf. „Na onze studie was al snel duidelijk dat zij een echte high flyer was.”

Oudeman wilde niet de advocatuur in. „Door haar sterke moraal zou ze sommige mensen nooit kunnen verdedigen”, zegt haar man Jan Grobben. Ze koos voor het bedrijfsleven. Omdat haar vader directeur delfstoffen was bij Hoogovens, dachten veel mensen dat zij haar eerste baan aan hem te danken had. „Maar ze heeft gewoon moeten solliciteren en de psychologische testen moeten maken.” Het had ook niet in de aard van haar – inmiddels overleden – vader gelegen om zijn dochter, of haar twee jongere broertjes, een baan cadeau te doen, zegt Grobben. „Haar karakter heeft ze van hem. Hij was ook een no-nonsense figuur die zijn kinderen leerde dat ze hun eigen zaken goed voor elkaar moesten hebben.”

Oudeman groeide op in een harmonieus, hecht en areligieus gezin. Er werd veel gesproken over de maatschappelijke en politieke actualiteiten.

Na de juridische afdeling van Hoogovens koos ze voor de financiële kant. Ze regelde dat ze via haar werk haar MBA-titel (master of business administration) kon halen. Oudeman begon haar tweede opleiding in 1989 naast een fulltime baan. Datzelfde jaar trouwde ze met Grobben, aan wie ze gekoppeld was door gemeenschappelijke vrienden uit Groningen. „Ze bedacht toen wel dat het misschien niet handig was om op dat moment ook nog zwanger te worden”, herinnert hij zich. Maar zodra ze haar MBA-titel had behaald, en tot hoofdcontroller van de verpakkings- en staalactiviteiten werd bevorderd, kregen ze hun eerste dochter. Grobben bleef thuis om voor haar, en de zoon en dochter die volgden, te zorgen.

„Ik vind dat in ieder geval één van de ouders veel thuis moet zijn”, zei Marjan Oudeman in 2002 in het bedrijfsblad van Corus. „Bij ons is dat toevallig mijn man. Ik denk dat er wel mensen zullen zijn die daar hun wenkbrauwen over optrekken, maar daar trek ik me niks van aan.” Drie jaar later vertelde ze daarover in een boek over Nederlandse topvrouwen. „We hebben bewust de afweging gemaakt wie van ons twee het grootste carrièreperspectief had en vervolgens deze keuze gemaakt.”

Na haar laatste zwangerschap, in 1998, ging ze binnen een week of vijf alweer aan de slag. Langer zwangerschapsverlof vond ze flauwekul. Op de dag dat ze terugkwam, werd haar gevraagd algemeen directeur van de blikfabriek te worden. Daarmee werd ze de eerste vrouwelijke directeur bij het staalbedrijf. Binnen één jaar wist ze haar divisie door een forse sanering weer winstgevend te maken. Toen fuseerde Hoogovens met British Steel tot Corus.

Als ze over het terrein liep, floten werknemers soms naar haar, weet oud-bestuursvoorzitter Olivier van Royen. „Ik heb haar een keer gevraagd of ze dat vervelend vond. ‘Nee hoor’, was haar antwoord, ‘Dan zien ze mij tenminste staan’. Da’s nou typisch Marjan.”

Na een conflict met de Corus-bazen in Londen moest de topman van de Nederlandse bedrijven eind 2004 het veld ruimen. Oudeman volgde hem op. In haar nieuwe rol ontving zij Bernard Wientjes, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Ze bood aan hem rond te leiden over het complex in IJmuiden. „We zaten in haar kantoor en ze vroeg of ik me even om wilde draaien”, herinnert hij zich. „Ze had een jurk of iets dergelijks aan en toen ik weer mocht kijken, stond ze klaar in een werkbroek.”

Dat ze hem juist de werkvloer wilde laten zien, toont volgens Wientjes hoe ze zich „in tegenstelling tot veel managers” identificeerde met het product en de mensen waarvoor ze verantwoordelijk was. Zonder technische achtergrond ontwikkelde ze zich tot leidinggevende met veel inhoudelijke kennis. „Staal was echt van haar.”

Oudeman gelooft niet in de onzichtbare barrière die vrouwen tegen zouden komen in de mannenbolwerken die veel bedrijven zijn, zeker in de industrie. Als je de ambitie en gedrevenheid hebt, vindt ze, maakt het echt niet uit of je een broek of een rok aanhebt. Ze is niet iemand die op de barricaden klimt om haar plek op te eisen, of oproept tot quota voor meer vrouwen op bestuursniveau. Wel zette ze zich, als lid van het zogenoemde Ambassadeursnetwerk, in voor diversiteit op de werkvloer. Al mag het streven naar meer vrouwen op cruciale posities volgens haar nooit ten koste gaan van de kwaliteit. Vrouwen moeten vooral niet afwachten tot hun iets gegund wordt. „Ik ontmoet te vaak mensen die als een calimero anderen de schuld geven van hun eigen inactiviteit”, zei ze daar eerder over.

Liever praat ze inhoudelijk over haar werk dan over emancipatie. „Ik voel me vereerd”, zei ze toen ze door de Wall Street Journal werd genoemd als vrouw om in de gaten te houden, „maar ik zie het toch met name als een erkenning van de prestatie van dit bedrijf”.

Haar bijnaam in de walserij en gieterij van Corus was Mrs. Steel, zegt Frits van Wieringen, voorzitter van Corus’ centrale ondernemingsraad. Hij kent haar niet alleen als harde zakenvrouw, maar ook als iemand die haar gevoel voor humor inzet bij serieuze onderhandelingen. Bij het personeel in IJmuiden was ze zo geliefd dat de kantine en een weg naar haar zijn vernoemd. Bij haar afscheid kreeg zij een boekje, getiteld Onze Marjan, dat zich laat lezen als een hagiografie. „Sterk, leiderschap, visie een leider waardig / menselijk en ook nog heel aardig”, dichtte een Corus-medewerker.

Volgens Van Wieringen heeft Oudeman altijd het belang van haar roots, het staalbedrijf in IJmuiden, in het oog gehouden. Niet uit emotie, maar op rationele gronden. Na de fusie met British Steel in 1999 nam ze hard stelling tegen de nieuwe partners die geld dat in Nederland werd verdiend, wilden wegsluizen naar de verlieslijdende Britse tak.

De afgelopen jaren trof de crisis het staalbedrijf hard. In IJmuiden werden honderden banen geschrapt, duizenden medewerkers kregen werktijdverkorting. Wientjes: „Ze vocht als een leeuw voor haar bedrijf. Ook op het politieke niveau.”

Uiteindelijk verloor ze intern de strijd bij Tata, en zat ze in mei opeens thuis. Ze hoefde zich niet te vervelen, want Marjan Oudeman is bekend en gewild in corporate Nederland. Zo werd ze dit jaar commissaris van ABN Amro en doet ze op verzoek van het ministerie van Onderwijs onderzoek naar de bestuurbaarheid van het middelbaar beroepsonderwijs. Ze is ook betrokken bij Artis, de Rijksuniversiteit Groningen en het Concertgebouw. Demissionair minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven benoemde haar tot voorzitter van de Energieraad. Van der Hoeven omschrijft Oudeman als „inspirerend en initiatiefrijk”.

Met haar 52 jaar vond Oudeman zichzelf te jong voor louter advies- en toezichtrollen. „We hebben er wel over zitten filosoferen”, zegt ex-NS-baas Veenman, die haar al kent uit de jaren 80, toen hij zelf voor een Hoogovens-dochter werkte. „Zij is meer het type voor een behoorlijk zware taak waarin ze zelf met mensen en processen bezig is.”

Hans Wijers van AkzoNobel was overigens niet de eerste die haar benaderde voor een nieuwe, zware baan. In 2008 was ze gevraagd als president-directeur van Schiphol, maar na een paar gesprekken kwam ze erachter dat haar hart bij de industrie ligt.

Wat zij als directeur bij AkzoNobel gaat verdienen, wordt niet bekendgemaakt. Het ‘slechtst’ betaalde bestuurslid van AkzoNobel verdiende vorig jaar 1,6 miljoen euro (inclusief prestatietoeslagen). Oudeman krijgt waarschijnlijk ongeveer de helft van dit bedrag. Maar niet alleen het geld bepaalde haar keuze voor het chemieconcern. Door te kiezen voor een bedrijf met hoofdkantoor in Amsterdam, hoeft ze haar tienerkinderen niet uit hun vertrouwde omgeving in Overveen te halen. Het gezin waarin ze zelf opgroeide, verhuisde meermalen wegens het werk van haar vader.

Ook de voorkeur voor een bedrijf met een Nederlandse topman is niet toevallig. Door British Steel en Tata werd Oudeman geconfronteerd met een hiërarchische manier van leidinggeven. De paternalistische bedrijfscultuur van de Indiërs, waarin besluiten top-down worden genomen, staat haaks op de Nederlandse overlegcultuur. OR-voorzitter Van Wieringen: „Marjan is een representant van het Nederlandse bestuursmodel. Ze luistert naar argumenten en weegt belangen af. Zo gaat ze met de mensen om aan wie ze leiding geeft, zo wil ze ook zelf worden aangestuurd. Ik denk dat ze op dit moment beter gedijt bij AkzoNobel. Het maakt een groot verschil of een bedrijf wordt geleid door een voormalig D66-minister of door een zakenman uit India.”