Lichttherapie voor je herfstdepressie

Het populaire Zuid-Afrikaanse electrojazzduo Goldfish mag met twee shows het Amsterdam Dance Event openen. Hun nieuwe album ‘Get Busy Living’ is een onwaarschijnlijk blije plaat. „Wij willen menselijke warmte toevoegen aan de dance.”

Rescue me, vraagt de zangeres, begeleid door een met kwastjes bespeelde drumkit en losse pianotonen. Het is onmiskenbaar een jazzintro. Totdat er een keyboardgeluid invalt, even later gevolgd door een moddervette baslijn en een dancebeat. Wat begint als jazz van vijftig jaar geleden, klinkt binnen een halve minuut als eigentijdse dance. Dat is het geluid van Goldfish.

Goldfish, de act waarmee Amsterdam Dance Event volgende week van start gaat, is een electrojazzduo uit Zuid-Afrika, bestaande uit David Poole en Dominic Peters. In 2008 braken ze in kleine kring door met Perceptions of Pacha, hun tweede cd. Langzaam groeide hun faam en aanhang en inmiddels zijn ze zo gewild dat ze het prestigieuze festival in Amsterdam mogen openen. Sterker: hun concert was zo snel uitverkocht dat de organisatie Goldfish vroeg om twee dagen later nog een keer op te treden.

Het enthousiasme laat zich navoelen. Velen in de dance proberen bloed door de machines te laten stromen, maar Goldfish heeft de gouden formule. Op alchemistische wijze mengt het duo traditionele instrumenten met het geluid van de synthesizer en drumcomputer. Het resultaat is rauwe, energieke dansmuziek, gestructureerd als gewone liedjes.

„Ik heb moeite met veel dance”, zegt Peters, „omdat het menselijke element ontbreekt. Het is als zitten in een keuken met fluorescerende lichten aan. Er is geen sfeer. Wat wij willen is menselijke warmte toevoegen. Het moet rommeliger en modderiger klinken, minder clean. Met akoestische klanken hopen we onze muziek soul te geven.”

Peters reageert vanuit Brazilië, waar de twee een groot deel van oktober aan het touren zijn. Poole en Peters komen uit Kaapstad, de stad waar ook hun studio is, maar erg vaak zijn ze er niet. Het duo reist de hele wereld over en heeft in de zomermaanden een vaste avond als dj in strandclub Blue Marlin op partyeiland Ibiza. „Er gaat niets boven dansen op het strand. Ibiza is een tweede thuis voor ons. Kon je er maar surfen! Van drie maanden niet surfen worden we gek. Om toch onze kick te krijgen springen we van kliffen af.”

In Kaapstad studeerden ze jazz op de universiteit. Dominic Peters begon op zijn zesde met keyboard en werd na zijn studie een veelgevraagd sessiemuzikant op piano, keyboards en staande bas. David Poole koos op jonge leeftijd voor de saxofoon. Op de universiteit ontdekte hij het produceren en werd zijn beste vriend het softwareprogramma Emagics Logic, dat helpt bij het opnemen en stroomlijnen van muziek.

De twee noemen zichzelf echte sound nerds. Kopen ze veel spullen? Peters moet lachen om de vraag. „Niet als gadget, het moet bruikbaar zijn in onze muziek. Maar we zijn verslaafd aan de pure analoge klank en onze verzameling instrumenten is, denk ik, redelijk bijzonder. Mijn staande bas is 110 jaar oud. De tenorsax van Dave is gemaakt van metalen kisten voor bommen uit de Tweede Wereldoorlog. Het oude Wurlitzer-keyboard dat je hoort op het nummer ‘Crunchy Joe’ vonden we in een verlaten school in de Karoo – een soort woestijn ergens in Zuid-Afrika.”

Eind vorige maand bracht Goldfish een derde cd uit, getiteld Get Busy Living. Het nummer In Too Deep laat horen hoezeer het geluid verschilt van Perceptions in Pacha. Er klinkt meer jazz – meer piano, meer saxofoon. Get Busy Living is een onwaarschijnlijk blije plaat: lichttherapie voor je herfstdepressie en dopamine voor je tot stilstand gekomen lichaam.

De klank van de piano zetten ze in als een zwachtel voor de hardheid van de beats, zegt Peters. „Onze sound moet niet te elektronisch worden. Ik schrijf ook veel nummers achter de piano.”

Op zes van de tien nummers op het nieuwe Goldfish-album zijn gastvocalisten te horen. Op twee andere liedjes klinkt er een Afrikaans kinderkoor dat chant of humt. „De drie zangers die meedoen zijn allemaal afgestudeerd op jazz op de universiteit van Kaapstad”, zegt Peters. „Ook de zang is jazz!”

Sakhile Moleshe, een jonge zwarte jazz-zanger, deed al mee op het nummer Fort Knox, de kraker van hun vorige album. Op de nieuwe cd is hij op drie nummers aanwezig, waaronder het openingsnummer Crunchy Joe. De coupletten spreekt hij rustig uit, maar in de refreinen gaat hij luidkeels los, gedragen door een fontein van percussie. Peters: „Het is ongelofelijk wat voor geluid er uit zo’n klein mannetje komt. We zijn dol op zijn stem en op hoe hij beweegt op het podium. Hij is er straks bij in de Melkweg en geloof me, het publiek gaat van hem genieten.”

Het opvallendste lied van het album is Call me, dat klinkt alsof Portishead zich aan dance waagt. Wat je hoort is de sensuele stem van zangeres Monique Hellenberg. „Dit nummer moest kwetsbaarheid uitdrukken en Monique kan dat fantastisch. Niet alleen door de kwaliteit van haar stem, maar ook door hoe ze de tekst brengt.”

Het is een liedje over het spel van afstoten en aantrekken dat mensen spelen met een nieuwe liefde, zegt Peters. „Het ene moment ben je in de hemel, en even later ligt je hart aan diggelen. Waarschijnlijk het meest bitterzoete nummer dat we ooit hebben geschreven.”

Brush your hair is een langzaam ontsporend jazznummer, dat luchtig begint met een scattende vrouwenstem en een ontspannend deinend ritme. Heel kort schuurt Goldfish hier tegen de cocktailjazz van Caro Emerald. Als ik ernaar vraag, checkt Peters haar op Youtube. Dan: „Ze is cool. Onbegrijpelijk dat ik nooit van haar heb gehoord. Goed om te zien dat kwaliteitsjazz doorbreekt naar de mainstream. Het is beter dan de hersenloze kwijl die je meestal op de radio hoort.”

Goldfish heeft een zeer herkenbaar geluid, maar dat wil niet zeggen dat er de mix van jazz en dance niet meer volgelingen kent. De Oostenrijker Parov Stelar maakt op dezelfde manier prachtige en invloedrijke muziek. Peters heeft al zijn albums, zegt hij. Ook de aanpak van Kruder & Dorfmeister is van grote invloed geweest, maar het was het album Tourist van St. Germain (uit 2000), dat hem op het goede spoor zette. „Die plaat heeft mijn leven veranderd en ervoor gezorgd dat Goldfish ontstond”, zegt Peters. „Toen we als studenten onze jazz speelden kwamen zelfs onze vrienden niet kijken. Door St. Germain wilden we ook jazz combineren met elektronica. Het was alsof het wolkendek openbrak... We vonden onze eigen stem en dat is het moeilijkste in muziek.”

Het album Get Busy Living heeft een opbouw waarbij de jazz per nummer dominanter wordt. De afsluiting is voor twee nummers waarin de twee mannen hun roots tonen door de inzet van Afrikaanse kinderkoortjes. Peters: „De nummers verwijzen naar heel Afrika. Het koor komt uit Ghana. Onze muziek pikt smaken op van alles om ons heen. Zelf ben ik Zimbabwe geboren, maar opgegroeid in Zuid-Afrika, waar veel immigranten zijn door de situatie in hun eigen land. Vandaar dat een nummer My Rainbow heet: het drukt mijn gevoel over Zuid-Afrika uit.”

Kwamen eerst hun eigen vrienden niet eens luisteren, in hun thuisland is Goldfish nu ook zeer populair. In 2008 kregen ze acht nominaties bij de South African Music Awards, de meeste ooit. Peters: „Er gebeurt muzikaal veel moois bij ons en ik denk dat er een golf van Zuid-Afrikaanse bands gaat doorbreken in de wereld. Het is tijd voor Zuid-Afrika!”