We overlopen de aarde

We verbruiken ieder jaar 50 procent meer productief land dan er beschikbaar is, blijkt uit een rapport van het WNF.

„De cijfers zijn nog dramatischer dan gedacht.”

Dat de mensheid roofbouw op de aarde pleegt, wisten we al. Maar nu blijkt dat de mensheid nog veel sneller inteert op haar natuurlijke reserves dan gedacht. We verbruiken ieder jaar 50 procent meer productief land dan er in werkelijkheid beschikbaar is. Om aan de vraag te voldoen, verarmen en verdwijnen er dus elk jaar natuurgebieden.

Dat blijkt uit het Living Planet Report dat het Wereldnatuurfonds (WNF) gisteren heeft gepubliceerd. Daarvoor is een nieuwe berekening gemaakt van de ‘ecologische voetafdruk’ van de wereldbevolking. In het vorige rapport, uit 2008, was de wereldwijde ecologische voetafdruk nog 30 procent te groot. De voetafdruk valt groter uit door nieuwe cijfers – er blijkt minder productieve landbouwgrond dan gedacht – en door de groei van de wereldbevolking. „De cijfers zijn nog dramatischer dan we dachten”, zegt deskundige Natasja Oerlemans van het Wereldnatuurfonds.

De ecologische voetafdruk meet hoeveel productief land waar ook ter wereld nodig is voor compensatie van CO2-uitstoot, voor productie van voedsel en brandstof, infrastructuur en bebouwing. Mondiaal gezien is de voetafdruk sinds 2008 gelijk gebleven. De gemiddelde aardbewoner gebruikt 2,7 hectare productieve grond om in zijn behoefte te voorzien. Maar er zijn gigantische verschillen tussen rijke en arme landen. De landen met de grootste voetafdruk zijn, met afstand, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar. Daarna volgen Denemarken, België en de VS.

Nederland staat op de elfde plaats. Voor de nieuwste berekening zijn cijfers uit 2007 gebruikt; de vorige kwamen uit 2005. Nederlanders gebruikten in 2007 per persoon 6,2 ‘mondiale hectare’, in 2005 was dat nog 5,8 hectare, zegt Oerlemans. „Dit komt doordat Nederland meer is gaan importeren, en minder exporteert.”

Dit geldt eigenlijk voor de hele westerse wereld: de menselijke behoefte is de afgelopen 45 jaar verdubbeld door de groei van de wereldbevolking en stijgende consumptie. „In 1961 hadden bijna alle landen genoeg capaciteit om in hun eigen behoefte te voorzien. In 2005 is de situatie radicaal veranderd: veel landen kunnen alleen in hun behoefte voorzien door hulpbronnen te importeren uit andere landen en om de atmosfeer te gebruiken om CO2 en andere broeikasgassen te dumpen”, stelt het rapport.

De uitstoot van CO2 heeft veruit het grootste aandeel in de ecologische voetafdruk, in Nederland is dat 48 procent. Een ander probleem is ons eetpatroon. „Vlees en zuivel zijn een inefficiënte bron van eiwitten”, zegt Oerlemans. „Voor de productie van een kilo vlees zijn er twee tot acht kilo graan nodig (verschilt per soort). Ook is voor de productie van een kilo rundvlees 15.500 liter water nodig.”

In het rapport staat verder dat de biodiversiteit sinds 1970 met 30 procent is afgenomen (op basis van de populatiegrootte van 2.500 diersoorten). Dat cijfer bleef de afgelopen jaren gelijk. Het rapport doet een aantal voorstellen om de afname van biodiversiteit het hoofd te bieden: meer beschermde natuurgebieden, geen netto ontbossing, een einde maken aan overbevissing en verwoestende visgewoonten, en het vinden van manieren om de waarde van biodiversiteit en ecosystemen uit te drukken.

Het rapport draagt ook de oplossing aan om onze voetafdruk te verkleinen: overstappen op groene energie en minder vlees en zuivel consumeren. De WNF heeft berekend dat het mogelijk is om in 2050 95 procent van onze energie uit hernieuwbare energiebronnen te halen. Toch zou dit nog steeds ruim onvoldoende zijn om binnen de grenzen van de aarde te blijven. Want in 2050 is de wereldbevolking gestegen naar negen miljard.

Daarom moeten we ook ons eetpatroon aanpassen, zegt Oerlemans. „Als iedereen een Italiaans dieet zou hebben, dat voor 25 procent bestaat uit dierlijke eiwitten, dan hebben we in 2050 nog steeds twee aardes nodig om in onze behoefte te voorzien. Maar als iedereen het eetpatroon van een Maleisiër zou kopiëren, dat voor 12 procent uit dierlijke eiwitten bestaat, zou onze voetafdruk nog maar 30 procent te groot zijn.”

Het rapport is te lezen via: www.wnf.nl