Halal barbecuen in het hangjongerenbos

Lok hangjongeren naar een bos en verlicht daarmee spanningen in stadsbuurten. De Utrechtse ‘prachtwijk’ Overvecht ging het experiment aan. Werkt het?

Doe maar. En maak het niet ál te gek. Dat is het motto waaronder hangjongeren uit de Utrechtse probleemwijk Overvecht het afgelopen half jaar bezit konden nemen van een bos aan de rand van de wijk.

Vrijwel alles mochten ze uithalen. Vuurtjes stoken. Halal vlees op de barbecue leggen. Bomen omzagen om er bankjes van te maken. Elkaar achterna zitten.

Thomas van Slobbe: „Je kunt wel projecten verzinnen, maar de beste manier om achter de intrinsieke motivatie van hangjongeren te komen, is hun de ruimte geven om alles te doen waar ze zin in hebben.”

Het project is een initiatief van de Stichting wAarde, een kleine denktank binnen de natuurbeweging. Directeur Van Slobbe kreeg eigenaar Staatsbosbeheer zo ver om alle regels voor het driehonderd bij honderdvijftig meter grote Gagelbos op te schorten. Topambtenaren van verschillende ministeries waren bereid als ‘ambassadeur’ het plan te steunen. En ook scholen in de buurt wilden hun leerlingen best graag een keer met het bos kennis laten maken.

Een interessant project, vinden leraren van deelnemende scholen. Jongerenwerker Martje Bol van het Trajectum College: „Zo’n bezoek is een goede manier om een groep te binden. Een bos is voor de leerlingen ook iets totaal anders. Ze hebben geen idee dat zoiets bestaat. Ze komen de stad nooit uit.”

Ook de jongeren zagen het wel zitten. Mohammed (17): „Ik ben de bruggenmaker. Ik heb in het bos een brug gemaakt. Hij ligt er nog steeds! We zijn er met school twee keer geweest. Veel mensen denken dat een bos saai is, maar er is toch een hoop te doen. En je bent er even tussenuit, even iets anders. Ik ga eigenlijk nooit naar een bos, maar dit vond ik superleuk. Ik ga er misschien nog wel eens heen.”

Huseyin (16): „Ik mocht een boom omzagen en er een zitbank van maken. Daarna hebben we lekker gewandeld. Ja, ik vond het wel leuk.”

Het project wil meer dan jongeren, vooral Marokkaanse, in contact brengen met natuur. „Daar hebben ze in eerste instantie vaak geen boodschap aan”, zegt Van Slobbe, die eerder in het nieuws kwam met zijn plan voor een ‘smulbos’ voor allochtonen. „Veel jongeren die hier elke dag langs fietsten, wisten niet eens dat hier een bos ligt. Nooit gezien, zeggen ze. Natuur vinden ze ook iets van het verleden. Ze zeggen: als je in een BMW kan rijden, waarom zou je dan nog op een kameel stappen?”

Het project is ook bedoeld om de overlast van jongeren in de wijk te verminderen. Van Slobbe: „Mensen wonen dicht op elkaar. De hangjongeren zijn altijd buiten. Met het bos komt er meer ruimte voor ontspanning. De jongens zien Overvecht als hun territorium. Als het bos daarbij kan worden getrokken, hebben ze er belangstelling voor. Jongeren, en daardoor ook andere wijkbewoners, krijgen dan meer ruimte. Dat betekent minder spanningen, ook tussen rivaliserende groepen.”

Robert Graat, programmamanager recreatie om de stad bij Staatsbosbeheer: „Wij willen graag weten hoe we de relatie tussen wijken en groen kunnen verbeteren. Dit onderzoek zien we als schot voor de boeg. De jongeren hebben in groepsbezoeken ontdekt dat je in een prettige, neutrale omgeving ontspannen met elkaar kunt omgaan.”

Toch, stelt hij vast, hebben de jongeren zich het bos niet uit zichzelf toegeëigend. „Als je er mee verder wilt, zullen jongerenwerkers hen moeten stimuleren, laten weten dat het bos bestaat, dat hun gebied niet alleen de straat is.”

Van Slobbe hecht eraan ook de nadelen van het hangbos te noemen. „Omwonenden zijn misschien bang dat hun huizen minder waard worden”, zegt hij. En laatst was er een incident met een vrouw die op een paard kwam langsrijden. „Dat liep uit op een schreeuwende ruzie.”

Het is de prijs, zegt Van Slobbe, die je misschien bereid moet zijn te betalen als je écht iets wilt doen aan de sociale spanningen in ‘prachtwijken’ als Overvecht. Wat mij al lang verbaast, is dat natuur niet wordt gezien als middel om grote maatschappelijke problemen aan te pakken. Natuur wordt vaak aangeprezen als iets waar je van kunt genieten. Dat vind ik mager. Het is veel méér.”

Thomas van Slobbe wandelt door de wijk langs het winkelcentrum waar veel overlast heerst. Passeert het goed bezochte buurthuis De Boog. Wat zou het mooi zijn, mijmert hij, als dit buurthuis naar het bos kan worden verplaatst. „Dan hebben ze een reden om erheen te gaan.”

Niet slecht zou ook de aanwezigheid van een theekeet zijn. „Een afdakje waar ze thee kunnen drinken. Ik was laatst in de Albanese hoofdstad Tirana. Hebben jullie hier geen hangjongeren, vroeg ik. Nee, kreeg ik te horen, want die zitten allemaal thee te drinken.”