Weg met de potjes en zakjes

‘Ja”, zei mijn vriendin, pratend over haar nieuwe vriend, „hij is heel lief hoor, maar hij eet het liefst van die dingen uit een pak.”

Nu is die vriendin zelf waarlijk geen keukenprinses. Ze houdt van lekker eten – als een ander het maakt. Dat hebben meer mensen en dat is maar goed ook. En nu kwam er iemand in huis die doodleuk een doos voor ‘bami’ meenam, waarin dan kruiden zaten en mie en wat gedroogde groenten. En verder, zei ze verontwaardigd, moet je toch alles zelf nog doen.

Het zijn heel rare dingen die dozen met ‘mix voor’ paella, lasagne, of moussaka. Wat de enorme verbetering is ten opzichte van zonder doos zou je niet altijd weten. Maar veel mensen geloven dat ze het anders niet voor elkaar krijgen, die bami, die groentesoep, die risotto.

De nieuwe vriend van mijn vriendin dacht dat. Zonder zakjes, pakjes en potjes voelde hij zich hulpeloos. Ik heb wel vaker mensen paniekerig zien kijken als ze ineens voor de opgave stonden om, bijvoorbeeld, een vinaigrette te maken, in plaats van lekker klots, klots te doen met de fles kant en klare sladressing. Die mensen kunnen zelfs geen pannekoek meer bakken zonder een pak pannekoekenmix.

Al een poosje heb ik een boek in huis dat zulke mensen gaat helpen. Het is geschreven door Karin Luiten, het heet Koken met Karin, en heeft als ondertitel: [zónder pakjes & zakjes]. In dat boek staat van allerlei pakken en blikken vermeld wat er zoal in zit, en daarna hoe je het zelf kunt maken. In bijvoorbeeld Italiaanse risotto uit een pak zit ondermeer: ‘maltodextrine, zout, smaakversterkers (E621-E627-E631), aroma, suiker, plantaardig vet, champignonextract, gistextract, geharde plantaardige olie’. En dan verder dingen als rijst, gedroogde basilicum, oregano, gedroogde paddestoelen.

Het zijn niet allemaal verkeerde ingrediënten, maar sommige ervan (geharde plantaardige olie bijvoorbeeld) zijn uitgesproken niet goed voor de mens. Je weet op die manier ook niet hoeveel suiker en zout je naar binnen krijgt, en ook niet hoeveel smaakversterker. En hoe dan ook smaken die opgepepte etenswaren veel te hevig. Zeg maar gerust: grof.

Karin Luiten maakt duidelijk dat zonder krankzinnig veel inspanning en zonder zakjes en potjes de smakelijkste dingen te maken zijn door iedereen. En dan zijn het nog bijzondere dingen ook, zoals deze tomaten-venkelsoep waarvoor de tomaten eerst geroosterd worden.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Was de venkel, verwijder de stengels en snijd de rest in plakjes.

Was de tomaten, verwijder de kroontjes, laat ze verder heel.

Snijd de sinaasappel met schil en al in vier stukken.

Ris de rozemarijnnaalden van de takjes.

Pel de knoflooktenen en hak ze grof.

Doe alles in een metalen braadslee, strooi er zout en peper over en besprenkel met olijfolie en balsamico. Hussel door elkaar en zet de schaal 30 minuten in de oven. Zet een roerzeef op een pan en pureer de tomaten en venkel schep voor schep, voeg ook de sappen uit de braadslee toe. Of pureer alles (dus ook de sinaasappel) in een keukenmachine en duw het daarna door een zeef.

Verwarm de soep en proef op peper en zout. Voeg eventueel nog wat balsamico toe.