Océ-printers in een Canon-jasje

Printerfabrikant Océ treedt in Parijs voor het eerst naar buiten onder de vleugels van de nieuwe eigenaar, Canon. De daadwerkelijke integratie met de Japanners moet echter nog beginnen.

Zo ziet een overname van 730 miljoen euro er in de praktijk uit: medewerkers in zwarte overhemden van Canon demonstreren een enorme printer van het Nederlandse bedrijf Océ. De Venlose printerfabrikant presenteert zich deze week op de beursvloer van de Canon Expo, in het Parijse conferentiecentrum Grande Halle de La Villette.

Het is voor het eerst dat de twee bedrijven gezamenlijk naar buiten treden na het bod van Canon vorig jaar op het 132 jaar oude Océ. De hightech trots van Limburg was te klein om zelfstandig te overleven in een verslechterende wereldeconomie.

Nu hebben de Japanners 90 procent van de aandelen Océ in handen. Tien procent blijft in het bezit van investeringsmaatschappij Orbis, dat Canons bod van 8,60 euro per aandeel te laag vond. Er zit geen schot in de zaak: zolang Canon geen 95 procent van Océ in bezit heeft, kan het de resterende aandeelhouders niet uitroken en beginnen de werkelijke integratie van beide bedrijven.

Het wachten is op een nieuw – hoger – bod van Canon. Pas dan kan de overname echt vorm krijgen en kunnen er ook technologische patenten uitgewisseld worden. Ook hopen de bedrijven kosten te besparen door kantoren en ICT-diensten te integreren.

In Parijs blijft het bij crossselling, het verkopen van elkaars producten. Océ staat in ieder geval niet in een hoekje achteraf, constateren meegereisde Venlonaren tevreden. Hun uitgestalde Jetstream productieprinter, een installatie van tien meter die met een snelheid van 150 meter per minuut dikke papierrollen verandert in folders, staat midden op de expo omringd door Japanse hightech camera’s en printers voor de kantoor- en thuismarkt. Zo wordt goed duidelijk hoe beide bedrijven elkaar aanvullen – voorwaarde voor een succesvolle overname.

Toch zou Océ, dat zelf wereldwijd 22.000 werknemers telt, bedolven kunnen raken in een concern van 190.000 medewerkers. Maar het vijfjarenplan dat Canon-topman Fujito Mitarai in Parijs ontvouwt, stemt Venlo hoopvol. In zijn openingsspeech legt Mitarai uit dat de Europese tak van Canon zijn eigen researchcentra en productiefaciliteit moet behouden. „Europa is het hart van onze organisatie”, aldus Mitarai, „31 procent van onze omzet komt hier vandaan – meer dan in onze thuismarkt Japan of de Verenigde Staten.” Overigens rekent Canon ook het Midden-Oosten, Rusland en Afrika tot Europese tak.

De onderzoeksafdeling van Océ speelt een centrale rol in die strategie, laat Mitarai weten. Door de productie- en onderzoeksfaciliteiten wereldwijd te verspreiden hoopt hij zijn bedrijf beter te beschermen tegen valutaverschillen. Canon heeft als grote exporteur last van een dure yen.

De combinatie Océ-Canon lijkt een match made in heaven, aldus vertegenwoordigers van beide bedrijven. Er zijn nog wel wat details te verbeteren, vindt de Nederlandse marketingdirecteur van Canon, Hans Smittenaar. „Die Océ-apparatuur kan leuker vormgegeven worden.” Hij wil maar zeggen: de zakelijke producten zien er wel erg grijs uit vergeleken met Canons producten. „Daar komt onze expertise goed van pas.” Smittenaar staat te popelen om met Océ samen te werken. „We worden de grootste printerfabrikant in het zakelijke segment.”

Door de overname verandert Canon ook, aldus Smittenaar. Het bedrijf hoopt meer te gaan verdienen met het leveren van print- en documentatiediensten aan bedrijven, waar Océ al veel ervaring mee heeft. De productieprinters en grootformaatprinters van Océ worden verkocht met langlopende onderhoudscontracten.

Océ is al begonnen om zijn complete verkooporganisatie klaar te stomen voor de Canon-printers. Duizend Europese verkopers van Océ krijgen in januari 2011 een spoedcursus om printers van Canon te leren verkopen. Een van de productiehallen in Venlo wordt daarvoor verbouwd en omgedoopt tot 'Canon Camp’.