Geert Dales kiest (te) vaak voor de aanval

De bestuursstijl van Geert Dales zorgde bij hogeschool Inholland voor irritatie.

Hij probeerde zijn straatje schoon te vegen wat betreft het gesjoemel met diploma’s.

De aanval is de beste verdediging. Dat is telkens het motto van bestuurder Geert Dales als hij met een crisis wordt geconfronteerd.

Tijdens de openbare verhoren in 2009 van de gemeentelijke enquêtecommissie over de aanleg van Amsterdamse Noord-Zuidlijn – Dales was als VVD-wethouder verantwoordelijk geweest voor de aanbesteding – viel hij zijn ondervragers voortdurend in de rede, zwaaide met documenten, complimenteerde zichzelf en beet fel van zich af.

Vorige maand verscheen het rapport over gesjoemel met diploma’s bij de opleiding Media & Entertainment Management (MEM) van de hogeschool Inholland en collegevoorzitter Dales koos toen voor eenzelfde strategie. Hij onderschreef de conclusies van het rapport, beloofde maatregelen te nemen, maar zei ook dat hij het rapport beschouwde als „vrijspraak”, omdat voor de zwaarste beschuldiging van fraude geen bewijs was gevonden. Ook benadrukte hij dat het college van bestuur niet bij de opleiding had ingegrepen omdat zowel managers, docenten als studenten niet aan de bel hadden getrokken.

Deze reactie is hem niet in dank afgenomen. Niet op zijn hogeschool en ook niet in politiek Den Haag, waar tijdens een spoeddebat begin deze maand felle kritiek werd geuit op zijn optreden.

Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) zei: „Een voorzitter van het college van bestuur is gewoon een schooldirecteur. Niet meer en niet minder. Die moet weten wat er op de werkvloer gebeurt. Je straatje schoonvegen en de verantwoordelijkheid bij de lagere echelons leggen, geeft geen pas.”

Over personele consequenties wilde Van Bijsterveldt het niet hebben. „Ik ga niet over de positie van het college van bestuur. Daarvoor is de raad van toezicht verantwoordelijk.”

De raad van toezicht van Inholland lijkt deze opmerking heel goed gehoord te hebben. Dales’ bestuursstijl zorgde al langer voor irritatie op de grootste hogeschool van Nederland. De twee andere collegeleden, Joke Snippe en Lein Labruyère, konden zich niet vinden in de wijze waarop Dales inhoud gaf aan zijn voorzitterschap. Ze vonden zijn bestuursstijl te afstandelijk en eigenmachtig, aldus ingewijden. Dales’ optreden in de media na verschijning van het rapport over het speciale afstudeertraject voor ‘langstudeerders’ (zes of zeven jaar) bij de opleiding MEM, bevestigden die gevoelens.

De raad van toezicht houdt Snippe en Labruyère niet verantwoordelijk voor de bestuurscrisis die bij Inholland is ontstaan. Volgens een woordvoerder van de hogeschool bestaat er tussen dit duo en de raad wel overeenstemming over de gewenste bestuursstijl voor Inholland.

De woordvoerder wil niet zeggen met welk bedrag Dales gecompenseerd wordt voor het „in goed overleg” beëindigen van zijn dienstverband, terwijl de interne gedragscode van de Nederlandse hogescholen wel voorschrijft dat de inhoud van „afvloeiingsregelingen” bekend moeten worden gemaakt. „Maar er staat niet bij dat dit onmiddellijk moet gebeuren. De cijfers zullen openbaar worden bij de presentatie van het jaarverslag van 2010, dat in de zomer volgend jaar verschijnt.”

Het laatste woord over het gesjoemel met diploma’s bij Inholland is overigens nog niet gesproken. De Inspectie van het Onderwijs komt volgende week met een eigen rapport over de kwestie.

De commissie onder voorzitterschap van beoogd minister Gerd Leers, die op verzoek van Inholland het interne onderzoek deed, heeft zich niet uitgesproken over de inhoudelijke kwaliteit van de opdrachten waarmee langstudeerders bij de opleiding MEM hun diploma verdienden. De Inspectie gaat dat aspect wel in haar onderzoek meenemen. Als blijkt dat er welbewust onterecht voldoendes zijn uitgedeeld, zou heel goed alsnog het oordeel ‘fraude’ geveld kunnen worden.

Geert Dales zal daarover in ieder geval geen uitleg meer hoeven geven.