Tropisch Nederland

Op 10 oktober wordt Curaçao een nieuw land en Bonaire een ‘bijzondere gemeente’ van Nederland. Hoe zien de bewoners hun toekomst? ‘Homo’s passen niet in onze cultuur.’

Bij de snèk, een kruidenier annex openluchtcafé, hangt een lome zondagmiddagstemming. „De makambas komen hier de boel overnemen”, zegt bouwvakker Rudsel – en hij slaat met zijn vlakke hand op de toonbank. Makambas is het woord dat Curaçaoënaars gebruiken voor witte Nederlanders. De andere gasten van deze snèk op Banda’Bou, het Curaçaose platteland, kijken gebiologeerd naar hun bierflesjes. De lust tot een discussie over de staatkundige veranderingen is de meeste Curaçaoënaars vergaan.

Stamgast Papi werpt een blik op het kleingeld in zijn zak. Gisteren was quincena, de tweewekelijkse betaaldag, maar Papi lijkt het meeste van zijn geld alweer uitgegeven te hebben. Hij balt zijn vuist naar Rudsel. Papi heeft minder problemen met Nederland. „Weet je”, zegt hij met een dikke tong, „je kan beter door een makamba genaaid worden, dan door iemand van je eigen volk.”

Even leek het erop dat Curaçao op 10.10.10 het toneel van een groot feest zou zijn. Vanavond om middernacht, Antilliaanse tijd, houdt een land (Nederlandse Antillen) op te bestaan en worden twee nieuwe landen (Curaçao en Sint- Maarten) en drie ‘bijzondere gemeenten’ (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) geboren. Aruba is al sinds 1986 een autonoom land binnen het koninkrijk.

Curaçao en Bonaire zijn zustereilanden met een compleet andere bestuurlijke toekomst – hoe denken hun bewoners over de op handen zijnde verandering?

Bij de snèk drinken Rudsel en Papi schouder aan schouder een volgend biertje. Maar in de politieke arena gaat het er minder gemoedelijk aan toe. Een eeuwenoude tweespalt speelt weer op. De partijen zijn verdeeld langs raciale en economische lijnen, langs kolonialisme en slavernij. Bij de verkiezingen van eind augustus werd de op Nederland gerichte PAR tot de oppositiebanken veroordeeld. De criticasters van de ‘rekolonisatie’ kregen toen de meerderheid. De leider van de nieuwe partij MFK, zakenman-politicus Gerrit Schotte, is nu de beoogde eerste premier van het nieuwe land Curaçao, ofwel van pais Kòrsou. Gaan Rudsel en Papi vanavond naar het geboortefeest van pais Kòrsou? Papi boert. Rudsel zwijgt.

Ruim 400.000 euro zou door het vorige eilandbestuur zijn uitgetrokken om de magische datum 10.10.10, in het bijzijn van Willem-Alexander en Máxima, groots te vieren. Maar Gerrit Schotte maakte daar korte metten mee: „We moeten maar heel kort feesten en laat het vooral niets kosten”, aldus Schotte tegen het Algemeen Dagblad. De nieuwe regering heeft de onkosten voor het feest beperkt tot 65.000 euro. Schotte: „De vorige regering heeft een chaos nagelaten.” Het nieuwe Curaçao bestaat volgens hem eigenlijk alleen op papier.

In Willemstad heerst inderdaad een gevoel van lichtelijke wanorde. Niet alleen moeten regering en oppositie aan hun nieuwe posities wennen, ook arbeidsconflicten borrelen op. Volgens Miguel Goede, politicoloog en rector magnificus van de Universiteit van de Nederlandse Antillen, beleeft Curaçao onzekere tijden. „Tijdens een verbouwing is het altijd een beetje rommelig”, zegt Goede in zijn kantoor. „Maar er is hier meer aan de hand. Er gebeuren twee zaken tegelijk. Én er is een politieke ommezwaai, én we gaan naar de nieuwe status toe. Veel is nog niet klaar. Mensen hebben nog geen echte houvast.”

Op naar Bonaire. De vlucht naar het tachtig kilometer verderop gelegen zustereiland wordt omgeroepen op de Curaçaose luchthaven Hato. Zwijgend gaan de reizigers aan boord. Voor de meesten is de korte vlucht niet spannender dan een busreis. Alleen toeristen stappen ietwat nerveus in. „Wat een klein vliegtuig hè”, zegt een Nederlandse vrouw tegen haar echtgenoot. „Als dat maar goed gaat.” Het instappen gaat gepaard met een kleine opstopping. „Acht mensen in de rij en het is meteen een chaos. Geweldig!” zegt een blonde Nederlandse jongen met een roze-wit gestreept overhemd.

Twintig minuten later koerst het tweemotorige turbo-propellervliegtuigje aan op hoofdstad Kralendijk. Langs de kustlijn steken hoge flats, opgetrokken in de stijl van Nederlandse architecten, sterk af tegen de oranje daken van monumentjes in de stadskern. Op Bonaire wordt de toenemende Nederlandse aanwezigheid nog sterker gevoeld dan op Curaçao. De relatief grote instroom van Europese Nederlandse ondernemers, tweedehuisbezitters, ambtenaren en pensionado’s drukt een groot stempel op het kleine, stille eiland van 15.000 inwoners. Bovendien is de Nederlandse aanwezigheid op Bonaire al heel concreet: al twee jaar wordt gewerkt aan het aanpassen van het ambtenarenapparaat naar Nederlands model.

Deze Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, geleid door Rijksvertegenwoordiger Henk Kamp, functioneert als een vooruitgeschoven post waarin alle twaalf Nederlandse ministeries samenwerken. Een groter verschil met de voorbereiding op Curaçao is amper denkbaar. Als hoofdvestiging van het RCN en middelpunt van de nieuwe ‘bijzondere gemeenten’ lijkt Bonaire nu de centrale rol te krijgen die Curaçao altijd binnen de Nederlandse Antillen bekleedde.

Aan de Kaya Cachi Craane in het centrum van Kralendijk staat bij Watta Burger Kwekkeboom-kroket, berenhap en shoarmarol met knoflook op het menu. Op de achtergrond klinkt een lokale Nederlandstalige zender. Een Bonaireaans gezin – oma, moeder en dochter – is voor het softijs gekomen, een berenhap is aan hen niet besteed. „De makambas”, zegt de oma, starend naar de grond, „zouden zich beter kunnen kleden. Soms lopen ze zomaar in hun zwembroek de supermarkt in, dat kan hier niet!”

Waldi Deira, gepensioneerd ambtenaar, is uitgesprokener. „De nieuwe Nederlanders zijn arrogant”, zegt hij op een terras aan de waterkant. „Ze groeten niet eens. Ze knippen met de vingers en zeggen: biertje! Dat is hun manier van bestellen.” Maar het heetste hangijzer in de ‘bijzondere gemeenten’ zijn ‘de immorele wetten’: legalisering van abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Waar demissionair staatssecretaris Ank Bijleveld-Schouten (Koninkrijksrelaties, CDA) nog een overgangsregeling van vijf jaar bepleitte voor invoering van deze op de zeer christelijke eilanden uiterst gevoelige wetten, hebben de Eerste en Tweede Kamer verordonneerd dat abortus binnen een jaar en euthanasie en het homohuwelijk binnen twee jaar moeten worden geïmplementeerd.

„Bijleveld zegt dat we niet dezelfde sociale voorzieningen kunnen krijgen als in Nederland omdat het hier een andere cultuur is”, zegt Deira strijdbaar. „Maar homo’s passen ook niet in onze cultuur. Nederlanders geloven niet in God, maar wij wel.” Ook taxichauffeur Ricardo Cecilia zit niet op de „immorele wetten” te wachten. „We moeten kijken wat het wordt met Nederland, maar het is wel eng, want de Tweede Kamer heeft geen idee hoe onze samenleving in elkaar zit.”

Schuin achter Watta Burger, in de etalage van een Nederlandse makelaar, hangen foto’s van onroerend goed. Gemiddelde prijs: 500.000 dollar. Met uitschieters naar 1,3 miljoen dollar. Een Nederlands stel voor de winkelruit wijst naar een foto. „Nou, ik heb mijn keuze wel gemaakt”, zegt de man lachend. Gearmd lopen ze naar het nabijgelegen City Café, een pleisterplaats voor Nederlanders op Bonaire. Voor de deur staat een flinke SUV op de stoep geparkeerd.

Verderop langs de Kaya Cachi Craane in Kralendijk staat de kritische oud-student Clark Abraham. Achter hem schittert de azuurblauwe Caraïbische Zee. Voor hem ligt een groot, nieuw appartementencomplex. „Hier stond Hausmann’s Folly”, wijst Abraham. Hausmann’s Folly was een monumentaal pand dat toebehoorde aan een belangrijke Bonaireaanse familie. Ertegenover was de verzamelplek van de lokale jeugd. Enkele jaren geleden moest het statige pand plaatsmaken voor de toeristenflat. „Het is een monsterlijk gebouw”, zegt Abraham. „Het ziet eruit zoals appartementencomplexen op Caraïbische eilanden er blijkbaar uit moeten zien: mooi voor toeristentijdschriften. Maar Bonaire heeft zijn eigen authentieke cultuur en zijn eigen authentieke uitstraling.” Zo denken meer Bonaireanen erover. Door de toenemende Nederlandse invloed vragen veel eilandbewoners zich af wat er van hun cultuur overblijft.

Ook op Curaçao heeft de gewijzigde band met Nederland geleid tot een vlammende identiteitsdiscussie. Beoogd minister van Onderwijs en Cultuur René Rosalia zei eind september in een toespraak dat de Afro-Curaçaose cultuur onder vuur ligt van „een kracht met twee koppen”, de kop van de „rekolonisatie van Nederland” en de kop van de middenklasse Curaçaoënaar „die in Nederland heeft gestudeerd en gewoond en die de Nederlandse cultuur omarmt”.

Het lijkt erop dat de staatkundige vernieuwing niet de geschiedenis ingaat als dé oplossing voor de problemen binnen het koninkrijk. Daarbij belooft de combinatie van een zeer rechtse Nederlandse regering en een zeer links Curaçaos kabinet de komende jaren het nodige vuurwerk.

Bij de snèk op Banda’Bou lachen Rudsel en Papi om de toekomst. Zij bestellen nog een bier.