Spaanse banken geen reden tot klagen

Buitenstaanders vragen zich vaakaf hoe het kan dat de Spaanse banken de financiële crisis en de zware recessie in het land relatief ongeschonden hebben kunnen overleven. Veel lof moet worden toegezwaaid aan de Spaanse centrale bank, die de kredietverstrekkers dwong om extra voorzieningen te treffen voor ‘slechte’ leningen, toen de hausse op de kredietmarkten in 2000 van start ging. Maar die buffers zijn nu bijna uitgeput.

De introductie van zogeheten ‘generieke’ voorzieningen was geen gemakkelijke aangelegenheid. Zoals de vroegere gouverneur van de centrale bank, Jaime Caruana, in een recente toespraak in herinnering bracht, hadden de banken geklaagd dat de extra voorzieningen te draconisch waren. En nu blijkt dat het nog niet genoeg was.

De Spaanse banken deden al vroeg in de crisis een beroep op de ‘generieke’ voorzieningen, waardoor ze in staat waren de gevolgen van de stijging van het aantal ‘slechte’ leningen te compenseren. In juni beschikten ze volgens gegevens van de centrale bank nog over 18,8 miljard euro aan generieke reserves – bijna 40 procent minder dan twee jaar geleden. Maar de winstgevendheid van de kredietverleners neemt af en het aantal slechte leningen stijgt nog steeds. De spaarbanken die de helft van het financiële systeem uitmaken en gevoeliger zijn voor projectontwikkelaars, lijken het kwetsbaarst. Als de generieke voorzieningen zijn uitgeput, zullen nieuwe oninbare leningen onmiddellijk ten koste gaan van het kapitaal. De staat heeft tot nu toe 14,4 miljard euro ter beschikking gesteld. Maar sommige spaarbanken hebben vrijwel zeker méér kapitaal nodig, dat zal moeten komen van de overheid, van belangenverkopen of van de kapitaalmarkten.

De grotere Spaanse banken verkeren in een betere vorm. Zij hebben al in een vroeg stadium ingezien dat de generieke voorzieningen niet al hun problemen zouden oplossen en hebben bezittingen verkocht. Uiteindelijk zullen echter ook deze banken hun buffers moeten aanvullen. Als gevolg daarvan schat Barclays Capital dat de totale jaarlijkse voorzieningen voor slechte leningen zullen stabiliseren op meer dan het tweevoudige van het dieptepunt uit 2007. Zelfs in dat geval zou het nog tien jaar kunnen duren voor de buffers weer op het peil zijn van vóór de crisis. Het risico is dat de Spaanse centrale bank besluit om de wederopbouw te versnellen, of om nóg hogere buffers zal vragen. Hogere voorzieningen zouden ten kosten gaan van de operationele winsten en de dividendgroei beperken. Gezien de ervaringen van de afgelopen drie jaren zullen de banken echter geen reden tot klagen hebben.

Fiona Maharg-Bravo