Revanchisme bedreigt de rechterlijke macht

Na één week Wilders-proces, live uitgezonden op televisie, is duidelijk dat voor de rechter nieuwe realiteiten zijn aangebroken. Alles wat op televisie komt, wordt theater. Ook rechters worden personages wier optreden publiek wordt beoordeeld. Het ging er hard aan toe. Om te beginnen in de rechtbank zelf, waar de rechter zich inderdaad ongelukkig uitdrukte en Wilders er opnieuw blijk van gaf de regie naar zich toe te kunnen trekken. Hoewel de wraking mislukte, bood het incident Wilders weer de kans om zijn punt te maken dat zijn vervolging wegens aanzetten tot haat en discriminatie slechts politieke bedoelingen heeft.

Wilders zegt de waarheid te spreken. En dan „kun je geen haat zaaien”. Zijn rechters acht hij bevooroordeeld, want „lid van D66”. In een proces dat over woorden en meningen gaat, is Wilders’ maatstaf zijn eigen gelijk. Wie hem niet ter wille is of kritisch bejegent, kan niet deugen. Met zijn strategische keuze om er het zwijgen toe te doen, benadrukt hij zijn slachtofferrol. Hij is een demonstratie van zijn eigen goed-fout-schema. Wilders, die ook volgens deze krant niet had mogen worden vervolgd, kan slechts winnen. Wordt hij veroordeeld, dan is hij een martelaar van het vrije woord. Wordt hij vrijgesproken, dan is dat een verder bewijs van zijn gelijk. Arme rechter, die nu Salomon moet zijn.

De klachten van Wilders over een „politiek proces” klinken na de eerste week wel bijzonder onoprecht. In een democratische rechtsstaat doet een eventueel partijlidmaatschap er immers niet toe. Al was iedere rechter lid van enige partij. De macht wordt gereguleerd door het recht, dat democratisch is vastgesteld en zo willekeur en rechtsonzekerheid voorkomt. De rechtsvinding is opgedragen aan onafhankelijke rechters die geen opdrachten aannemen van de wetgevende of de uitvoerende macht. Politieke rechtspraak kan in zo’n rechtsstaat per definitie niet bestaan, wat er links of rechts ook wordt beweerd.

De particuliere voorkeur van een rechter is niet alleen onbelangrijk, ze doet er voor het rechterswerk niet toe. Dat een invloedrijk parlementariër als Wilders, die echt beter weet, desondanks deze kritiek uit, is gevaarlijk. Het tast de laatste instantie aan die conflicten beslecht in een samenleving die niet meer uit zichzelf stabiel is. Weer vist de PVV-leider in troebel water.

Wilders demonstreerde in de rechtbank ook dat hij voor zijn rechters geen respect heeft. En niet alleen daar. In het programma van de PVV bepleit hij onomwonden het inperken van de vrijheid van de rechterlijke macht. Rechters moeten gekozen worden. Dit om een eind te maken aan hun „wereldvreemdheid”. Alsof de vreemdste vogels niet gekozen (mogen) worden. Zo moet de strafmaat in lijn worden gebracht met „hoe de burgers erover denken”. In feite bepleit Wilders zelf de politisering van de magistratuur.

Het wrakingsincident toonde tegelijk ook aan hoe kwetsbaar de rechterlijke macht is geworden. En hoe gevaarlijk dit proces voor het instituut en het gezag van de rechter kan worden. De recensies van de rechter waren immers niet mals. Onbegrip voerde vrijwel meteen de boventoon, gevoed door het wantrouwen tegen overheid en politiek. De toon is zelfs revanchistisch. Zijn rechters zich bewust van hun nieuwe, rauwe omgeving? Heeft het instituut al een antwoord? We zien het nog niet. Maar het moet er wel komen.