Het verschil tussen spin en democratie is overtuigen

Mark Rutte stelt zijn kabinet samen. Hij wil Nederland ,,van de rem afhalen” en zorgen dat ,,we eindelijk weer eens toonaangevend worden in de wereld”. Meeslepende ideeën met een steil uitvoeringsparcours. Ondanks zijn enthousiasme heeft de aanstaande minister-president nogal wat vertrouwen te winnen, in binnen- en buitenland. Ieder nieuw kabinet verdient een kans. Het mag

Mark Rutte stelt zijn kabinet samen. Hij wil Nederland ,,van de rem afhalen” en zorgen dat ,,we eindelijk weer eens toonaangevend worden in de wereld”. Meeslepende ideeën met een steil uitvoeringsparcours. Ondanks zijn enthousiasme heeft de aanstaande minister-president nogal wat vertrouwen te winnen, in binnen- en buitenland.

Ieder nieuw kabinet verdient een kans. Het mag zichzelf bovendien afficheren zoals het wil. Balkenende IV begon zijn driejarige oefening zaklopen met een oproep tot Samen Werken, Samen Leven. Het coalitie-akkoord legde in februari 2007 vooral vast waar men af zou blijven. Het samenwerken verschrompelde al vrij snel, tot het samenleven dit voorjaar ook niet meer lukte. Daar hadden zowel PvdA als CDA hun aandeel in. En de rest is geschiedvervalsing. In de politiek spreekt men met een zeker bewonderend afgrijzen liever over spin.

In niet-dictaturen moeten altijd verschillen van emotie en inzicht worden overbrugd. Dat kost tijd en veel woorden. Oud-PPR-politicus Bas de Gaay Fortman noemde dat ‘de kunst van het ivoordraaien’. Spin probeert het proces te versnellen door het stadium van overtuigen over te slaan. Spin beoogt de politieke strijd te winnen door de werkelijkheid vergaand volgens eigen instincten te beschrijven. En door de tegenstander negatief te definiëren.

Het welslagen van het kabinet-Rutte zou wel eens sterk kunnen afhangen van de vraag of de premier en zijn kompanen kans zien hun inspiratie om te zetten in wijze daadkracht. En het niet te laten bij spin. Tijdens de verkiezingen bepleitten CDA en VVD een aantal remedies om dit land weer op de kaart te zetten. In het uitruilproces met gedoogpartner PVV hebben zij daar flink op ingeleverd. Vooral op het gebied van arbeidsmarkt en sociale zekerheid. De woningmarkt wilden zij uit welbegrepen electoraal eigenbelang niet van de rem af halen.

Wie nu de regeer- en gedoogakkoorden leest ziet dat VVD en CDA ook verbaal zijn opgeschoven naar de PVV. De taal jegens immigratie en immigranten is verhard. Dat wordt  vergoelijkt door er op te wijzen dat ‘Europa’ als branddeken zal fungeren. Europese regels beletten Nederland snel harde maatregelen te nemen.

Bovendien wordt gezegd dat mensen in sterk ‘verkleurde’ oude wijken nu eindelijk merken dat hun noodkreet wordt gehoord. Verrassend te leren dat het platteland van Limburg en Brabant zo veel oude wijken heeft. Los daarvan, barse politietaal, minimumstraffen, het inrichten van een ministerie van Veiligheid houdt het risico van een dubbele teleurstelling in. Als de stoerspin de beloofde waren niet levert.

De kans is groot dat over een paar jaar de gevoelens van onveiligheid niet weg zijn. De politie zal verwikkeld zijn in de zoveelste reorganisatieronde. De burgemeester, die zijn greep op de politie verliest, moet in de Raad vaker ‘weet niet, ga er niet over’ verkopen. De minister van nationale politie zal in de Kamer steeds vaker reageren op lokale problemen. De ene speciale taskforce zal de andere inhalen.

Zeker, mensen moeten zich veilig voelen op straat. Dat is ten dele een grootschalig boevenprobleem, maar heeft vaak ook een zeer lokale oorzaak, die door vijandige taal jegens wie er anders uitziet niet wordt opgelost. Als VVD en CDA die taal inmiddels oprecht omarmen, dan is daar een soort meerderheid voor. Als zij die daadkracht belijden om de PVV-kiezer terug te lokken, dan is het spin en dus onwaarachtig.

Het is de vraag of die meerderheid er is. Informateur Opstelten constateerde na weken oproer binnen het CDA dat de drie fractievoorzitters hun voltallige troepen garandeerden, maar hij moest tot twee keer toe een momentopname maken om er zeker van te zijn. De voormalige CDA-dissidenten Ferrier en Koppejan produceerden onnavolgbare redeneringen na het CDA-congres. Hun principiële bezwaren tegen samenwerking met de PVV krompen ineen tot ‘kritisch volgen’ van enkele onderwerpen.

Een veel grotere potentiële bron van instabiliteit van het nieuwe kabinet is de gedoogconstructie die Geert Wilders in staat stelt zijn hart op de tong-praktijk in binnen- en buitenland voort te zetten en iedere twijfelaar bij de gedoogde partners  ter verantwoording te roepen. Koppejan en Ferrier moesten zelfs bij beoogd premier Rutte hun loyaliteit komen uitleggen. Ook aan de uitvoering van de  akkoorden. Gaan die Kamerleden straks zonder grondwettelijke  ‘last’  oordelen?

De tweede bron van instabiliteit zal de werkelijkheid over de grens zijn. Een land dat meer dan tweederde van zijn levensonderhoud in het buitenland verdient is sterk afhankelijk van zijn aanzien. Wanneer de minister van defensie van onze belangrijkste handelspartner Duitsland de onmisbare gedoogpartner van dit kabinet ‘een charlatan’ noemt, is de start van het kabinet in dat land niet ideaal. Geen wonder, Wilders toonde geen enkel begrip voor het verleden van Duitsland en zijn democratische verworvenheden.

Even onhandig is het om Vlaanderen te beledigen door weer te tornen aan die op zichzelf onzinnige, maar zwart op wit beloofde ontpoldering van de Hedwige. Wie denkt dat de Indonesische president Yudhoyono deze week zijn staatsbezoek aan Nederland alleen afzegde vanwege een kansloos kort geding strooit zichzelf seroendeng in de ogen. Het kabinet-RVW heeft een noodstart gemaakt in de wereld.

Mark Rutte toont op zijn beste momenten vlagen inspiratie die leiders als Bill Clinton, Barack Obama, Tony Blair en David Cameron meebrachten toen zij net begonnen. Nieuwe bezems zijn niet verkeerd. Maar dan moet hij geen dag verloren laten gaan en de spin van de akkoorden verruilen voor werkelijke ideeën. Hij kan met één pennestreek een begin maken door die puur rancuneuze bezuinigingen op kunst te schrappen. Die leveren bijna niets op en kosten veel. Cultuurbarbaren zijn nooit grote leiders geworden.