Eitje, denk ik

Aan het einde van de werkdag trek ik mijn fietskleren aan. In de kleedruimte tref ik een collega die ook gaat fietsen. Hij gaat dezelfde kant op, dus we rijden samen op. Ik op mijn racefiets, hij op een gewone fiets met dikke banden. Zijn enige concessie is een triatlonstuur, waar hij zijn armen op legt.

Eitje, denk ik. Het gaat gelijk al hard. Op de dijk met wind op kop kan ik niets anders dan amechtig in zijn wiel hangen. Af en toe neem ik even – heel even – de kop over. Na twintig kilometer moet hij rechtsaf, ik moet nog verder. Met mijn laatste adem kan ik nog net uitbrengen „Man, wat ga jij hard, zeg!”

„Ach”, zegt hij. „De techniek verleer je nooit. Ik was in 1991 Nederlands kampioen.”