Een verdrietige partij, in stilte op zoek naar zichzelf

Job Cohen bleek niet de gedroomde lijsttrekker. De verkiezingscampagne was te defensief. En ook bij de informatie miste de PvdA de boot. Wat nu? Fractie en partijtop zwijgen.

Ineens is er weer hoop. In opperbeste stemming komt de PvdA-top op woensdagmiddag 1 september bijeen in de fractiekamer in Den Haag. CDA-onderhandelaar Ab Klink is de avond ervoor uit de coalitieonderhandelingen gestapt en de CDA-fractie is in crisisberaad.

De stemming wordt er nog beter op als de PvdA’ers door vrienden en collega’s worden getipt dat de brief van Klink aan CDA-leider Verhagen op internet te lezen is. De mobieltjes worden erbij gepakt en tijdens het eten wordt de tekst uitgebreid gelezen en besproken.

Dit is hun kans, beseffen de aanwezige PvdA’ers, onder wie partijleider Job Cohen, belangrijke Kamerleden als Diederik Samsom, Ronald Plasterk en Jeroen Dijsselbloem, partijvoorlichters en campagneleider Pieter Paul Slikker. De PvdA wil graag weer aanschuiven aan de onderhandelingstafel.

Maar het loopt anders. Ruim vier weken na het incident met Klink kondigt VVD-leider Rutte aan dat de samenwerking tussen VVD, PVV en CDA er komt, nu een week geleden. De teleurstelling bij de PvdA is groot. Er heerst het gevoel dat ze geen eerlijke kans hebben gekregen.

Paul Depla, PvdA-burgemeester van Heerlen, verbaast zich daarover. Hij typeert zijn partij als „een smachtende tiener die wanhopig roept dat de ander van hem moet gaan houden”.

Het verdriet van links over de rechtse samenwerking is vooral het verdriet van de PvdA: de partij werd op één zetel na de grootste en staat toch met lege handen. In maart van dit jaar werd Job Cohen nog euforisch binnengehaald en zag half Nederland hem als toekomstig premier.

Het begon zo mooi, herinnert oud-voorzitter Michiel van Hulten zich. „Een populair en verstandig bestuurder die plots onze lijsttrekker werd. Het leek het perfecte antwoord op de opmars van Wilders.”

Wanneer ging het mis?

Al snel, blijkt uit een rondgang langs twintig PvdA’ers. Lijsttrekker Cohen blijkt meer bestuurder dan politicus, hakkelt tijdens tv-optredens, ontbeert feitenkennis en opereert onzeker. Sociaal-democraten uit het lokaal bestuur, zoals Paul Depla, Jan Hamming (Tilburg) en Marnix Norder (Den Haag), constateren dat het niet goed gaat. De strategie ontbreekt tijdens de verkiezingscampagne. Cohen wordt slecht begeleid door zijn team. Hij weigert een voorkeur voor een coalitiepartner uit te spreken, zodat de kiezer niet weet wat er met zijn stem gebeurt. Cohen kan het PvdA-verhaal niet in twee oneliners vertellen en heeft moeite met de leiderschapsrol. En het programma wordt tot driemaal toe aangepast, wat tot veel negatieve publiciteit leidt.

Hamming: „Ik heb er af en toe met kromme tenen naar gekeken.”

PvdA’ers die bij de campagne betrokken waren, zijn nog harder in hun oordeel. Ze vinden het „onbegrijpelijk” dat de partij dezelfde fouten maakte als in de campagne van 2006. Ook nu was de campagne volgens hen „defensief en technocratisch” en een aaneenschakeling van „incidenten”.

Als de PvdA uiteindelijk toch de tweede partij van het land wordt, overheerst de opluchting. Maar dan gaat het opnieuw fout. Al in de eerste dagen na de verkiezingen legt Cohen al zijn kaarten op tafel: wat hem betreft valt alleen te praten over Paars Plus, een combinatie van VVD, D66 en GroenLinks.

Depla: „De focus op Paars Plus was te dominant. De PvdA leek te vergeten dat de SP het op één na beste verkiezingsresultaat ooit had behaald, maar zij doet alsof de partij niet bestaat.”

Cohen blokkeert daarna ook een middenkabinet van VVD, PvdA en CDA en adviseert eerst een rechts kabinet te onderzoeken. Daarmee drijft hij de rechtse partijen naar elkaar toe, vinden veel PvdA’ers. „Hij heeft een verkeerde inschatting gemaakt van de uitkomst van die gesprekken”, zegt oud-minister Jan Pronk.

Het roept de vraag op of Cohen, gelouterd als burgemeester in Amsterdam, ook een geschikte partijleider zal zijn. Ingewijden vertellen dat de zware campagne hem heeft „verkrampt”. Hij zou bang zijn om fouten te maken.

„Hij moet leren gehaaid te worden”, zegt Pronk.

Van Hulten: „De komende maanden moet blijken of Cohen kan groeien in de oppositie, of toch niet de juiste keuze is.”

Bij de Tweede Kamerfractie blijft het intussen oorverdovend stil. Over de koers van de partij onder Cohen wordt met de buitenwacht niet gesproken. Kamerlid Frans Timmermans: „Hierover is veel te zeggen, alleen heb ik zelf geen behoefte daar een bijdrage aan te leveren.”

Ronald Plasterk, tijdens de campagne nauw betrokken bij de strategie, is in eerste instantie enthousiast om te spreken over het profiel van de partij. Drie kwartier later in een sms’je: „Ik heb er even over nagedacht, ook intern even besproken, en ons gevoel is dat we nu wel genoeg hebben gepraat over onze oppositiestrategie, Job Cohen en de PvdA.”

Een ingewijde zegt dat de partij op dit moment „simpelweg geen idee heeft” en daarom elke discussie uit de weg gaat.

Alleen partijvoorzitter Lilianne Ploumen wil reageren. De partij gaat „inhoudelijk met tegenvoorstellen voor deze coalitie komen”. Het regeerakkoord staat volgens haar „heel ver af van wat wij willen.” En dus rest de PvdA niets anders dan „duidelijk aangeven wat het alternatief is voor deze regering.”

De fractie lijkt vooral met zichzelf bezig. Achter de schermen hebben Kamerleden als Plasterk, Jeroen Dijsselbloem en Martijn van Dam belangrijke posities verworven. Dat gaat ten koste van anderen. Frans Timmermans, partij-ideoloog en in het vorige kabinet staatssecretaris en oliemannetje tussen PvdA en CDA, zag belangrijke portefeuilles aan zijn neus voorbijgaan. Timmermans, opgetogen na de komst van Job Cohen naar Den Haag, zou teleurgesteld zijn in de nieuwe partijleider.

De stilte vanuit de partijtop leidt tot speculaties bij PvdA’ers buiten de fractie. Zij maken zich zorgen. Oud-minister Ed van Thijn: „De PvdA zit in een diep dal. Er moet heel wat gebeuren om een effectieve oppositie te kunnen voeren. De afgelopen weken is het oorverdovend stil geweest.”

Sommigen denken dat Cohens bestuurdersstijl in de oppositie van pas kan komen. Tegenover Mark Rutte, de studentikoze premier van een polariserend kabinet, kan Cohen proberen zich te profileren als waardig staatsman, hoeder van alle Nederlanders.

Volgens oud-minister Willem Vermeend verkeert de partij „in een hopeloze situatie. De werkende middeninkomens en de lagere inkomens hebben helemaal afgehaakt.”

Paul Depla ziet hetzelfde in Limburg, waar de PVV veel terrein won: „De PvdA is te veel universiteit, te weinig slachthuis, te veel laptop, te weinig Lederhosen.”

Essentieel is de vraag of de PvdA zich in de oppositie duidelijker moet profileren als middenpartij of de samenwerking met links moet zoeken. De eerste stap naar voorzichtige progressieve samenwerking leidde een paar weken geleden meteen tot ruzie, toen Plasterk en fractievoorzitter van de SP Emile Roemer te gretig de linkse tegenbegroting aankondigden en D66 en GroenLinks geïrriteerd reageerden.

De vraag is of D66 en GroenLinks überhaupt willen samenwerken met de conservatieve SP en de verdeelde PvdA; de hervormingsagenda’s van de eerstgenoemden staan dichter bij die van de VVD.

Voorlopig likt de PvdA haar wonden. Jan Hamming: „Eén voordeel: de plek in de oppositie kan ook louterend werken. Dan kunnen we eens goed nadenken wat we precies vinden.”