Berufsverbot?

Hoe zou het Nigel de Jong zijn vergaan als Yolanthe naast hem op het schavot had gestaan? Of Sylvie? Niet Sneijder en Van der Vaart hebben in uren van hoon een bliksemafleider nodig – zij bluffen zich overal doorheen. Dat lukt Nigel de Jong niet: hij versteent bij kritiek. Een vrouw als wapen? Hij zou niet weten hoe dat moet. De middenvelder houdt er weinig buitenwacht op na. Hij is allang verguld als zijn meisje hem, in poëtische zaligheid, lieve woordjes toefluistert. „O, mijn liefste, kleinste hartje van de planeet.” Zoiets.

Mark van Bommel en Wesley Sneijder blijven stug in de mandekking van de gewraakte collega: Nigel is gewoon lief. Stille einzelgänger. Ver van feesten en partijen. Anders dan de Surinaamse Ajax-kolonie van de negentiger jaren is elke vorm van rebellie hem vreemd. Aan spreken en betogen doet hij niet. Het innerlijke verzet blijft mooi toegedekt. Eén keer ontsnapte er iets van een hartenkreet toen hij op een avond tegen me zei dat hij zich schaamde voor zijn vader. Details? No way! „Maar ik weet waarom ik een goede vader wil zijn.”

Misschien is het grootste probleem van Nigel de Jong nog dat hij zo weinig verloop naar de media heeft. Niet als voetballer, niet als privépersoon. En hij heeft geen vrouw die in zeven roddelbladen tegelijk wil staan. Feodale oud-strijders voor anonimiteit. Anders dan Patrick Kluivert en Clarence Seedorf heeft hij ook niets te melden over een gespleten culturele komaf. Het intiemste blijft verborgen en onbesproken.

De nu zo gekneusde middenvelder was altijd vrij opinieloos. Efficiënt en nuttig voor het elftal, maar daar hoefde geen half-filosofische riedel bij. Niet eens de klank van kamermuziek. Het woord was aan de schaduw. En daar is geen waarom. Nigel de Jong: clair-obscur van Oranje. Dan komt een doodschop natuurlijk hard binnen. En veel handlangers in het verweer zijn er niet. Toch niet in Nederland. Zijn Italiaanse coach bij Manchester City, Roberto Mancini, die con brio het catenaccio heeft overleefd, is vergevingsgezinder.

De Jong wordt nu geïsoleerd in zijn wandaad, alsof hij de eerste is die schande over Nederland heeft afgeroepen. Ik herinner me andere tijden. Toen heldenzangen als waaiers over Rinus Israël neerdaalden. De zeis van Feyenoord was zelfs cult. IJzeren Rinus, volksbezit en rolmodel: zo doe je dat in het leven, jongens – de beuk erin. Bal of scheenbeen, Rinus dacht er niet over na. Zelfs op training liet hij ledematen van ploegmaats vrolijk in de rondte slingeren.

Ging liefde dan niet altijd langs het mes?

Johan Neeskens was ook nooit te beroerd voor een horrortackle. Zowat de halve mensheid heeft hij kreupel gebuffeld. Mede namens Johan Cruijff die nu, in zijn eeuwige wijsheid, ongemeen genadeloos oordeelt over het schorremorrie Nigel de Jong. Oranje heeft anders wel behoorlijk wat slachters in dienst gehad. Wim Rijsbergen, Wim Suurbier, Jan Wouters, om er een paar te noemen.

Bloed aan de paal: er werd in de kranten van die tijd romantisch over geschreven. Manhaftige krijgers die in gruwelijke doodsverachting de tricolores opzweepten, waren bijna filmsterren. Spelverruwing, doodschoppen, horrortackles… zelfs tot noemenswaardige rituele afschuw kwam het niet. Het ras der analisten moest toen nog worden uitgevonden.

Is Nigel de Jong een mediaslachtoffer? Dat ook weer niet. Hij heeft zichzelf de melaatsheid in getackeld. Als recidivist zowaar. Nog kwalijker: zijn sorrycultuur is bedroevend zwak ontwikkeld. Recht op medelijden heeft hij niet. Overigens: contractverlenging wenkt, voor een jaarsalaris van acht miljoen euro. Het scheelt toch in de zelfanalyse.

Hoe dan ook is het mij te hypocriet om deze middenvelder nu voor zijn wanstaltige overtredingen, vanuit de losse pols, te trakteren op een Berufsverbot bij Oranje. Het zal ook niet gebeuren. De spelersgroep is Nigel niet afvallig, en bondscoach Bert van Marwijk heeft al voor zichzelf uitgemaakt dat het bij een symbolische straf zal blijven: twee wedstrijden het bos in. Bert gaat allang mee in het voetbal. Hij heeft honderdduizend enkeltjes om zich heen zien kraken. En altijd in vermoorde onschuld.

Voor hem is verderf sowieso meervoudig.

Ook de bondscoach is diep geschramd in zijn eer. Het verwijt dat het Nederlands elftal, op het WK in Zuid-Afrika, cultureel erfgoed heeft verkwanseld, snijdt als een cirkelzaag door hem heen. Het maakt hem radeloos. Daarnaast is er zijn schoonzoon Mark van Bommel: ook weer zo’n goede moordenaar.