Uitvinder van de dubbele lunch

De Duitser Siegmund Warburg werd Brits staatsburger, maar bleef als bankier een buitenstaander met diepe twijfels ten aanzien van het Brits establishment. Intussen sloot hij wel baanbrekende transacties af.

19th October 1968: Banker, Sir Siegmund Warburg in his city offices. (Photo by Stan Meagher/Express/Getty Images)
19th October 1968: Banker, Sir Siegmund Warburg in his city offices. (Photo by Stan Meagher/Express/Getty Images) Getty Images

Niall Ferguson: High Financier. The Lives and Time of Siegmund Warburg. Penguin Press, 548 blz. € 32,-

Hij huilt als hij het nieuws hoort. De BBC radio speelt het Wilhelmus. Britse troepen zijn de Belgisch-Nederlandse grens over getrokken. Hij maakt een aantekening in zijn dagboek. Het is 5 september 1944.

Na de oorlog noemt de uit Duitsland geëmigreerde joodse bankier Siegmund Warburg zijn bank naar zichzelf. Dat is in Londen zo de gewoonte. S.G. Warburg, uitgesproken op zijn Engels, de lingua franca van de financiële wereld. Hij ontpopt zich als vertrouwd adviseur voor bedrijven en wordt achter de schermen ook een fluisteraar in het oor van politici, bij voorkeur die van de Labourpartij, de ‘aartsvijand’ van zijn financiële vrienden.

Warburg staat aan de wieg van twee historische transacties, één Britse en één Europese. Als hij met pensioen zegt te zijn gegaan, werkt hij gewoon door. Siegmund Warburg (1902-1982) is onderwerp van een biografie van financieel historicus Niall Ferguson. Zijn biograaf had als eerste toegang tot diens dagboekaantekeningen. Wanneer minister-president Harold Wilson (Labour) in de jaren zestig de neergang van het Britse pond in de schoenen schuift van de ‘dwergen van Zürich’, de anonieme en ongrijpbare geldbeheerders overzee, regelt Warburg een discrete lunch met de baas van een grote Zwitserse bank. Het verandert weinig aan de opvattingen van Wilson. Hij zal niet de eerste politieke leider zijn die buitenlandse financiële machten (Arabieren, speculanten, hedgefondsmanagers) de schuld geeft van valutategenslag.

Siegmund Warburgs wieg is een joods bankiershuis in Hamburg, een stad van scheepvaart, daaraan gelieerde industrie en van een internationale visie op de wereld die met handel samenhangt. Warburg weet kort na de machtsovername van Hitler in 1933 Duitsland te verlaten, met achterlating van zijn familiebank. In Londen begint hij opnieuw, met een zogeheten merchant bank, een bank die ondernemers adviseert en financiering regelt. Hij spiegelt zich aan een Amsterdams voorbeeld: de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Hij noemt zijn bank de New Trading Corporation.

In 1939 wordt Siegmund Warburg Brits staatsburger. Zijn naturalisatie-aanvraag wordt gesteund door de geldelite in de City, het financiële centrum van het wereldrijk. Het zijn leden van de families Rothschild, Barings, Hambros en Samuels.

Herenclubkarakter

Warburg is de buitenstaander bij uitstek in een samenleving waar afkomst, klasse en scholing de selectiemechanismen zijn voor de kaderposities in de politiek en in de financiële en zakelijke elite. Hij koestert diepe twijfels over het Britse establishment, over het herenclubkarakter van het bedrijfsleven, over het old boys netwerk. Maar het is ook de ideale situatie, want Warburg kan zich daar tegen afzetten. Samen met compagnon Henry Grunfeld, die in meer opzichten is wat hij níet is, zoals een formidabele onderhandelaar, stoot hij met zijn tomeloze energie zijn kleine nieuwkomersbank op tot een van de toonaangevende zakenbanken in de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw.

Kenmerkend voor zijn werkethos is een verzuchting in het eerste oorlogsjaar: hoe gruwelijk de bombardementen op Londen ook zijn, zij maken een eind aan nutteloze sociale verplichtingen. Hij maakt zich verder geen illusies. Zijn pistool ligt binnen handbereik – mochten de Duitsers voor de deur staan. Maar zijn kinderen gaan niet naar Canada, hoewel hij dat probleemloos kan regelen. Als welgestelde nieuwe joodse staatsburger ziet hij het als zijn plicht niet anders te handelen dan de doorsnee Brit.

Buitenstaander

Warburg speelt na de oorlog een hoofdrol in twee baanbrekende transacties. De eerste is zijn advieswerk bij de zogeheten vijandige overname van British Aluminium. Twee partijen strijden om de macht, verhogen hun bod om met hun meerderheid van de aandelen desnoods de directie naar huis te sturen. De ene partij vertegenwoordigde de Britse zakenelite, met dito adviseurs en steun tot in het Britse kabinet. De ander is Reynolds-TI, kleinduimpje, geadviseerd door Warburg. De buitenstaander wint.

Nog verstrekkender is een transactie in 1963 waarmee de Italiaans tolwegenexploitant Autostrade een obligatielening afsloot bij internationale beleggers. Autostrade leent geld in Amerikaanse dollars, met een financieringsmaatschappij op Schiphol (gekozen wegens de liberale Nederlandse fiscale regels), terwijl de hele transactie, inclusief toestemmingen en papierwinkel, vanuit Warburgs kantoor in Londen wordt geregeld. Het gaat om 15 miljoen dollar. Het is het begin van geld zonder grenzen, de eurokapitaalmarkt die nu tientallen miljarden groot is. Autostrade zet Londen op de kaart als het financiële centrum van Europa. Niet langer is de City de draaischijf van louter Brits kapitaal, maar gaandeweg van de groeiende kapitalen van bedrijven, banken en beleggers uit Japan, het Midden-Oosten, Europa en de VS.

Opvallend in de Autostrade-transactie is het kleine bedrag, de overvloedige regelgeving en de stricte reglementering.

Nu is alles vrij.

Biograaf Ferguson zet Warburg neer als de antithese van de huidige generatie leidende financiers. Hij schetst het collectief leiderschap in de bank en de verplichting tot het delen van informatie tussen de verschillende partners. Een van zijn praktische innovaties: de dubbele lunch, een om 12.00 en een om 13.30. Zo spreken de directieleden tweemaal zo veel klanten.

Vier jaar na Warburgs dood breekt de regering-Thatcher in 1986 de City open met grootscheepse deregulering. De Big Bang. S.G. Warburg wordt overgenomen door een Zwitserse bank, de gelieerde vermogensbeheerder Mercury door een Amerikaanse concurrent. Tegenover de miljardenopbrengsten van de twee financiële instellingen staat een relatief mager bedrag voor de nalatenschap van Warburg zelf, zo’n 2 miljoen pond. Dat van zijn zakenpartner Grunfeld was zesmaal groter. Als privébelegger was Warburg in essentie een pessimist die aandelen te risicovol vond. Zo miste hij volop rendement.