Laat je zien, nieuwe directeur van Nederland

Kabinetsformateur Mark Rutte treedt straks aan als minister-president. Wat kan hij leren van de invulling die zijn voorganger Jan Peter Balkenende aan het ambt gaf? Een antwoord in zeven adviezen.

Jan Peter BALKENENDE ,Minister President NL. foto VINCENT MENTZEL/NRCH.Den Haag,Torentje, 9 september 2004==F/C==
Jan Peter BALKENENDE ,Minister President NL. foto VINCENT MENTZEL/NRCH.Den Haag,Torentje, 9 september 2004==F/C==

1 Maak duidelijk waar u staat in brandende, nationale kwesties.

Waar is de premier? Het was een van de meest gestelde vragen tijdens acht jaar Balkenende. De commissie-Davids vroeg het zich af in haar rapport, dit voorjaar, over de voorbereidingen van de Nederlandse politieke betrokkenheid bij de oorlog in Irak. De publicist Jeroen Smit, auteur van de bestseller De Prooi, miste de actieve betrokkenheid van de premier bij de verkoop van ABN Amro, „met name in 2007”. En columnisten stelden hardop de vraag na de moord op Theo van Gogh in november 2004. In alle gevallen namen vakministers als Jaap de Hoop Scheffer, Wouter Bos en Rita Verdonk het voortouw. Ze kregen van de premier veel ruimte.

Op zichzelf is deze gang van zaken logisch en verdedigbaar, zegt de Leidse hoogleraar bestuurskunde Jouke de Vries. Balkenende moest immers als relatief onervaren premier, zeker in het begin, zwaar leunen op ervaren krachten als De Hoop Scheffer. Bovendien was Balkenendes aanpak geheel volgens geldend staatsrecht, aldus De Vries. Daarbij is de minister-president niet meer dan een primus inter pares, en hebben vakministers van de eigen partij en van coalitiepartijen veel ruimte. „Toch kun je hier niemand op straat uitleggen dat de leiding van het land werkt op basis van collegiaal bestuur”, denkt De Vries. „Mede door de grote invloed van de media en de groeiende nadruk op celebrity’s in onze cultuur, denken steeds meer mensen nu eenmaal dat de premier de directeur van Nederland is.” Niet voor niets worden Tweede Kamerverkiezingen steeds meer premiersverkiezingen. „Burgers zien Mark Rutte straks op de tv bij zijn wekelijkse persconferentie, of tussen andere Europese leiders tijdens EU-bijeenkomsten. Ze willen zíjn duidelijke mening horen over grote kwesties.”

Als dat niet gebeurt, zegt De Vries, en vakministers steeds voorop blijven lopen, wordt dat op den duur niet ervaren als ruimhartige collegialiteit die ook nog eens staatsrechtelijk in orde is, maar eerder als het ‘wegduiken voor verantwoordelijkheid’.

2 Rechts-populisme? Houd afstand met een overtuigend eigen geluid en dito beleid.

Het begin van het tijdperk-Balkenende werd gekenmerkt door de onstuimige opkomst van het ‘Fortuynisme’ in 2002. Ruziënde LPF-ministers en chaotische taferelen bij de nieuwe regeringsfractie van de LPF waren het gevolg. Als antwoord ontwikkelde Balkenende een afstandelijke stijl van „onverstoorbaar doorregeren”, zoals de Leidse historicus Henk te Velde, auteur van diverse boeken over premiers, het typeert. „En daarmee is hij ver gekomen. Balkenende was een volhouder”, aldus Te Velde.

Het rechts-populisme echter ook. Het herpakte zich, en professionaliseerde. Onder de strakke leiding van Geert Wilders ging de PVV-fractie meer als een eenheid opereren. Balkenende bleef zich echter wat afstandelijk opstellen en kreeg geen vat op de vernieuwde politieke stroming, zegt Wilders-biograaf Meindert Fennema. „Bij het debat over de film Fitna, april 2008, bijvoorbeeld verweet de premier Wilders alle moslims op één hoop te gooien, zowel radicale als moslims van goede wil”, zegt Fennema. „Dat had waarschijnlijk, mede, een persoonlijke achtergrond. Balkenende wil immers zelf als gematigd christen ook niet op één hoop worden gegooid met orthodoxe christenen. Over radicale moslims wil hij het liever niet hebben.” Daarmee bleek het moeilijk voor Balkenende om zich in te leven in de wereld van de PVV-stemmer, zegt Fennema.

Er zijn weinig politici die dat wel kunnen, aldus Fennema. „Misschien Ivo Opstelten. Die heeft als burgemeester van Rotterdam met de Leefbaren moeten werken en heeft toen met zijn veiligheidsbeleid succes gehad.”

Opstelten zou wat dat betreft een betere keuze zijn geweest voor het premierschap dan Mark Rutte, denkt Fennema. „Mark Rutte had beter in de Tweede Kamer kunnen blijven om daar een eigen VVD-verhaal te vertolken. Nu moet die arme man als premier PVV-beleid gaan verdedigen: streng wat betreft immigratie en integratie, behoudend in sociaal-economische kwesties.”

3 Neem de Tweede Kamer altijd serieus – ondanks alles.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Het vierde en laatste kabinet-Balkenende (CDA, PvdA, ChristenUnie) begon in 2007 zijn zittingsperiode met een luistertoer van honderd dagen door het land. Het parlement voelde zich gepasseerd. „Dat heeft de relatie met de Kamer niet veel goed gedaan”, bevestigt Bas van der Vlies, tot de laatste verkiezingen SGP-voorman in de Tweede Kamer en één der parlementsoudsten. Daar kwam nog bij dat Balkenende soms de indruk wekte de Tweede Kamer niet tot zijn favoriete verblijfplaatsen te rekenen. Van der Vlies: „De premier was soms wat kregelig en zei dan: ‘Maar dat hebben we vorige week toch ook al besproken?’ ” Van der Vlies kan overigens veel begrip voor die geïrriteerde houding opbrengen. Doordat het aantal moties en spoeddebatten – vooral ook met de premier – hand over hand toenam, en het taalgebruik verruwde, „raakte het gezag van de Tweede Kamer soms in het geding”, aldus Van der Vlies.

Hoe zal Rutte met deze veranderde parlementaire cultuur omgaan? Hij zal zich wellicht meer op zijn gemak voelen in de Tweede Kamer dan Balkenende, schat Van der Vlies voorzichtig in. „Toen Rutte staatssecretaris voor Sociale Zaken was van 2002 tot 2004, heb ik hem ervaren als een vlotte politicus met een open stijl. Hij zocht graag het debat met de Kamer over bijvoorbeeld de hervorming van de bijstand”, zegt Van der Vlies. „Bovendien zal hij als leider van een minderheidskabinet dat debat met het parlement wel móéten zoeken als de nieuwe premier alternatieve meerderheden wil vinden.” Als coördinator van het kabinetsbeleid zou premier Rutte het in deze nieuwe constellatie wel eens heel druk kunnen krijgen, denkt Van der Vlies.

4 Besef dat monarchen net mensen zijn.

De afgelopen kabinetsperiodes leverden nogal wat koninklijke kwesties op. Mabel Wisse Smit loog als aanstaande van prins Friso over haar vroegere vriendschap met crimineel Klaas Bruinsma. Kroonprins Willem-Alexander vergaloppeerde zich met zijn huis in Mozambique. Prinses Margarita opende samen met haar toenmalige echtgenoot de aanval op haar eigen familie. En zo was er wel meer.

Op zoveel koninklijk gedoe had Balkenende vast niet gerekend, zegt royalty-kenner Daniela Hooghiemstra. „Die komt immers uit een politieke traditie waarbij met enig ontzag naar het koningshuis wordt gekeken. Balkenende ging ervan uit dat leden van zo’n instituut zich onberispelijk gedragen. Hij kon als gereformeerde minder overweg met het hybride karakter van de monarchie dan de katholieke Ruud Lubbers.”

Als voorbeeld noemt Hooghiemstra de Mabel-affaire. „Het was de stijl van Balkenende om over gevoelige zaken heen te stappen. Maar als hij bijvoorbeeld in het gesprek met Mabel wat langer over Bruinsma had doorgevraagd, zou duidelijk zijn geworden dat hun vriendschap geen ‘oppervlakkig zeilcontact’ was, zoals Mabel had gezegd”, aldus Hooghiemstra. Nu bleef alles bedekt waarna Balkenende alsnog werd overvallen door de media, die berichtten dat er meer aan de hand was met Mabel en Bruinsma. Hooghiemstra: „Vervolgens reageerde de premier met de botte bijl en zette Friso en Mabel uit de lijn van erfopvolging. Zijn staatsrechtelijk kompas was daarbij zuiver, maar hij berokkende het koningshuis wel schade. Dat is verdrietig voor iemand die het koningshuis juist hoog wil houden.”

Hooghiemstra verwacht dat Rutte, die als premier wellicht een troonswisseling moet begeleiden, laconieker met de monarchie om zal gaan. „Mark Rutte heeft er vast niet zo’n hoge pet van op als de gereformeerde Balkenende”, zegt ze. „Hij zal meer beseffen dat het koningshuis niet alleen maar een instituut is, maar ook uit mensen bestaat die fouten kunnen maken.”

5 Neem meteen na uw installatie het vliegtuig naar Angela Merkel en Nicolas Sarkozy....

Gezien de spilpositie van deze leiders in Europa, krijgt elke premier sinds Lubbers dit advies. Balkenende deed er zijn voordeel mee, zegt ‘BZ’-specialist Alfred Pijpers van het Instituut Clingendael. „Balkenende bouwde binnen het gezelschap van Europese regeringsleiders aanzienlijk gezag op.” Dat bleek met name in 2004. Toen haalde hij, samen met de collega’s van Buitenlandse Zaken, een zware post (Mededinging) binnen voor Neelie Kroes in de Europese Commissie. Met minister Zalm (Financiën) bevocht hij een korting van 1 miljard euro op de Nederlandse afdracht aan de EU. Ook regisseerde Balkenende in 2004 een succesvol Nederlands voorzitterschap van de EU.

Ook Mark Rutte zal volgens Pijpers snel naar Merkel moeten, zo bleek vorige week toen de Duitse regering haar zorg uitsprak over de invloed van de PVV op het nieuwe Nederlandse kabinetsbeleid. Daarnaast is er nog een andere reden waarom een goed contact met Europese en andere regeringsleiders van groot belang is, zegt Bernard Wientjes, voorzitter van het werkgeversverbond VNO-NCW. De premier heeft zich in het tijdperk-Balkenende volgens hem steeds meer ontpopt als informele belangenbehartiger voor het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland. „Balkenende deed dat fantastisch”, zegt Wientjes die regelmatig met de premier de wereld rondreisde. „Hoewel hij helemaal niet uit het bedrijfsleven afkomstig is, kon hij met grote charme en kennis van zaken praten en onderhandelen. Hij heeft op die manier zichtbaar en onzichtbaar veel deuren voor ons bedrijfsleven geopend. Zo heeft hij een paar jaar geleden een grote rol gespeeld bij de opening voor ons bedrijfsleven naar de gasvelden in Siberië. We hebben daar heel genoeglijk en effectief twee uur lang met premier Poetin over zitten praten.”

6...en daarna: op naar de meubelboulevard, voor uw eigen inrichting van het Torentje.

Het wordt steeds belangrijker hoe de politieke macht eruitziet, stelt de Leidse historicus Henk te Velde. Steeds meer mensen trekken naar Den Haag en het Binnenhof om zich bijvoorbeeld op Prinsjesdag te vergapen aan de pracht van de macht. „In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw had elke zuil zijn eigen feesten en tradities, zoals de 1 mei-vieringen voor de socialisten”, zegt Te Velde. „De premier zetelde toen nog niet op het Binnenhof maar ergens anders in de stad, op Plein 1813. De verzuilde tradies zijn inmiddels verdwenen, en de premier is naar het Binnenhof verhuisd. Daar gebeurt ‘het’ nu steeds meer, en mensen willen dat ook zien. Dan worden uiterlijkheden belangrijker.”

Het Torentje waar de premier zetelt, maakt wat dat betreft tot nu toe weinig indruk. „Niveau consistoriekamer in een hervormde kerk”, schreef Eduard Bomhoff in een terugblik op zijn 87 dagen als LPF-minister in Balkenende I. Wel beginnen premiers het ‘binnenwerk van de macht’, zoals Te Velde het noemt, steeds meer te voorzien van hun eigen accenten. Lubbers hing een kruisje boven de deur van zijn werkkamer, de plek waar Rutte straks misschien wel een portret van de liberaal Thorbecke gaat hangen. Balkenende verving „het goedkope lederen meubilair” (alweer Bomhoff) door modernere stoelen. Ook liet de premier als enthousiast autoliefhebber een glazen vitrine met modelautootjes achter zijn bureau plaatsen. Tevens hield hij op den duur zijn wekelijkse persconferenties in een iets ‘presidentiëlere’ ambiance: niet meer zittend achter een tafeltje in een perszaaltje, maar staand achter een katheder in een grotere, open ruimte van het eigen ministerie.

7 De zeeën gaan straks hoog. Bedenk nu al wat uw laatste houvast is.

„Hoe houdt-ie het vol”, was vaak de wat verwonderde reactie van commentatoren als de oppositie en demonstranten weer eens te hoop waren gelopen tegen het „asociale afbraakbeleid van” Balkenende cum suis. Wie in de sfeer van politieke en maatschappelijke verruwing als minister-president overeind wil blijven, heeft volgens de Leidse bestuurskundige Jouke de Vries sterke drijfveren nodig. „Dat Balkenende het acht jaar heeft volgehouden en ontzettend veel over zich heen heeft gekregen, kan ik alleen maar verklaren uit zijn religieuze inspiratie. Ik denk dat hij uiteindelijk terugviel op zijn geloof in God.”

Daarmee vergeleken karakteriseert de bestuurskundige de toekomstig premier Mark Rutte als een „duidelijke liberaal, die door de omstandigheden van sociaal liberaal is opgeschoven naar een meer rechtse liberaal”. De Vries schat in dat Rutte zich te midden van polarisatie en tegenstand zal bewijzen als een goede ‘teamplayer’. „Zijn succes ligt in de combinatie met prominente partijgenoten als Uri Rosenthal en Ivo Opstelten.” Daarnaast moet men niet vergeten dat Rutte zelf al het nodige gezag heeft opgebouwd, stelt De Vries. „Nog niet zo lang geleden had Mark Rutte het lastig, maar nadat Rita Verdonk uit de partij was gezet, ontstond er toch een beeld bij het publiek dat Rutte ruggegraat heeft.”

Wie is de man achter de premier? Morgen in NRC Weekblad