Ik ben gered door het boek

Jeroen Aalbers (28) werd per ongeluk schrijver van kinderboeken. Kan dat?

Wel als je gitarist bent van een punkrockband en daar opeens genoeg van krijgt.

„Pas op”, waarschuwt het baasje. „Chin-Chin kan bijten.” Jeroen Aalbers wijst naar het kleine kuitenbijtertje dat wild op en neer springt, en zegt: „Zo’n Chinese naakthond heeft ook voordelen.” Dankzij haar lichaamstemperatuur van veertig graden is het een ‘levende kruik’. „Als ik in bed aan het schrijven ben, ligt ze meestal in mijn oksel te slapen.”

Vroeger schreef Jeroen Aalbers (28) alleen punkrockliedjes. Onder de naam Jerry Hormone was hij gitarist van The Apers, de Rotterdamse equivalent van de Ramones. „Dat ik nauwelijks gitaar kon spelen, deed er niet toe. Ik was achttien en ik vond mezelf wel tof. In al je jeugdige overmoedigheid denk je dan dat je bakken met geld gaat verdienen, dat je het gaat maken.”

Vijf jaar geleden stopte hij met de band en ging, ‘per ongeluk’ , kinderboeken maken. De boeken over Borre – ‘een bijdehand maar ook naïef ventje’ – zijn bestemd voor groep 1 tot 8 van de basisschool en worden daar jaarlijks verspreid in een oplage van een half miljoen. Veertienduizend kinderen hebben een abonnement zodat ze elke maand Borre krijgen thuisbezorgd.

Waarom stopte je met The Apers?

„Na vier jaar vrat ik nog steeds elke laatste week van de maand witte bonen in tomatensaus, omdat ik geen geld meer had. We hebben twee keer op Lowlands gestaan, tien keer door Europa getoerd. Dat zijn de krenten uit de pap, en dat is natuurlijk te gek. Maar de krenten zijn er niet zonder de pap. Je moet de ballen uit je broek spelen. We deden zo’n 120 optredens per jaar. Dan val je in herhaling: ieder weekend drie shows, weer naar Lutjekut en andere uithoeken. Als je bij het zevende rondje langs gesubsidieerde jeugdcentra merkt dat er minder mensen komen opdagen, gaat de rek er gewoon uit. Ik moest ermee nokken.”

Hoe voelde dat?

„Het was een serieuze existentiële crisis die ik op mijn 22ste doormaakte, als rocker met pensioen. Hoe kwam ik aan geld en what the fuck moest ik met mijn leven? Overdag sliep ik, ’s nachts speelde ik de blues en huilde naar de maan. Het was alsof ik opnieuw de puberteit beleefde. Als puber wilde ik niets anders dan gitaar spelen. Nu vond ik zelfs dat niet leuk meer. Wat moest ik doen?”

Waar was je goed in?

„Ik ben ooit begonnen op het vwo. Op mijn veertiende kreeg ik een gitaar en een vriendin. Toen had ik het veel te druk om Duitse woordjes te stampen. Ik dacht: de havo haal ik op mijn sloffen. Bij mijn eerste bandje, The Ragin’ Hormones, dacht ik: als ik nu mbo ga doen, houd ik meer tijd over om te spelen. Eenmaal op het Grafisch Lyceum moest ik nog één expositie houden, maar toen gingen we met The Apers zes weken door Amerika toeren. Daarna hoorde ik op school dat ik niet meer terug hoefde te komen. Toen had ik helemaal niks.”

Gek hè.

Nee.”

Dan toch de vraag: hoe wordt een punkrocker kinderboekenschrijver?

„Ik zat destijds in onderhuur bij Stefan Tijs, de baas van ons platenlabel Stardumb Records. Hij is ook illustrator en had een kinderboekenserie binnengehaald, De Gestreepte Boekjes, waarvoor nog een schrijver werd gezocht. ‘Probeer het gewoon’, zei hij. ‘Dan kun je de huur betalen. Je loopt namelijk een paar maanden achter.’”

Maar dan ben je nog geen schrijver ...

„Nee, want ik had nog nooit iets geschreven, behalve wat promotieteksten voor het label. Dan plakte ik zoveel mogelijk superlatieven achter elkaar: the greatest most explosive soundtrack of cool rambling rock ‘n’ roll, dat werk. Maar dit moest een verhaal zijn van vijfhonderd woorden, voor groep 1 en 2 van de basisschool. In één nacht heb ik het geschreven. Ik had een kat zien lopen met zo’n ding op zijn kop zodat-ie zichzelf niet kon krabben. Poespoes de lampenkapkat had lekkere binnenrijm en alliteratie. Ik had er meteen plezier in, en ik kreeg een contract.”

Hoe weet je wat jonge lezers leuk vinden?

„Geen idee, waarschijnlijk ben ik zelf infantiel. Tot voor kort kende ik helemaal geen kinderen. Sterker nog: ik ben altijd een overtuigd kinderhater geweest. Ze mochten wel blijven leven, maar verder moest ik er niet veel van hebben.”

Dat klinkt niet overtuigend. Je bent doorgegaan met schrijven voor kinderen. Dat zou als kinderhater wel erg sarcastisch zijn.

„Ik ben er wel rekening mee gaan houden wat ze kunnen verhapstukken. Dankzij een kinderpsycholoog die bij de uitgeverij in de redactie zit, weet ik dat vijfjarigen geen metaforen snappen. Twee vliegen in één klap bijvoorbeeld, dat nemen ze letterlijk. Het heeft ook geen zin om ze met mijn atheïstische gedachten te gaan lastigvallen. Soms zoek ik het randje op, en haal ik uit naar consumentisme of televisie.”

Bijvoorbeeld?

„Ik liet in mijn verhaal een actrice figureren in de soapserie Goede Tijden, Hersendood, waarop de redactie mailde: ‘Misschien moet je dat niet doen.’ Dat is toen Horendol Tranenda geworden.”

Wat vind je dan mooi aan kinderboeken schrijven?

„Het mooiste is om een ‘rond’ verhaaltje te maken. In Borre en het monster onder het bed is Borre bang: de grote jongens op school hebben gezegd dat er een monster onder zijn bed slaapt. Als hij ’s nachts kijkt, ziet hij een heel klein paars bibberend monster. Die vertelt met een piepstem dat de grote monsters op school hebben verteld dat er ’s nachts een kind boven hem ligt te slapen... Mooi hè?”

Een kort verhaaltje.

„Nou, zo’n verhaal heeft elf scènes, dat schreef ik meestal in één nacht. Maar inmiddels is het bijna een 40-urige werkweek geworden. Ik ben nu bijna klaar met groep zes. Dat zijn verhalen van vierduizend woorden, waarin je ruimte hebt voor karakteropbouw. Elke drie weken lever ik een verhaal in. En dan begin ik meteen aan een nieuwe.”

Heb je niet enorme mazzel gehad?

,,Borre is mijn life saver. Het was uit nood geboren: ik moest de huur betalen. Maar ik geloof dat er altijd iets op je pad komt. Als je daarover struikelt, moet je het oprapen, kijken of het wat is, en knetterhard werken. Ik ben bijna klaar met nummer 83: Borre en het Grote Goudvissen. Maar als dit niet was langsgekomen, was ik ongetwijfeld over iets anders gestruikeld. Vroeger vond ik educatie onzin, nu studeer ik Nederlands, in Leiden. Ik dacht: ik heb nu het geld, de rust en de tijd, ik ga het gewoon doen. Ik heb het colloquium doctum gedaan, het toelatingsexamen voor de universiteit. Dat was behoorlijk pittig.”

En de muziek?

„Ik ben nu hobbyrocker. Ik heb liever een bandje voor de lol, zodat het niet op werk gaat lijken. En ik moet mezelf in de hand houden. Als je zes weken op tour bent in Amerika, ben je iedere avond dronken. Leuk als je twintig bent, maar dat houd ik nu niet meer vol. Dat is een verschil met mijn studiegenoten: ik heb mijn lever al voor mijn studententijd kapot gezopen.”