De Hoop Scheffer: deelname G20 niet nodig

Nederland kan zich er beter voor inspannen dat de Europese Unie in de G20 gemeenschappelijke standpunten inneemt, dan ervoor te ijveren zelf aan tafel te zitten bij de groep van twintig grootste industrielanden. Dat zegt oud-minister van Buitenlandse Zaken en oud-NAVO-chef Jaap de Hoop Scheffer (CDA) vandaag in zijn inaugurale rede als hoogleraar vrede, recht en veiligheid aan de Universiteit Leiden.

De Hoop Scheffer neemt daarmee afstand van het beleid van zijn partijgenoot premier Balkenende, die zich er sinds 2008 met succes voor heeft ingezet als gast te kunnen deelnemen aan het G20-beraad. De EU, aldus De Hoop Scheffer, heeft nu een te groot aantal vertegenwoordigers aan de G20-tafel zitten. In zulke fora die door de grote landen worden gedomineerd is het „niet in het belang van een land met de omvang van Nederland” als de EU verdeeld is.

De Hoop Scheffer, die sinds vorig jaar de zogeheten Kooijmansleerstoel bekleedt, wijdde zijn oratie aan de opkomst van de G20, die sinds de financiële crisis van 2008 „een essentiële rol” vervult. „Meer dan welke andere internationale organisatie ook” komen daar „de verschuivende en nieuwe machtsverhoudingen” in de wereld tot uitdrukking. Hij noemt het belangrijk dat „nieuwe machtspolen als China, India, Brazilië en Zuid-Afrika” de verantwoordelijkheden op zich nemen die bij hun nieuwe status horen, onder meer bij de strijd tegen terrorisme en klimaatverandering.

De vraag is, aldus de hoogleraar, in hoeverre de opkomst van dit nieuwe orgaan een bedreiging vormt voor gevestigde instituties als de Verenigde Naties. De relevantie van de VN, en in het bijzonder de Veiligheidsraad, dreigt toch al af te nemen. De opkomst van de G20 maakt de noodzaak van hervorming van de VN nu extra urgent, meent hij. Op dat punt is hij het wél eens met Balkenende, die onlangs ook waarschuwde dat de organisatie haar vanzelfsprekende positie als gespreksforum van de wereld dreigt te verspelen.

Uit eigen ervaring puttend stelt De Hoop Scheffer dat staatshoofden en regeringsleiders verzot zijn op topontmoetingen. „Ze zijn onder hun gelijken. Ze zijn voor even bevrijd van de binnenlands politieke sleur, de camera’s zoemen en de journalisten zijn altijd minder vervelend dan in eigen land.”