Dribbelen op Bach

Scapino Ballet Rotterdam met Holland+. Gezien: 6/10, Rotterdam. Tournee t/m 1/12. Inl: www.scapinoballet.nl

Johann Sebastian Bach schijnt grote afstanden te voet te hebben afgelegd. Is dat interessant? Voor choreograaf Marco Goecke wel. Zijn Suite Suite Suite op – u raadt het al: een orkestsuite van J.S. Bach (Nr.4 in D) – begint met driftig dribbelende benen die naar de voorzijde van het toneel bewegen. Acht paar soldatenkistjes vallen op de vloer en pas dan worden de bovenste helften van de lichamen van de Scapino-dansers zichtbaar.

Typisch Goecke, zo’n grapje. Maar in tenminste één opzicht verschilt Suite Suite Suite van zijn eerdere werken: het zwart van de kostuums is ingewisseld voor fluweel donkerrood. Ook de algehele toon van dit werk uit 2008 lijkt wat lichter, misschien als eerbetoon aan de componist, uit wiens leven wat details zijn gelicht en absurd vervormd. Regelmatig wordt er snipverkouden geniesd en gesnoven, wriemelende vingers zijn voortdurend op zoek naar een klavier en Leslie Humbert, de enige vrouw tegenover een octet van mannen, speelt met hoekige bewegingen luchtviool.

Ook minder des Goeckes is de zwakkere verbinding met de muziek, die voornamelijk optreedt als choreografie en compositie meer vaart krijgen.

Soms ontstaat weer die merkwaardige vanzelfsprekendheid bij de combinatie van zijn bizarre, neurotische danstaal en de muziek. Die is in de prachtige Vuurvogel pas de deux, die vorig weekend te zien was tijdens de Nederlandse Dansdagen, veel meer aanwezig. Op Stravinsky’s muziek creëert Goecke met perfecte timing een beeld van introversie en behoedzaam verlangen naar de ander.

Een soortgelijke thematiek heeft het stuk Cracquer la peau van Loïc Perela. Hij laat bij Scapino vijf traag bewegende dansers op een tapijt van goudfolie met toenemende intensiteit bewegen en contact maken, maar door hun streven naar geluk verstoren zij de pure schoonheid van hun beginsituatie. Filosofisch interessant, maar choreografisch helaas minder.