Werd de rechter terecht gewraakt?

De rechtbank weigerde nieuwe rechters aan te wijzen in het proces tegen Wilders.

Er is geen ‘schijn van partijdigheid’. Maar niet iedereen gelooft dat.

Was het een verstandig idee van de rechtbank Amsterdam om de ruzie tussen Wilders en zijn rechters gisteren te laten beslechten door een rechter die in zijn vrije tijd bestuurslid is van het Marokkofonds? Op internet had men gisteravond de nevenfuncties van de Amsterdamse vicepresident Frans Bauduin snel gevonden. Om het allemaal ‘nog erger’ te maken bleek hij bovendien de rechter die de moordenaar van Pim Fortuyn ‘slechts’ tot achttien jaar had veroordeeld. Dat Marokkofonds blijkt een club die ‘duurzame ontwikkelingsprojecten’ in Marokko steunt en er de armoede bestrijdt. In het klimaat van publiek wantrouwen werd Bauduin gister dus snel doorgetrokken als protolinkse hobbyist.

In juridische kring is Bauduin echter bekend als onverstoorbaar vakman die bekend is om zijn uitgebalanceerde oordelen. Hij maakte juist indruk met een koel oordeel in de Fortuynzaak. En ook met de Ahold-zaak, waarin een scherp oordeel, hoge boetes maar toch voorwaardelijke celstraffen werden uitgesproken.

Gistermiddag oordeelde deze rechter dat er geen ‘zwaarwegende aanwijzing’ was dat de rechters in het strafproces Wilders de ‘schijn van partijdigheid’ hadden gewekt. Goed, de opmerking van collega Moors maandag, aan het adres van Wilders, dat hij door te zwijgen de indruk wekte het debat ‘uit de weg te gaan’ was ‘ongelukkig’. Er was bij de verdachte ‘een verkeerde indruk gewekt’. Maar meer ook niet. De verdachte moest ook begrijpen dat rechter Moors alleen wilde uitzoeken of Wilders begreep wat de consequenties van zijn zwijgen zouden zijn. Namelijk dat de rechter niet in gesprek met de verdachte kon vaststellen hoe zijn uitlatingen precies tot stand konden komen. Onuitgesproken bleef dat strafrechters meestal alleen met zwijgende verdachten worden geconfronteerd als die zó diep in de problemen zitten dat hun advocaat ze op voorhand de mond heeft gesnoerd. Stel je voor dat ze het met hun geklets nóg erger maken.

Mogelijk speelde bij rechter Moors ook lichte irritatie een rol. De rechtbank had zich voorbereid op een minutieuze reconstructie van de omstandigheden waaronder Wilders zijn gewraakte uitspraken had gedaan. En nu bleek de hoofdpersoon aan de Q & A niet mee te willen doen. Dat was onverwacht. De verdachte had toestemming voor een live televisieverslag van het proces gegeven. Het eerste televisieproces in de Nederlandse geschiedenis kon beginnen. Zóveel spreektijd, maar dan alleen om pontificaal te zwijgen? Het was maandagochtend dan ook een geforceerd toneelstukje in de rechtszaal. Rechters die hun vragenlijstjes afwerkten, onder het minzaam toeziend oog van advocaat Bram Moszkowicz en verdachte Wilders. Ook in de Kamer is hij gewend zijn moment te kiezen. Liefst praat hij dan door zijn vragenstellers heen. Wilders had het bij de rechtbank gelaten bij een korte verklaring waarin hij de rechtbank vooral om begrip leek te vragen. En wel voor een ‘persoonlijke observatie’ waarin hij vertelde over een ‘slopende formatie’ na afloop waarvan hij als enige niet kon uitrusten of zich opladen. Maar hij moest doorgaan met zijn ‘tweede baan’, ‘namelijk het zijn van lijdend voorwerp in deze slepende rechtzaak’. In de rechtbank koos hij dus op voorhand voor de slachtofferrol, voor hem een gebruikelijke tactiek. En rechter Moors trapte er meteen in door deze ongebruikelijke verdachte uit te dagen om toch in debat te gaan. Die maakte zijn rechter na afloop meteen uit voor een oppositielid van D66. Vandaag gaat het gevecht om de beeldregie verder.