Te weinig woorden in taalmethodes

opinext@nrc.nl

Op de Opiniepagina van 29 september reageert Jan Kuitenbrouwer op de Basislijst Schooltaalwoorden vmbo: een lijst van 1.600 woorden die brugklassers moeten kennen om het onderwijs te kunnen begrijpen. Uit onderzoek is gebleken dat 25 procent van alle middelbare scholieren de schoolboeken onvoldoende begrijpt. Kuitenbrouwer suggereert dat dit komt door onvoldoende middelen en een taboe op ‘blijven zitten’. Volgens mij is er een andere oorzaak, namelijk onvoldoende kennis bij leerkrachten en methodemakers. Uitgaande van het verschil in woordenschat tussen allochtone en autochtone leerlingen op 12-jarige leeftijd (17.000 voor autochtone en 9.800 voor allochtone leerlingen), zouden er minimaal 1.000 woorden per jaar systematisch moeten worden aangeleerd. En dat geldt ook voor autochtone leerlingen die dialect spreken of voor wie de woordenschat thuis beperkt is. Helaas weten veel leerkrachten dit niet. Dat zou niet zo erg zijn als er in alle methodes voldoende woorden zouden zitten, maar dat is niet het geval. In meerdere methodes ligt het aantal woorden per jaar ver onder de duizend, zelfs in methodes die geschikt zouden zijn voor taalzwakke leerlingen. De meest gebruikte methode voor groep 3 bijvoorbeeld, Veilig leren lezen, biedt slechts 240 woorden aan. Zet de managers en adviseurs dus niet voor de klas, maar laat ze deze kennis overbrengen op leerkrachten en methodemakers. Dan kan de lijst gebruikt worden als controlemiddel en om de belangrijkste woorden te herhalen.

Sonja van Boxtel

Taalkundige en docent Nederlands als tweede taal, Breda