Sporters: liever geen bezoek aan huis

De helft van de topsporters in Nederland ervaart dopingcontroles aan huis als een te grote inbreuk op de privacy. Dat blijkt uit een onderzoek.

Moeten de antidopingorganisaties altijd de verblijfplaats van een sporter weten? Dat gaat nogal ver, vindt atlete Yvonne Hak, die zich daardoor in zekere mate bespied voelt.

Helaas voor topsporters is dat een voorschrift van de wereldantidopingcode. Maar de controles aan huis wordt door bijna de helft (47 procent) van de Nederlandse topsporters als een te grote inbreuk op de privacy ervaren. En de verplichting om dagelijks de verblijfplaats op te geven – het zogeheten systeem van whereabouts – wordt door maar weinig sporters noodzakelijk geacht. Dat blijkt uit een vanmiddag gepresenteerd rapport van de Dopingautoriteit, de belangenorganisatie NL Sporter, de bond voor profvoetballers VVCS en de atletencommissie van sportkoepel NOC*NSF.

Van de sporters zonder een whereaboutsverplichting vindt maar 19 procent dat de regeling een belasting voor het privéleven is. Een begrijpelijke reactie van vooral voetballers, maar het verschil in opvatting geeft volgens de onderzoekers aan dat het draagvlak voor de whereabouts onder sporters gering is. De veronderstelling van antidopingorganisaties dat sporters in meerderheid de controles aan huis steunen voor de goede zaak blijkt ongegrond.

De 800-meterloopster Hak begrijpt dat wel. Sinds zij afgelopen zomer bij de EK atletiek in Barcelona de zilveren medaille won is Hak opgenomen in de testingpool van de internationale federatie IAAF. Die ‘promotie’ betekent dat zij tot de sporters behoort die als een risicogroep voor dopegebruik wordt gezien en vaker thuis bezoek krijgen van een controleur.

En dat is ingrijpend, vindt Hak, die zegt niets te verbergen te hebben. Een tikje verontwaardigd: „Als cameratoezicht op straat op grond van de privacyregels niet overal is toegestaan, hoe is het dan mogelijk dat sporters dagelijks moeten opgeven waar ze verblijven. Soms denk ik wel eens dat de controleurs zelf maar op zoek moeten gaan. Het is bekend waar we trainen en via de media zijn onze sporen redelijk goed na te gaan. Wie goed zoekt vindt ons wel.”

Het invullen van de whereabouts via de computer is een bijkomende ergernis voor sporters, zo blijkt uit het onderzoek. De software is volgens velen gebruiksonvriendelijk. De site van het wereldantidopingagentschap WADA is vaak moeilijk toegankelijk, bij de Dopingautoriteit is het beter. Die problemen leiden tot onnodige ongerustheid, want drie gemiste tests binnen anderhalf jaar betekent wel een schorsing van één tot twee jaar. Sporters winden zich er ook over op dat Nederlandse controleurs geen toegang tot de WADA-site hebben en hun bezoek niet kunnen afstemmen op het door de sporter opgegeven uur waarop ze thuis zijn.

Voor Hak is dat ’s ochtends tussen zes en zeven uur. Dan slaapt ze meestal nog, maar de kans is klein dat een controleur niemand thuis treft. „Als voor zevenen de deurbel gaat weet ik genoeg.”

Het invullen van de verblijfplaatsen en het wijzigen daarvan ervaren sporters als een zware belasting, vooral als de techniek ook nog eens tegenwerkt. Hak heeft haar eigen systeem. Ze vult drie maanden vooruit voor elke dag in dat ze tussen zes en zeven thuis is. Als ze daarvan afwijkt, meldt ze dat. Maar dat gaat ook wel eens mis. „Blijf je een keer bij je ouders slapen, word je ’s morgens wakker en denk je: shit, ik heb mijn veranderde verblijfplaats niet doorgegeven. Tot op heden is het gelukkig altijd goed gegaan.”

Maar dat gaat niet altijd op, blijkt uit het rapport. En dat is niet elke keer de schuld van de sporters, want er worden voorvallen genoemd dat de dopingcontroleur niemand aantrof terwijl de gezochte persoon wel op de opgegeven plek was. Controleurs mogen niet telefonisch contact leggen of zich op een andere wijze kenbaar maken. Op een onoverzichtelijk gebied als een skipiste of een gesloten terrein als een campus kan dat tot problemen leiden.

Tot de aanbevelingen behoort het aanbieden van applicaties die aansluiten op mobiele telefoons, zodat een wijziging van de whereabouts gemakkelijker kan worden doorgegeven. En onderzocht zou moeten worden of sporters niet via de telefoon of gps-band gevolgd kunnen worden.