Rechter botst weer met Moszkowicz

Kort na aanvang van een nieuwe procesdag in het strafproces tegen Geert Wilders gaat het bijna weer mis. Een van de particulieren die aangifte hebben gedaan tegen Wilders, wil de zaal verlaten. Ze wil niet kijken naar de film Fitna die vertoond zal worden. Daar heeft rechtbankvoorzitter Moors alle begrip voor. Hij zegt: „Dat kan ik me voorstellen. Zijn er meer mensen die de film liever niet willen zien?”

Het blijft stil. Dan neemt Bram Moszkowicz, de raadsman van Wilders het woord: „Ik kan mij niet voorstellen dat u dat nu zegt.” Moors reageert: „Ik gaf geen oordeel over de inhoud van de film. Benadeelde partijen hebben vaker de behoefte om een deel van de zitting niet bij te wonen.” Moszkowicz lijkt even te aarzelen maar zwijgt dan. Wilders kijkt strak voor zich uit. Met zijn handen trommelt hij op tafel.

Vanmorgen, bij de hervatting van de zaak in de Amsterdamse rechtbank, wijdde Moors geen woord aan het wrakingsverzoek dat de verdediging maandag tegen de rechtbank had ingediend. Moszkowicz vroeg om andere rechters omdat Moors had gesuggereerd dat Wilders discussie uit de weg gaat. Maar een wrakingskamer oordeelde dat Moors met zijn weliswaar „ongelukkig” geformuleerde uitspraak geen „ongeoorloofde” druk op de verdachte heeft uitgeoefend. Ook heeft hij „geen blijk van vooringenomenheid” gegeven over het strafdossier.

En daarom kon de zitting vanmorgen gewoon verder gaan, met de vertoning van Fitna. Het was een van de weinige keren dat Fitna integraal publiek vertoond werd. Na de vertoning werden onder meer de aangiften in het dossier behandeld. Het zijn er in totaal 86. De meeste (46) werden gedaan naar aanleiding van de open brief die Wilders op 8 augustus 2007 in de Volkskrant publiceerde. Hij noemde de Koran daarin een „fascistisch boek” en riep op het te verbieden.