Raakt een wolk leeg en waarom is hij zo donker?

Twee vragen tegelijk deze keer, beide over wolken. Piet Hein van Seggelen uit Hilversum verwondert zich erover dat een bui al zolang van tevoren is te voorspellen. „Op de buienradar kan je zo’n wolk al zien aankomen. Maar raakt die dan nooit leeg?” En Henri de Graaf uit Hierden vraagt: „Hoe komt het dat wanneer er ‘slecht weer op komst is’ dit vaak gepaard gaat met donkere wolken? Regendruppels op zich zijn immers kleurloos?”

Dat is geen wolk verbetert het KNMI. Dat is neerslag wat je ziet. Ook doet het KNMI niet aan voorspellen, zij noemen dat ‘een verwachting’, ‘we hebben hier geen glazen bol.’

Heleen ter Pelkwijk verzorgt opleidingen en bijscholing voor meteorologen bij het KNMI en zij legt uit: „Op de radar zie je eigenlijk de reflectie van de regen. De radar zendt een signaal uit, dat weerkaatst op de neerslag en gaat terug naar het meetinstrument. Die vangt dat op en zo zie je dus waar het op dat moment regent. Of sneeuwt.”

Regen, hoe ontstaat dat ook alweer? Een regengebied, legt Ter Pelkwijk uit, wordt gevoed door vochtige lucht. Die lucht condenseert als-ie opstijgt en afkoelt. En als die waterdruppels groot en zwaar genoeg zijn, vallen ze weer naar beneden.

En ja hoor, een bui raakt wel leeg. Die zie je dan volgens Ter Pelkwijk ook verdwijnen van de radar. Tenminste als een wolk lange tijd op dezelfde plek hangt, omdat er daar geen beweging in de atmosfeer is. Als een wolk zich niet kan voeden met nieuwe vochtige lucht, lost hij op.

Ook de donkere kleur van slecht-weer-op-komst-wolken verklaart Ter Pelkwijk. „Waterdruppels zijn inderdaad kleurloos, maar ze breken het licht, waardoor we wel kleuren zien.” Denk daarbij aan een regenboog, die ontstaat bij precies de goede hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer, beschenen door de zon. Een verschijnsel dat vaak net na een regenbui optreedt.

Dunnere wolken, bestaand uit waterdamp en/of ijskristallen, reflecteren en verstrooien het zonlicht over het gehele kleurenspectrum ongeveer even sterk. Daardoor is de overheersende kleur wit.

De wolken van Henri de Graaf zijn heel hoge dikke wolken, opgebouwd uit veel dicht op elkaar gepakte druppels. Die breken het licht in allerlei verschillende richtingen. „Daardoor komt dat licht nauwelijks meer op het aardoppervlak aan”, legt Ter Pelkwijk uit. Vergelijk het maar met een beregende autoruit die het beeld vertroebelt. Of een oceaan. Hoe dieper het water, hoe minder licht er doorheen breekt.

Viola Lindner