Ook met dwarslaesie

Voor het eerst doen ook gehandicapte sporters mee aan de Wereldruiterspelen.

Een mooie stap voorwaarts, hoewel het wel een logistieke nachtmerrie is.

Twintig jaar geleden kwam dressuuramazone Petra van de Sande lelijk ten val bij een parachutesprong. „De automatische opener was niet goed afgesteld. Daardoor kwam ik plat op mijn rug terecht, met een snelheid van 60 kilometer per uur. Drie wervels waren verbrijzeld. Ik wist meteen: foute boel.”

Deze week neemt Van de Sande (42) deel aan de Wereldruiterspelen in de paradressuur: dressuur voor sporters met een handicap, uiteenlopend van lichte beperkingen (graad 4) tot de zware (graad 1). De Nederlandse amazone zit met haar dwarslaesie in graad 2. Net als de ‘gewone’ dressuurruiters neemt zij deel aan een individuele wedstrijd, een landenwedstrijd en de kür op muziek. Na de eerste dag staat zij tweede in het klassement.

Volgens de artsen die haar na haar val behandelden, zou Van de Sande haar leven lang in een rolstoel blijven rijden. Maar daar wilde de amazone niets van weten. „Ik rijd vanaf mijn vierde paard. En ik had er alles voor over die hobby te blijven beoefenen. Met mijn viervoeter hoopte ik mijn oude leventje terug te krijgen.”

Na drie maanden zat Van de Sande alweer in het zadel. Ze snuffelde wat rond – bij eventing en endurance – maar voelde zich bij de dressuur toch het meest op haar plek. Toen ze in 2005 met aangepast sporten begon, won zij meteen het Nederlands kampioenschap. Ze nam deel aan de Paralympische Spelen van 2008 in Hongkong. En in 2009 was zij met haar paard Toscane goed voor een gouden medaille bij het EK in Noorwegen.

„Petra heeft veel doorzettingsvermogen”, vindt Jeannette Wolfs, bondscoach aangepaste dressuur. „En ze weet goed wat zij wil. Hier en daar valt nog vooruitgang te boeken, maar zij maakt zeker kans op een medaille.” Dat geldt overigens ook voor Gert Bolmer, die met zijn aangeboren spasme vier olympische medailles veroverde en sinds gisteren aan kop gaat in Kentucky. „Er is sprake van gezonde concurrentie”, aldus Wolfs.

De reguliere dressuur is volgens Van de Sande niet te vergelijken met aangepaste dressuur. „Door mijn rugproblemen zit ik meer naar achteren. Ik heb minder kracht in mijn benen, minder balans. Ik draag een rubberen kapje omdat mijn voeten snel uit de beugels schieten. Als aangepaste sporter heb je veel minder controle.”

De wereld van de paradressuur is veel minder lucratief en glamoureus dan die van de gewone dressuur. „Wint Edward Gal drie gouden medailles, dan ligt de wereld aan zijn voeten”, zegt Van de Sande. „Hij kan zijn prestatie in klinkende munt omzetten. Bij ons zeggen ze: mooi gedaan, u kunt weer gaan.” Bitter is ze niet. Ze weet dat parasporters nog een lange weg te gaan hebben. „Toeschouwers schrikken vaak als zij voor het eerst een gehandicapte ruiter zien. In ons team zijn de handicaps niet zichtbaar, maar er zijn ook collega’s zonder onderlichaam. En blinde ruiters. Pas als het publiek ziet dat wij geen engerds zijn maar sporters met een wedstrijdmentaliteit, dan komt de waardering.”

Het besluit van paardensportbond FEI om hun discipline in het programma van de Wereldruiterspelen op te nemen, is volgens beide vrouwen een grote stap voorwaarts. „En dat geldt ook voor de hippische bond die ons heeft afgevaardigd”, vindt Wolfs. „Het kost veel geld om zo’n nieuwe groep sporters naar Kentucky te vliegen. En de logistieke kant van zo’n operatie moet ook niet worden onderschat.” Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC*NSF, kan dat beamen. „Het is allemaal mooi en aardig, iedereen in één team”, zegt hij. „Maar ik het is een logistieke nachtmerrie. Bijzonder transport, huisvesting, you name it. Ik ben een voorstander van integratie en maatschappelijk bewustzijn, maar mensen gaan er vaak voetstoots van uit dat wij het wel even in elkaar schuiven. Dat is dus echt niet zo.”

Van de Sande vindt het belangrijk dat dressuurcoryfeeën als Edward Gal en Adelinde Cornelissen haar als gelijke behandelen. „Niet dat we samen borrelen”, haast zij zich te zeggen. „En nee, ik vraag ook nooit om adviezen. Maar ik heb wél het idee dat we erbij horen – een fijn gevoel.”