Onvermijdelijk spijtig

Strikt genomen kon de Nederlandse regering het gisteren niet meer voorkomen dat president Yudhoyono van Indonesië besloot om zijn staatsbezoek af te zeggen omdat de natie in haar „zelfrespect en eer” was gekrenkt. In de rechtsstaat Nederland staat het nog altijd iedereen vrij een kort geding aan te spannen, zoals ‘president’ Wattilete van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) had gedaan.

Dat de kans op succes op voorhand niet groot was en dat president Yudhoyono dus níét zou worden gearresteerd, is irrelevant. De trias politica gaat altijd voor. Zo zit het formeel. En dat heeft minister Hirsch Ballin van Justitie ook getracht uit te leggen aan de Indonesische ambassadeur Habibie, zij het vergeefs. Het begrip rechtsstaat wordt in grote delen van de wereld nu eenmaal politieker opgevat dan in Nederland.

Maar informeel heeft de regering er wel weer een probleem bij. Het afgezegde staatsbezoek van de president van het grootste islamitische land ter wereld is het zoveelste incident dat de politieke betrekkingen tussen Nederland en de moslimwereld belast. Het is het tweede incident in korte tijd. Een paar weken geleden heeft dezelfde ambassadeur Habibie ook al harde noten gekraakt over de gedoogpositie van de PVV. Die uitspraken heeft hij onder druk van minister Verhagen van Buitenlandse Zaken toen moeten redresseren.

De vraag rijst of het kabinet in een vroeger stadium niet alerter had kunnen zijn bij de voorbereiding van het eerste staatsbezoek van een Indonesische president in veertig jaar. Bijvoorbeeld toen premier Balkenende van Wattilete een brief kreeg waarin de RMS-voorman hem dringend vroeg de mensenrechten op de Molukken aan de orde te stellen in de gesprekken met Yudhoyono. De brief is niet beantwoord. Dat was aanleiding voor Wattilete om het, voor het staatsbezoek noodlottige, kort geding te beginnen.

Of het geding voorkomen zou zijn als de brief wel serieus was genomen, weten we niet. Maar deze behandeling wijst erop dat de regering een slecht geheugen heeft en niet meer weet dat de RMS niet zomaar een actiegroep is.

Door de gevoeligheid van de Molukse zaak in Nederland én Indonesië te onderschatten, heeft het kabinet paradoxaal genoeg de kwestie juist op de kaart gezet. Zoveel politiek succes als gisteren heeft de RMS immers al decennia niet meer gehad.

En dat is niet alles. Yudhoyono mag dan verweten worden dat hij zich nodeloos gekrenkt heeft getoond, zijn bezoek zou, behalve voor de handelsbanden, ook belangrijk zijn geweest voor de historisch belaste politieke relatie. Nadat minister Bot van Buitenlandse Zaken in 2005 al spijt had betuigd voor de koloniale oorlogen en 17 augustus 1945 als onafhankelijkheidsdag had erkend, zou de ‘verzoening’ met de feiten tijdens het staatsbezoek echt zijn beklonken.

Die kroon op het diplomatieke werk van Bot zou eindelijk een nieuwe fase hebben ingeluid in de betrekkingen. Nu moet de regering opnieuw beginnen. Ook dat is, net als de trias politica, onvermijdelijk. Want Nederland kan zich geen getroebleerde relatie met Indonesië veroorloven.