Naar mijn overtuiging geven we een kernwaarde van onze partij op als we instemmen met deze regeringsconstructie.

Aan de steun van de twee CDA-dissidenten voor het regeerakkoord gingen stevige gesprekken vooraf.

„Geen intimidatie”, zegt partijvoorzitter Henk Bleker.

Ze zijn om. De dissidenten binnen de CDA-fractie, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier, zullen de vorming van het kabinet Rutte-Verhagen niet langer tegenhouden. Ze hebben hun verzet opgegeven, zo bleek gisteren na afloop van de fractievergadering. Tegelijk beklemtonen ze dat hun bezwaren „onverkort overeind blijven staan”.

De CDA-vleugel in het Tweede Kamergebouw puilde gistermiddag uit van de journalisten, fotografen en cameramensen. Toen om kwart voor drie, eerder dan verwacht, fractievoorzitter Maxime Verhagen De Deur uitkwam, meldde hij dat niemand in de fractie de vorming van het kabinet zal blokkeren. Niet veel later vaardigde de partij een verklaring uit namens de hele 21-koppige fractie. De belangrijkste twee zinnen daaruit:

Ad Koppejan en Kathleen Ferrier zullen bij de uitwerking van het regeerakkoord in het bijzonder voorstellen in het gedoogakkoord op hun uitwerking beoordelen of zij recht doen aan de intenties van het CDA bij het sluiten van het regeerakkoord. Dit geldt voor de gehele fractie en dat betekent dat de 21 leden van de fractie steun zullen geven aan de uitvoering van het regeerakkoord.

Lees die zinnen gerust nog eens. En ja, inderdaad, ze beschrijven gewoon het werk dat volksvertegenwoordigers altijd (behoren te) doen: voorstellen op hun uitwerking beoordelen. Verhagen voegde daar mondeling nog het woord „kritisch” aan toe: de twee zullen „kritisch” naar de uitvoering kijken. Ook Verhagen zelf leek te begrijpen hoe weinig spectaculair die mededeling is en haastte zich te zeggen dat voor de twee geen „uitzonderingspositie” is gecreëerd.

Maar hoe is dan aan de principiële bezwaren van de twee tegemoet gekomen? Met andere woorden: wat is er gebeurd in de fractiekamer?

Daarvoor eerst nog even terug naar de formulering uit de CDA-verklaring. De eerste zin, waarin de positie van Koppejan en Ferrier expliciet wordt genoemd, lijkt misschien de belangrijkste, maar is dat niet. Verhagen had hierover al voor de vergadering overeenstemming gevonden met de dissidenten, zeggen bronnen uit de fractie. In de fractiebijeenkomst draaide het niet meer zozeer om de dissidenten, nee, het ging nu om de óverige fractieleden. Zij wilden niet dat Ferrier en Koppejan een afwijkende positie zouden innemen. Dat die twee hun bezwaren voortdurend kenbaar hebben gemaakt, wilde toch niet zeggen dat zij moreel superieur zijn? Ook de andere CDA’ers hebben principes, twijfels, bezwaren. Dat moest tot uiting komen in de formulering, meenden zij. Na een heftige discussie werd die aangepast. Voilà, zie de tweede zin hiernaast.

Dat Koppejan en Ferrier de gevoelens van hun fractiegenoten serieus namen, bleek wel uit hun eigen toelichting, later op de middag. Zij herhaalden enkele keren geen „aparte positie” binnen de fractie in te nemen. Als ze maar de „politieke ruimte” krijgen om „gestalte te geven aan de bezwaren van een substantiële congresminderheid”. En om „inkleuring” te geven „in christen-democratische zin”. Dat betekent, schrijven Ferrier en Koppejan aan hun fractie, dat ze het „kleurrijke, duurzame en sociale gehalte van het regeringsbeleid” naar voren zullen brengen.

Op het congres maakten beide dissidenten niet de indruk dat het voorgenomen regeringsbeleid die kwaliteiten in potentie in zich draagt. „Een andere coalitie verdient de voorkeur”, was Koppejans conclusie. En Ferrier, bijkans nog stelliger, zei dat ze „niet anders kon” dan de conclusie trekken dat de regeringsconstructie met de PVV „niet goed is, niet voor ons land en niet voor onze partij”.

Deze woorden maken het moeilijk te snappen dat de dissidenten toch steun geven aan samenwerking met de PVV. Noch de verklaring van de twee, noch die van de fractie bedwingen het raadsel. Ze geven daarentegen wel een kleine hint hoe de discussies zijn verlopen, ook vandaag, en petit comité op het ministerie van Buitenlandse Zaken, nog voordat de voltallige fractie bij elkaar kwam achter de bekende deur. Wat heeft de fractie de twee toegezegd dat ze door willen? Wel, zie de slotzin:

Een gewichtige minderheid van het congres heeft zich uitgesproken tegen deze politieke samenwerking. De gehele fractie ziet het als haar opdracht om naast de meerderheid ook de minderheid te vertegenwoordigen.

Maar wat wilde die minderheid? Geen politieke samenwerking met de PVV van Wilders. Nu die er toch komt, zal de „gehele fractie” in de geest van die minderheid van tegenstanders handelen? Een beetje vreemd is dat wel. Het zal VVD’ers niet geruststellen, zou je denken. Laat staan de gedoogpartner, de PVV.

Aan de andere kant: het is moeilijk om bezwaar te hebben tegen die andere formulering, dat Kamerleden het kabinet op haar handelen beoordelen. Waar anders op, zou je zeggen.

VVD en PVV bleken na afloop van het gesprek bij de informateur dan ook tevreden met de afloop van de crisis in het CDA. De reactie van Wilders: „Dat is ze geraden ook. Dat ze nadenken, daar worden ze vorstelijk voor betaald als volksvertegenwoordiger.”

En toch was de CDA-fractie ongelofelijk opgelucht met de formule. Aan het einde van de fractievergadering drong bij iedereen het besef door, zo vertelde een van hen, dat met deze zinnen een voorlopig einde is gekomen aan de donkere wolk die weken boven het CDA hing. De ontlading was dan ook groot. Tot buiten de fractiekamer was te horen hoe de fractieleden voor elkaar en zichzelf applaudiseerden. Partijvoorzitter Bleker vertelde daarna dat aan de steun van de twee CDA-dissidenten voor het regeerakkoord „stevige gesprekken” vooraf waren gegaan. Maar „geen intimidatie”. Eind goed, al goed.

De oppositie reageert anders. Die is niet onder de indruk van de handreiking van Koppejan en Ferrier. GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema: „Ik heb geen flauw idee wat ze bedoelen. Het is een onnavolgbare CDA-redenering.” Ze vraagt zich af hoe de twee zullen handelen als voorgestelde maatregelen over denaturalisatie van criminele allochtonen en over de aanscherping van de gezinsmigratie ter stemming komen.

Gerard Schouw, de vicefractievoorzitter van D66, neemt alvast een kleine voorsprong op de toekomst: „Het CDA staat met één been buiten het kabinet.” Het kabinet heeft de PVV als formele en de SGP als informele gedoogpartij, zegt hij. „Kan iemand mij uitleggen hoe zo’n kabinet stabiel kan regeren?”

Wij hebben besloten om de totstandkoming van een kabinet van VVD en CDA, gedoogd door de PVV, in de Kamer niet te blokkeren.

Fractieleden Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, in hun gezamenlijke verklaring op 5 oktober