'Minder immigratie' is loze kreet

Het beoogde kabinet wil de internationale verdragen over immigratie herzien. Maar dat zal niet gebeuren, stellen

Thomas Spijkerboer en Kees Groenendijk.

Illustratie Bas van der Schot
Illustratie Bas van der Schot

De akkoorden tussen VVD, PVV en CDA bevatten een identiek hoofdstuk over immigratie. Enkele belangrijke plannen zijn in strijd met Europees en internationaal recht. Twee voorbeelden:

Intrekking van tijdelijke verblijfsvergunningen als de vreemdeling niet slaagt voor het inburgeringsexamen. Echter: vluchtelingen terugsturen naar een land waar zij vervolging te vrezen hebben, is op grond van het huidige recht niet mogelijk. Bij gezinsherenigers kan intrekking niet, omdat de EU-richtlijn over gezinshereniging dit niet als grond voor intrekking van een vergunning vermeldt.

Asielzoekers mogen de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening niet altijd in Nederland afwachten. Uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vloeit echter voort dat asielzoekers altijd de eerste rechterlijke uitspraak over de voorlopige voorziening in Nederland mogen afwachten.

Uitvoering van de plannen vereist dus wijziging van mensenrechtenverdragen, zoals het EVRM en van EU-recht. De akkoorden zijn dubbelzinnig over de mensenrechtenverdragen. Enerzijds lezen we dat het beleid „binnen de bestaande juridisch kaders, waaronder het EVRM” blijft. Maar anderzijds stellen VVD, PVV en CDA veel juridische kaders te willen wijzigen. Een aantal voornemens staat haaks op het EVRM; en de optie van „wijziging van verdragen” wordt expliciet genoemd. Wijziging van mensenrechtenverdragen behoort wat betreft de nieuwe coalitie dus zeker tot de mogelijkheden.

Allereerst de principiële vraag: als beleid in strijd is met de rechten van de mens, wat moet er dan worden aangepast: het beleid of de rechten van de mens?

Wijziging van mensenrechtenverdragen kan in theorie. Maar daarvoor is instemming van andere verdragspartijen vereist. Een beperkende wijziging van een mensenrechtenverdrag is niet eerder vertoond. Het EVRM kan in theorie opgezegd worden, maar de EU eist dat lidstaten zich aan het EVRM houden. Nederland zou dus ook uit de EU moeten. In VN-verdragen staan vergelijkbare bepalingen. Beleidsplannen die in strijd zijn met mensenrechtelijke bepalingen zijn weinig reëel. En zelfs als we ons daar in vergissen: wijziging lukt binnen één kabinetsperiode beslist niet.

Het EU-verdrag kan alleen worden gewijzigd als alle lidstaten het daar over eens zijn. Lagere EU-wetgeving kan gewijzigd worden, en dat gebeurt ook regelmatig. De Europese Commissie moet dan het initiatief nemen. Een aantal wijzigingsprocedures loopt nu, zodat het idee om nieuwe voorstellen te doen reëel is.

Hoe zullen de Commissie en andere EU-landen tegen de Nederlandse voorstellen aankijken? Ervaringen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Maar de meeste andere EU-landen hebben een veel ruimer beleid inzake gezinshereniging dan Nederland. Deels gaat het daarbij om landen waar traditionele gezinswaarden (en dus gezinshereniging) veel dominanter zijn gebleven dan in Nederland. Het valt niet te verwachten dat zij bereid zijn om het verschil tussen hun en ons beleid nog groter te laten worden. Andere EU-landen weten dat de VVD-CDA-coalitie op dit punt sterk beïnvloed wordt door de PVV. Dat maakt de Nederlandse voorstellen in de EU niet kansrijker.

Bovendien, het gaat om Europese regels die uitdrukking geven aan centrale Europese waarden en voortkomen uit vijftig jaar ervaring met integratie van immigranten in de EU.

Nu is het op zichzelf niet erg dat beleidsvoornemens soms juridisch niet haalbaar blijken te zijn. Toch maken we ons zorgen.

De onderhandelaars van VVD, PVV en CDA konden op hun vingers natellen dat van belangrijke plannen weinig terechtkomt. Wij vrezen dat een vertrouwd scenario zich zal herhalen. De betrokken politici zullen weigeren de verantwoordelijkheid zelf te nemen, en zullen doen alsof zij op onredelijke wijze worden gedwarsboomd door ‘Brussel’ of door ‘de rechter’.

Internationale verdragen en EU wetgeving zijn inderdaad moeilijk te wijzigen. Maar dat heeft een goede reden. Als je met zijn allen afspraken maakt, kun je die alleen met zijn allen wijzigen. Eén lid van de Tweede Kamer kan ook niet besluiten een Nederlandse wet te wijzigen. Dat is geen Brusselse onzin, maar een democratische constitutionele regel.

Vergelijkbare reacties vertonen politici als een Nederlandse of een Europese rechter vaststelt dat bepaald beleid in strijd is met de regels. Vorig jaar bijvoorbeeld stelde het Hof van Justitie van de EU vast dat de inkomenseis bij gezinshereniging van 120 procent in strijd was met de gezinsherenigingsrichtlijn, die door minister Verdonk was ondertekend. De conclusie die het hof uit de tekst van de richtlijn trok was voorspelbaar. Toch kreeg het hof de volle laag.

De politieke akkoorden tussen VVD, PVV en CDA bevatten op het gebied van migratie veel beleidsvoornemens die om goede juridische en constitutionele redenen onhaalbaar zijn. We vrezen dat de betrokken politieke partijen het legitimiteitsprobleem dat ze hebben gecreëerd, zullen doorschuiven naar instituties van de rechtsstaat die van vitaal belang zijn. Zulke instituties zijn afhankelijk van de steun van burgers. Op deze manier wordt die steun door politici uitgehold.

Thomas Spijkerboer is hoogleraar migratierecht Vrije Universiteit Amsterdam. Kees Groenendijk is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.